Karin Ramaker

Noem het dan aandachtstraining!

Omdat ik altijd dansend voor de zwart-wit televisie stond en rondjes draaide bij muziekbeelden, liet mijn moeder mij kennismaken met klassiek ballet. Dat bleek een goede keuze; ik ging naar klassiek ballet van mijn vierde tot mijn achttiende ongeveer. Ik was lenig, niet de lenigste van de groep, maar ik kon zeker aardig mee. Lenigheid; je lijf optimaal gebruiken in al zijn kunnen, is niet alleen goed voor je lichaam, maar ook voor je geest. Zeker als je elke dag fysieke pijn ervaart.

Als je elke dag fysieke pijn ervaart verkleumen je spieren. Ik noem het expres verkleumen. Als je het altijd koud hebt rekken je spieren niet uit, in ontspannen toestand, maar ‘knijpen’ ze samen. Je lijf probeert om te gaan met de pijn en leert niet te ontspannen. Misschien een natuurlijke reactie, maar ik kwam er een paar jaar geleden achter dat het totaal niet helpt.

Vroeger kende ik een meisje uit mijn klas die chronische buikpijn had. Dan liepen we uit school naar huis en onderweg zat ze ineens op haar hurken op de stoep met haar armen om haar benen haar pijn weg te kreunen. (Later bleek, nota bene op vakantie in Oostenrijk, dat ze met spoed naar het ziekenhuis moest omdat haar blinde darm op knappen stond.) Vele jaren later, toen ik te maken kreeg met ernstige (vage, niet echt onderzochte) buikpijn klachten wilde ik juist helemaal niet ineenkrimpen maar mijn buik alle ruimte geven. Zelfs de elastieke band van mijn onderbroek was te zwaar. Ik legde mijn warme hand vaak op millimeter hoogte boven mijn buik om warmte te geven. Dat ging automatisch. Tijdens mijn werk zei mijn collega ooit: ‘Het valt me op dat je altijd je hand op buik houdt.’ Ja, alle energie ging er naartoe.

Na mijn eerste buikoperatie vond ik yoga. Het was, en is nog steeds, huis, tuin en keuken yoga. Ik kocht twee yoga matten (ik vond een zo’n mat best wel hard – mijn lijf deed ook aan de buitenkant pijn) en probeerde de oefeningen op mijn tijd en mijn tempo toe te passen. Meestal elke zondagochtend een half uur minimaal. Al gauw merkte ik dat het me goed deed. Niet alleen voelden mijn spieren soepeler, waardoor ik het gevoel had beter te kunnen bewegen, maar ik had ook het idee dat ik me prettiger voelde. Soms doet het lijf hele andere dingen (veroorzaken van pijn bijvoorbeeld) dan mijn hoofd zou willen maar oefeningen zoals goed ademhalen en rust inbouwen en spieren voelen gaf fysiek effect.

Nou zag ik laatst een documentaire op tv van Max Westerman over zijn drukke en hectische bestaan in het journalistenwereldje en hoe hij rust vindt door yoga toe te passen. Ik vond het een beetje jammer dat het alsnog een zweverig karakter kreeg. Er werd naar mijn mening te weinig ingezoomd op de praktische effecten van yoga.
Ervoor of later was er ook een item bij Pauw. Er werd een beetje lacherig gedaan. (Ook bij een item over mindfulness bij het programma DWDD was men aan het grinniken.) Ik mopperde hardop in mijn sociale media uitlaatklep Twitter: ‘Noem het dan aandachtstraining.’ Kom op, dacht ik. Er is niets meer praktisch dan dit.

Hoeveel momenten zijn er op een dag dat je met je schouders omhoog zit zonder dat je het merkt. Hoeveel momenten zijn er op een dag dat je zo aandachtig achter je computer zit dat je niet door hebt dat je spieren aanspant. Hoeveel momenten zijn er in bepaalde periodes dat je zo nerveus bent dat je hele ademhaling op hol slaat of juist stokt?
Hoeveel momenten had ik jaren geleden dat ik ergens liep en gewoon wilde zitten. Alleen maar zitten. Liefst liggen maar zitten was ook al prima.

‘Ik ga liever hardlopen.’ Prima, ik hou je niet tegen. Maar wat ik zo te gek vind aan yoga is dat elke oefening spieren in werking zet waar je niet van dacht dat ze er überhaupt zaten. Vooral de volgende dag, als je eerst spierpijn ervaart en later niet meer. Bij een ogenschijnlijke oefening voor de benen voel je de spieren ook in je armen en schouders.

Als ik even niet meer oefen voelt mijn lijf minder prettig. Niet lenig zijn, verkleumt als het ware, is niet doorstroomd, is niet heel.

Ik zit vanochtend nietsvermoedend aan de koffie.

Ik zit vanochtend nietsvermoedend aan de koffie met laptop voor me te bedenken wat ik allemaal moet doen vandaag, gaat opeens mijn telefoon. Een privé nummer. De afgelopen tijd ben ik diverse malen via privé nummers gebeld maar als ik opnam werd er niets gezegd en bleken het, na onderzoek, call centers te zijn. Ik blokkeerde de privé nummers op mijn telefoon alleen kon mijn arts of een andere instantie mij ook niet meer bereiken. Toch maar weer gedeblokkeerd. Na een hele tijd geen last meer gehad te hebben van deze irritante privé nummers, was het dus vanmorgen weer raak. Alleen druk ik nu dit nummer weg. Geen zin in. Na een minuut krijg ik een melding dat iemand mijn voicemail ingesproken heeft. Oké, prima oplossing. Ik zeg altijd: als het dringend is belt men wel terug. Maar ik luister het bericht af en trek met verbazing mijn wenkbrauwen omhoog.

Eerst hoor ik gekraak. Misschien dat iemand per ongeluk via zijn of haar broekzak gebeld heeft. Het kraken houdt even aan. Dan hoor ik een soort geluid alsof iemand toch zijn of haar telefoon pakt. Ik neem aan dat iemand nu wat gaat vertellen of iets aan me gaat vragen. De vraag blijft uit. Een uitleg ook. In plaats daarvan hoor ik een zucht. Een diepe zucht. Nog een diepe zucht. Is iemand aan het hardlopen, een trap op aan het gaan of stevig aan het fietsen?

Ik begin het vreemd te vinden, dat gehijg en gezucht. Als ik iemand live aan de telefoon had zou ik nu ongeveer zeggen: ik hang op hoor! De verbinding wordt verbroken. Ik kijk op naar de overkant van de tafel en zeg: ‘Ik had zonet iemand aan de telefoon die het heel warm had. Of was uitgeput.’ …

Uiteindelijk moet je altijd doen wat je zelf denkt dat goed is.

‘Maar uiteindelijk moet je altijd doen wat je zelf denkt dat goed is.’ Dat wist ik. Natuurlijk wist ik dat. Ik draaide mijn dikke rietje door de verse appelsap, een bruin goedje waar ik eigenlijk mijn neus voor zou optrekken want de kleur zag er niet aantrekkelijk uit. Maar wat je op het eerste oog ziet is soms niet wat het is. Deze appelsap was erg lekker. Ik slurpte aan het rietje.

‘Je kunt deze adviezen laten gaan of er wat mee doen.’ Ook dat wist ik. Je kon ze klakkeloos opvolgen of je kon ze naast je neerleggen. Of iets in het midden. En er waren altijd veel adviezen van verschillende mensen. Het was hetzelfde als staan in een supermarkt voor een hele schap potjes jam en moeten kiezen welke smaak en merk en er verder niemand in de buurt was om me te helpen.

Een week ervoor stond ik op een feestje. Ik vertelde dat mijn verhaal na overleg was afgewezen.

‘Ben je nou niet teleurgesteld?’ vroegen ze. Ik stond met een glas wijn in mijn hand te overpeinzen. Ik schudde mijn hoofd.
‘Nee, helemaal niet. Het schept toch juist weer mogelijkheden?’