De drie beste:

‘…Ik zag jongemannen op een podium die heel blij waren. Meisjes stonden vooraan bij het podium met handen in de lucht. Ze moesten lachen, een beetje verlegen. “Als je bitch wil chillen, is ’t geen probleem/dan ga ik erheen, ik kom niet alleen/want ik heb drank en drugs -…’ — Popprijs: Ik heb het tegen jou bitch!

‘…Ik ben een beetje in de war. De laatste tijd valt het me op, doordat ik bezig ben met schrijven over een fictief personage dat tijdelijk emotioneel in de war is, niet gek, en ik research moet doen en dus ook met hulpverleners praat -…’ — In de war van de verwarde mens.

Iedereen heeft er een. Anders was je hier niet. En je mag van geluk spreken dat jij en je moeder een fijne band hebben. Je mag boffen als je nog een ‘op de achtergrond moeder’ hebt die er soms, als opvoeder, voor je mag zijn waar je goed contact mee hebt -…’ — Moederdag? Niet vanzelfsprekend.

 

Trein en tramleven.

Het is kouder dan uren geleden als ik naar het station loop. Ik heb geen haast, ik loop een beetje te genieten. Ik geniet van de avond. Het is donker maar er schijnen lichtjes. Lantaarnpalen, buitenlampjes en neonreclame. Mijn werkdag zit erop. Het is genoeg geweest.

Bij het station is het erg stil. Normaal gesproken is het erg rumoerig en druk. Dan staan er mensen te wachten en kijken ze op hun mobiel of bellen ze. Lopen ze gehaast naar de tram- of bushalte met een strak gezicht. Soms rennen er mensen voorbij die ook willen bellen maar dat lukt niet zo goed.

#tramleven

Ik ben benieuwd of de trein weer last heeft van uitvalverschijnselen, net als de dagen ervoor. Maar ik erger me niet en loop door de poortjes. Over poortjes gesproken, er staan een jongen en een meisje te dralen voor de toegangspoortjes. Ze kunnen er niet doorheen. Ze wachten net zo lang totdat er wel iemand doorheen loopt zodat ze erachter aan kunnen. Kind kan de was doen. Wat is nou verstandiger? Wel of geen toegangspoortjes, vraag ik me af. Ik bof. Terwijl ik op de roltrap naar beneden loop komt mijn sneltrein eraan. Ik zit in het tussenstuk tussen twee mannen met net zulke spierbundels op hun armen als bovenbenen. Ik voel me steeds kleiner worden. Een oudere dame tegenover me breit een sjaal van dik blauwe wol. Als de trein stopt prop ik mezelf eruit.

In de tram hoor ik ‘hopelessly devoted to you’ uit Grease door de boxen schallen.

Tram 11 staat klaar als ik aan kom lopen. Als ik ga zitten en de tram wegrijdt hoor ik ‘hopelessly devoted to you‘ uit Grease door de boxen schallen. Naast me zit een dame friet te eten. Ik heb nog niet gegeten. De tramchauffeur zingt hard mee. Normaal gesproken hou ik niet zo van mensen die neuriën en hardop zingen. Het bemoeit zich dan teveel met mijn eigen gedachten en mijmeringen.

Het is een gewone avond.
Of toch niet?

Wat het nieuws met me doet en wat het zou moeten doen.

Het is tegenwoordig een hele klus om het nieuws dat ik voorgeschoteld krijg te kanaliseren, bedacht ik me. Ik word overstroomd met bangmakerij. Ik heb er soms last van en kan het soms moeilijk achteloos over mijn schouders gooien.
Gisteren bekeek ik een nieuwssite waarbij de kop schreeuwde: ‘Nederland staat hoog op de lijst van IS om een aanslag in te plegen.’ Ja? En? Wat moet ik ermee? Ik zat erbij en keek er naar. Mijn koffie dreigde er koud van te worden omdat ik tijdens het nadenken vergat te drinken. Wat moet ik doen dan? Een kogelvrij vest kopen? Niet meer naar stations gaan ook al moet ik werken? Wat zegt zo’n bericht me nou? En net toen ik dat verwerkt had las ik een artikel in de Volkskrant over een natuurkundige- en wetenschappelijke berekening, gemaakt door ene Ingo Piepers, die voorspelde dat er in 2020 een oorlog komt. Oké dan! Maar wat moet ik tot die tijd?

Sinds wanneer is nieuws altijd, maar dan ook altijd bangmakerij, stemmingmakerij, speculeren en roddel? Is dit wat de samenleving is? Dat is toch niet waar?! Ik zoek het ook niet meer op. Ik scan door het nieuws, ik klik soms bewust niet meer op linkjes van artikelen. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom mensen op Facebook en dergelijke kattenfilmpjes, vriendschapsfoto’s en andere gezelligheid plaatsen. Het is (soms) vermakelijk, leuk en vluchtig. Want het negatieve nieuws blijft te lang als een zware deken hangen en kun je amper wegblazen. En wat eenmaal de wereld in geroepen is blijft sowieso hangen. Je slaat het op ook al wil je niet.

Wat het nieuws met me doet en wat het zou moeten doen.

Nieuws zou zoveel mogelijk alles moeten belichten wat er belicht moet worden. Een lamp die schijnt naar de ene hoek van de kamer zou je ook moeten keren naar de andere hoek om ook daar te zien wat er ligt. En als het te donker is maak je licht. En als er geen licht is, zoek je licht. De mensen met de kennis en kunde en de mogelijkheid te dansen met woorden hebben invloed op wat er geschreven en belicht wordt en zouden moeten inzien hoe kostbaar en waardevol die woorden zijn. In de politiek, vooral de politiek van nu, worden woorden zorgvuldig afgewogen en expres hardop benoemd. Dat Rutte het heeft over asociale illegalen die moeten ‘ophoepelen’ is niet zomaar impulsief de wereld in geslingerd.

Ik kan niets met zulk groot nieuws dat ik niet kan grijpen.

En terwijl ik zo zat te mijmeren over allerlei ellende op wereldvlak, bedacht ik me dat het misschien een goed idee was het meer in mijn naaste kring te zoeken. Ik kan de wereldproblematiek niet in mijn uppie oplossen en mijn buren ook niet maar ik kan wel helder proberen te denken en mijn invloed kleinschaliger maken, desalniettemin net zo belangrijk. Het moment is nu, vandaag, dit ene uur. Ik kan mokken, zeuren en piepen of ik kan er het beste van maken terwijl ik zorg geef aan mezelf maar ook een beetje kan zorgen voor mijn familie, vrienden, de buurt en wijk.

Sinds wanneer is nieuws altijd, maar dan ook altijd bangmakerij, stemmingmakerij en bovendien soms eenzijdig en sturend?

Ik kan niets met zulk groot nieuws dat ik niet kan grijpen. Ik kan wel aandacht geven aan mijn naasten. En laat ik nou toch een beetje sentimenteel doen, omdat het december is en het jaar bijna om is, en dat ellendige, veel te grote nieuws opzij schuiven.