Karin Ramaker

Uiteindelijk moet je altijd doen wat je zelf denkt dat goed is.

‘Maar uiteindelijk moet je altijd doen wat je zelf denkt dat goed is.’ Dat wist ik. Natuurlijk wist ik dat. Ik draaide mijn dikke rietje door de verse appelsap, een bruin goedje waar ik eigenlijk mijn neus voor zou optrekken want de kleur zag er niet aantrekkelijk uit. Maar wat je op het eerste oog ziet is soms niet wat het is. Deze appelsap was erg lekker. Ik slurpte aan het rietje.

‘Je kunt deze adviezen laten gaan of er wat mee doen.’ Ook dat wist ik. Je kon ze klakkeloos opvolgen of je kon ze naast je neerleggen. Of iets in het midden. En er waren altijd veel adviezen van verschillende mensen. Het was hetzelfde als staan in een supermarkt voor een hele schap potjes jam en moeten kiezen welke smaak en merk en er verder niemand in de buurt was om me te helpen.

Een week ervoor stond ik op een feestje. Ik vertelde dat mijn verhaal na overleg was afgewezen.

‘Ben je nou niet teleurgesteld?’ vroegen ze. Ik stond met een glas wijn in mijn hand te overpeinzen. Ik schudde mijn hoofd.
‘Nee, helemaal niet. Het schept toch juist weer mogelijkheden?’

Dus, ik ga, hup, aan het werk!

Welkom in Amsterdam.

Er vloog een bestelbusje de hoek om. Hij maakte een scherpe bocht en leek amper te remmen terwijl hij met zijn rechter voorwiel over de stoep reed waar ik stond met een andere dame. We sprongen beiden net op tijd weg en stonden allebei met onze rug tegen de dikke muur naar adem te happen. ‘Welkom in Amsterdam.’ zei de dame. Ze was not amused. Ik ook niet. Ik had net het verkeerde straatje uitgekozen om naar mijn opdrachtgever te gaan. Ik moest via de brug weer naar de overkant, wat al snel minuten extra duurde. Ik zou net op tijd aanbellen bij het app bedrijf.

Even ervoor stapte ik uit de trein en wachtte eindeloos totdat ik de roltrap kon nemen. Ik kon geen trolleys meer zien. De gehele roltrap stond er vol mee. Buiten was er naast frisse lucht ook zoete wietlucht. Daar krijg ik instant hoofdpijn van. Terwijl ik richting Dam liep werd me duidelijk dat ik me even wilde opfrissen voordat ik verder liep dus wandelde ik de Bijenkorf binnen. Het vage licht, de dure, glimmende tassen, de meisjes met keurig gekamde haren en vuurrode lipstick keken wezenloos voor zich uit. Alsof ze wachtten op de cue om te gaan lunchen. Ik gooide water in mijn gezicht. Koud. En toen weer de drukte in op weg naar de Herengracht.

Is het zoveel drukker geworden of ben ik de drukte niet meer gewend ook al woon ik al meer dan acht jaar in een grote, drukke stad?

Tussen slaap en waak.

Het fijnste moment is wanneer ik een seconde wakker ben en me afvraag welke dag het is, hoe laat het is en wat ik moet doen. Het moment net voordat ik deze gedachten heb is compleet leeg en zonder verwachting. Vandaag las ik berichten waardoor ik meteen dacht aan dat tussen-slaap-en-waak-moment. Dat moment waar er niets is, behalve een warm bed en een heleboel figuurlijke ruimte. Want als de dag begint lees je dat Chris Cornell er niet meer is, dat Fred Teeven er niet wakker van ligt dat onschuldigen in de bak belanden en laten we het niet eens meer hebben over die man in The United States of America met verkeerd zonnebruin smeersel op zijn huid.

Ik heb ergens een paar CD’s van Audioslave. Ze liggen in een doos verstopt op zolder. Misschien leerde ik de band wat laat kennen maar dat doet er niet toe. To be yourself is all that you can do.

Misschien zouden we alle kinderen moeten bijbrengen dat er altijd mensen zullen zijn die nergens wat om geven maar dat we moeten zoeken naar de mensen die dat wel doen. …