Skip to content →

Karin Ramaker Posts

Ik ga even draaien en trekken, doe zelf even niets.

Ik zat bij de fysiotherapeut op een stoel in een klein kamertje met naast mijn stoel een massage tafel met een rood kleed er overheen. ‘De volgende keer ga je liggen.’ zei hij. De man zat achter me en was druk bezig een bepaalde spier soepel te maken. De spier was vast gaan zitten. Het had zijn wortels in de grond, mijn lijf, vastgezet. Het moest losgewoeld als de grote boom die ik uiteen gesplit zag op het Koningsplein toen ik er ’s ochtends naartoe liep in de letterlijke takkenregen en rukwinden. Ik had mijn capuchon opgedaan om de takken te weren maar de wind rukte mijn capuchon weer af.

Naast de kamer waar ik rustig mijn lijden zat te ondergaan – het was pijnlijk om die spier los te maken – hoorde ik een rasechte Hagenees met luide stem praten. Mijn fysiotherapeut schoot in de lach. ‘Het zijn zulke lieve oude mensen. Ze komen altijd met z’n tweeën terwijl hij geholpen moet worden. Ze zijn geboren en getogen Hagenezen. Praten keihard. De laatste keer liep ik door de gang langs hun kamer en hoorde die man zeggen: ‘Krèg nâh tietuh!’ Er was blijkbaar ook een spier in zijn lijf soepeler gemaakt.

Mijn fysiotherapeut stond op en pakte met twee handen mijn hoofd vast. ‘Ik ga even draaien en trekken, doe zelf even niets.’ Hij trok mijn hoofd naar links en toen weer naar rechts. Mijn nek kraakte. ‘Laatst had ik hier een sjieke oudere vrouw. Compleet met plooirok en schoenen met flosjes en ze droeg een paarlen ketting.’ Hij duwde mijn nek naar rechts. ‘Ik ging haar vertellen wat ik ging doen en dat ze misschien wat pijn kon voelen. Ze neemt plaats op de behandeltafel en ik begin. Roept ze ineens heel hard: ‘Kut!’ Ik stopte meteen met de behandeling. ‘Och,- zei ze, totaal geschrokken -‘Het floepte er zomaar uit.’ Je maakt wat mee.’

‘Zo.’ zei hij toen en klopte me op beide schouders. ‘Volgende week weer dezelfde tijd?’

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Leave a Comment

Dat kost me de helft van de begrafenis.

Er is eigenlijk nauwelijks ergens enige saaiheid te vinden, bedacht ik me laatst. Ik zat weer eens in de tram. Het is vreemd maar in de tram bellen mensen vaker, harder en veel vaker met de meest surrealistische scènes die je kunt bedenken.
Zo dacht afgelopen week een mevrouw, die in een zitje zat bij de deur, dat iedereen haar altijd rillende chiuaua wel zou zien als zij naar binnen wandelden. Maar nee. Ik hoorde een honden gekerm want grote schoenen schopten tegen het beest aan. ‘Sorry!’ mompelde een meisje. Daarna een grote man met grote schoenen. De vrouw bedacht zich niet dat ze haar piepkleine hondje in haar shopper zou kunnen doen. Het beestje werd per halte nerveuzer.

Er stond een man in tram. Hij sprak met iemand aan de telefoon.

‘Heb je het nou geregeld?’

Stilte.

Is die advertentie zo duur?! Is het een large?’ Hij lachte om zijn eigen grap.

‘Dat kost me de helft van de begrafenis,joh.’

Ik vroeg me af voor wie hij een begrafenis moest regelen. Misschien was het zijn afwezige moeder waar hij eigenlijk nog geen stuiver aan wilde uitgeven. Of wilde de persoon aan de andere kant van het telefoongesprek per sé een advertentie in een regionaal en landelijk dagblad. Dan was je al snel een paar duizend euro kwijt volgens mij.

De man wreef vermoeid over zijn voorhoofd.

‘Maar dat kost me de helft van de begrafenis,joh.’ Probeerde hij nog maar eens.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Leave a Comment

Sorry, maar ik vind het totaal niet interessant wat je vertelt.

Het jonge meisje luisterde eerst aandachtig. Ze knikte met haar hoofd, vol begrip, maar later kwam de klad erin, zag ik van een afstandje. Ik was bezig met andere dingen en observeerde het tafereel. Ze legde eerst haar hand onder haar kin en wang maar verplaatste het onder haar kin en draaide even haar hoofd weg. Het nog jongere kind bleef maar doorpraten. Zijn verhaal, als het aan hem lag, was interessant genoeg. Hij gebaarde terwijl hij sprak maar zij keek van haar schoenen omhoog naar buiten. Meer non verbale actie was niet nodig als je het mij vroeg.

‘Sorry dat ik je onderbreek.’ zei ze en hield haar hand op.

Hij stopte met praten.

‘Sorry, maar ik vind het totaal niet interessant wat je vertelt. Ik wil je niet beledigen maar ik vind het echt niet boeiend.’

Hij bleef even stil, hakkelde toen wat.

‘Ja, sorry, ik ben geen goede verteller.’ Begon hij.
‘Maar ik ben wel een goede prater.’

Ik glimlachte. Die kon ze in haar zak steken.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

2 Comments

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten