Ik had een 007 momentje.

Terwijl ik gefrustreerd mijn chagrijnige bui aan het weg puffen was en ik wist dat ik weer later thuis zou zijn dan gepland, liep er op zijn dooie akkertje een jongeman naar het tramperron. Het was erg warm, hij droeg een korte broek. Het was niet zijn korte broek wat mijn aandacht trok. Doordat zijn sokken opvielen was ik meteen weer een stuk vrolijker.

Er zweefde gisterenmiddag een soort wesp boven mijn tuin. Hij was bruin en leek eigenlijk niet eens op een wesp. Het was ook geen hommel of een vlieg. Het was gewoon een bruine soort insect. In een flits dacht ik dat het een miniatuur drone was. Ik ging naar binnen om mijn mobiel te pakken. Ik wilde het vastleggen. Op het moment dat ik mijn mobiel klaar had en een foto wilde maken vloog de wesp als een speer weg. Ik had een 007 momentje.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Wat ik nou toch heb meegemaakt!

‘Wat maak jij veel mee!’ Het was bijna een verwijt. In haar leven, vond een vriendin, maakte zij vrij weinig mee. Het kabbelde allemaal voort. Niet dat het erg was, dat voortkabbelen, maar de verhalen die ik vertelde waren toch altijd wel een aanleiding om te vergelijken. Ik besefte afgelopen week dat het soms absurdistische hoogtepunten kende. Als ik niet zelf iets had meegemaakt, een akkefietje in de tram tussen twee mensen, een observatie in een winkel of een gesprek dat vreemd verliep, dan was er wel iemand anders die mij op de hoogte bracht van bizarre taferelen die zojuist hadden plaatsgevonden. ‘Wat ik nou toch heb meegemaakt!’

Hoe meer ik naar buiten zou gaan, me onder de mensen begaf, hoe diverser de verhalen werden. Hoe vreemder, gekker, absurdistischer de scènes. Ik rondde afgelopen vrijdag, op vrijdag de dertiende, mijn bundel af. Het was klaar. Tijd om de synopsis bij de korte bio te voegen. Nog wel wat puntjes op de ‘i’ maar dan kon het opgestuurd worden. Na het weekend. En ik besefte dat ik verhalen kon blíjven schrijven. Er waren alleen al de afgelopen week bizarre gesprekken gevoerd. Gesprekken die ik in mijn hoofd op de herhaalknop zette om telkens de knop in te drukken om opnieuw te bespelen. Het was alsof ik mezelf erbuiten zette, als observant, en op die manier kon beschrijven wat ik zag en hoe ik me voelde om zo een begrijpelijk geheel te vormen.

In mijn hoofd waren het allemaal filmische scènes. Ik zat, via het verhaal van de ander,  bij een echtpaar in de huiskamer en kon de ijzige stilte voelen. Iemand zat op de bank, de andere in een van de leren stoelen. De handen in elkaar geslagen. Op sommige momenten hevig ‘nee’ schuddend. ‘Nee, dat is niet waar.’ ‘Nee, nee, nee. Wat je nu zegt is pertinent niet waar!’
En bij sommige gebeurtenissen denk je ook: het is niet waar. Het is niet waar wat hier gebeurt. Het is niet waar wat er gezegd wordt. Ik hoor het verkeerd. Mijn oren zitten dicht. Ik versta niet wat er uit spugende monden komt. En toch gebeurt het. En die huiskamer is toch echt.

Als de emoties hoog oplopen en de hoofdfiguren opeens als hyena’s hun bekken openen en hun mondranden omhoog trekken, kwijlend, hun tanden bloot, kun je alleen maar verbaasd observeren en jezelf uit de scène parkeren. Je wenkt je inwendige camerapersoon dat je de scène nu stilzet om even te kijken wat hier gebeurt. ‘Zie jij wat hier gebeurt?’ (Heb ik het echt goed gezien?)

Ik dacht aan een hoofdpersoon uit een verhaal, Hanna, die nog een keer haar ex vriend wilde ontmoeten, ook al had ze hem al een hele tijd niet meer gezien. Ze had meteen spijt want haar ex had verhalen die veel te voortvarend waren en zij was stil blijven staan. Dat werd in het moeizame gesprek pijnlijk duidelijk. Ze stond op en wenkte de ober. Ze wilde de rekening betalen. Ze wilde afrekenen en een nieuw hoofdstuk beginnen. Het was tijd. Thuis zou ze haar vriendin bellen en zeggen: ‘Ik geloof dat ik nu, op dit moment, verlang naar voortkabbelende rust.’

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

En toch.

Je zorgt goed voor jezelf. Je neemt je lijf en je koppie in acht. Je werkt hard maar neemt voldoende ruimte om van vrije tijd te genieten. Je gaat planmatig te werk en kan goed uitleggen waarom je het zo doet. Je leeft zo gezond mogelijk. Je beweegt zo vaak mogelijk. Je leeft je hobby en je hobby is je werk. Je loopt niet weg voor een uitdaging. Je probeert te luisteren naar anderen ook al hebben zij soms een andere mening. Je helpt waar nodig. Je bent niet verslaafd, hebt geen schulden en betaalt netjes belasting. Je geniet van een ijsje in de zon. Je geniet van een etentje met vrienden. Jouw glas is half vol. Je kunt en gaat af en toe met vakantie. Je hebt een prima gezinsleven. Je bent tevreden. Eigenlijk zouden de mensen het dichtstbijzijnd trots kunnen zijn op wat je doet, kunt en hebt bereikt. En toch.

Toch is je broek niet een pak. Je t-shirt niet een colbertje. Zijn je opdrachtgevers niet je vaste bazen. Heb je geen topfunctie gewild. Je woont niet naar maatstaven ook al heb je een huis met een tuin maar ja in die tuin staan lelijke tuinmeubels. Waarom zou je op vakantie gaan naar zo’n vreemde plek? Daar is toch niets te doen? En ga zo maar door.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.