Vrouwen die mannen stompen.

Het was donker en het waaide. Ik voelde een windvlaag onder mijn billen toen ik de hoek om liep richting station. Ik zette mijn capuchon op en drukte mijn sjaal tegen mijn nek. Ik werkte een keer op vrijdag en als je op een vrijdag werkt heb je weekendgevoel als je je weg naar huis baant. En ik had zo’n weekendgevoel. Zo’n gevoel waarbij je wenst dat iedereen dat gevoel heeft als hij of zij naar huis gaat.

Er stond een man bij de ingang van het station, bij de draaideuren. Hij had een plastic tas in zijn hand en een klein kind, amper vier jaar oud, stond naast hem. Ik hoorde iemand roepen. Het was een vrouwenstem. ‘Wat doe je nou?’ ‘Wat doe je nou?’

Ze liep op de man af en stompte hem. Niet een keer, maar meerdere keren. Het jongetje stond erbij en de man liet het maar gebeuren. Ik was perplex. Terwijl ik mijn OV jaarkaart uit mijn portemonnee pakte wilde ik even afgeleid zijn.

Vrouwen die mannen stompen. Het is net zo erg.

Altijd zo vrolijk.

‘We hadden niets in de gaten. Hij was altijd zo vrolijk.’ Ik zuchtte van binnen. Misschien liet ik het hardop los, die zucht. Natuurlijk was hij thuis vrolijk. Thuis kon hij zichzelf zijn, was hij veilig en met mensen die hem dierbaar waren. Ze trokken niet aan zijn schooltas, duwden hem niet, sloegen en schopten hem niet of sloten hem op in de w.c. Om maar een voorbeeld te noemen. Thuis was hij waarschijnlijk blij en hoefde hij niet na te denken over de dag van morgen. Zette hij zijn mobiel gewoon uit. Was het daar even normaal.

Denken over die dag van morgen zou vanzelf wel komen als hij alleen op zijn kamer was en zijn schooltas weer moest inpakken. Misschien wilde hij wel leren maar niet daar. Het zorgde voor een unheimlich gevoel in zijn maag. Alsof er een touw omheen geknoopt was dat steeds strakker trok totdat het pijn deed. Denken aan de volgende schooldag maakte hem waarschijnlijk bang en onrustig. Misschien was de weg naar school een weg die gevangenen maken als ze veroordeeld zijn op death row en die laatste wandeling door een kale, grauwe gang maken voordat ze doodgaan. ‘Dead Man Walking‘. Hij wist wat hem te wachten stond. Elke dag weer. Elke dag net weer even anders. Maar elke dag onrust, bang, vluchten.

Het sneed waarschijnlijk een krasje op zijn ziel. Zo’n krasje dat heelt maar dat altijd zichtbaar blijft. Littekens zijn de uiterlijke kenmerken van leed. Maar als de woorden ‘Ga maar dood, je hoeft niet te bestaan, je deugt niet. Ga weg. Rot op’ van anderen pijn doen trekt het door je poriën naar binnen maar niemand ziet het. Niemand. Ziet. Het.

Het gebeurde vast in de klas. Steken onder water, onderhuidse zinspelingen. Oog om oog, tand om tand, maar dan verborgen. Wat buiten verder ging had vast een oorsprong in de klas. Het ging wellicht verder in de schoolgang, briefjes in de schooltas, een duw tegen een rek. Hard lachen. ‘Was maar een geintje, juf!’ …

Iedereen heeft recht om te bestaan. Blijf met je poten en met je smerige mond van anderen af.

Op alle slakken zout.

Het woord op papier is voor mij een krachtig middel als ik de verbale woorden even niet heb. Ik heb vaak de verbale woorden niet. Ik moet erover nadenken en vaak, in een gesprek, is daar de tijd niet voor. De ander raast er als een wervelwind dwars doorheen en verlies ik mijn gedachten.
Even later bedenk ik me ineens wat ik de essentie vind van het onderwerp en wil ik graag mijn gedachten hardop uitspreken maar raast de ander er met een nieuw onderwerp dwars doorheen. Ik luister veel tijdens gesprekken. Dat is niet voor niets.

De relevantie van woorden is niet uit te vlakken. De laatste tijd merk ik het steeds meer. De getypte zinnen met goed en slecht nieuws, vooral slecht nieuws, verschijnen vrij snel online, op sociale media. Even later trekt men het nieuws weer in. Eerst was ie dood, en dan toch weer niet. (En soms -helaas- erna toch weer wel.) Het is vermoeiend om zelf het nieuws te verifiëren. Is ie echt wel dood? Maar dat doe ik dus de laatste tijd.

Is het echt wel zo wat er staat?

En wat staat er dan precies? Wat zeggen de woorden die ik lees? Wat zegt iemand en wat wordt er bedoeld? Laatst sprak ik iemand die vertelde dat ze vaak in discussies belandt omdat ze iets zegt wat de ander verkeerd opvat. ‘Maar dat bedoelde ik helemaal niet.’ Maar toen ze een voorbeeld gaf kon ik wel snappen dat het misging. De verkeerde woorden werden gebruikt. Sommige woorden zijn multi-interpretabel. Communicatie is niet voor niets zo moeilijk. Soms provoceren we ook expres om een (re)actie uit te lokken. Kranten met misleidende koppen hebben daar nogal een handje van. Soms klik ik op een nieuwsonderwerp wat totaal niets te maken heeft met de inhoud van het stuk.

Ik las gisteren voor de lol de tweets van Donald Trump. Ik las zijn woorden, wel of niet zorgvuldig gekozen, ik kon dat niet peilen. Hij diste  de actrice Meryl Streep die tijdens de Golden Globe Awards een speech gaf over de man ‘wiens naam zij niet ging noemen’. Iedereen wist over wie zij het had. Ze koos zorgvuldig haar woorden. Dat moet ook wel als je een speech geeft voor de hele natie en iedereen die de show ziet of later terugkijkt. De woorden hadden impact. Enorme impact. Ook bij Donald Trump, dat las je wel in zijn tweet. Hij kon zijn neus ophalen of terugblaten. Hij koos voor het laatste.

Later die avond kwam ik thuis van mijn werk en plofte op de bank. Ik keek nog een klein raapseltje van een discussie bij De Wereld Draait Door. Iets over een asielplaag. Nee, geen muggenplaag maar een asielplaag. De Telegraaf had een grote kop bedacht in hun krant en publiceerde het. Daar viel heel, half, Nederland over. Wat me weer duidelijk werd was de kracht van het woord.

We benoemen dingen en het is goed of fout. We vallen erover. We trappen erop. We schreeuwen, we spugen. We leggen ondertussen op alle slakken zout en we durven niets meer te benoemen. En we vergeten na te denken en vragen te stellen. Het staat los van praten met elkaar. En daar dacht ik over na toen ik deze foto vond.

De #PHOT (Photo on Tuesday/Foto op dinsdag) is ooit begonnen ter inspiratie om blogs te maken. Het heeft een beetje hetzelfde principe als de #WOT (Write on Tuesday), alleen is deze opdracht een vrije foto-opdracht, met jouw zelfgemaakte foto op dinsdag gemaakt, waarbij je wel of geen tekst plaatst maar titel is verplicht.