Skip to content →

Karin Ramaker Posts

Oefenen op Juniortje.

Ik zat weer eens in een groep. Een redelijk grote groep deze keer. Twee mannen en de rest vrouwen. Een aantal waren net als ik voor hun werk bij de herhaling van de kinder-ehbo. Dat is verplicht. De anderen waren jonge ouders of aanstaande ouders. Er zat een oma bij die meer wilde weten over kinder-ehbo voor haar kleinkinderen en er was een adjunct directeur present. Ze leek ook op een adjunct directeur; strak in het pak en felrode nagels en lipstick. Ze had net een zoontje gekregen en was ‘een beetje paniekerig’ als ze met hem alleen was. Het zou zo’n avond worden, verzuchtte ik.

‘Maar je hebt nu geen kinder-ehbo diploma?’ vroeg de lerares, een krasse dame met Rotterdams accent. De adjunct directeur schudde haar hoofd.

‘Is dat niet aanbevolen op scholen?’

‘Ja, maar niet voor iedereen.’

‘Heb jij niet een voorbeeldfunctie?’ snibde de lerares.

De toon was gezet. Ik nam nog een kopje thee.

We bespraken onderwerpen als controleren van bewustzijn en ademhaling, wat te doen bij verstikking, hoe je de ademweg moest vrijhouden bij bewusteloosheid en hoe je moest reanimeren bij baby en het jonge kind. Allemaal onderwerpen waarbij de meesten geïnteresseerd meeluisterden maar de adjunct directeur alleen maar witter wegtrok. Toen ze eenmaal een oefening moest voordoen trok ze haar strakke broek op en tegenstribbelde dat ze niet door haar knieën kon want haar broek zat te strak.

‘Hoe ga je dat doen als je kind ademnood heeft?’ wilde de lerares weten.

We werden verdeeld in groepjes. We oefenden op Juniortje, een halve pop die er voor dood bij lag. Hij had een plastic kapje rond zijn mond voor de hygiëne en als je beademd had veegde je het weer schoon met een alcoholdoekje. Ons groepje was niet meteen aan de beurt dus wij oefenden nog even de stabiele zijligging. Na een controle van de lerares konden we naar Juniortje.

‘Gadverdamme!’ riep een cursist uit. Ze wees naar de pop. Het leek wel bloed maar dat kon niet. Mevrouw adjunct had haar felrode mond op de mond van Juniortje gezet, een paar keer gepuft maar het vergeten af te vegen met een alcoholdoekje. Juniortje zag er niet uit. Ik keek op de klok van mijn telefoon. Nog ruim twee uur te gaan. …

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

One Comment

Haar haren waren niet langer blond meer.

We hadden net een fles water besteld. Het werd door een vriendelijke dame van de wijnbar op ons kleine houten tafeltje gezet. Terwijl we spraken over van alles en nog wat, kwam er plotseling een ferme uitroep uit vriendin haar mond. Een soort ‘Aaah!’ ofzo. Ik schrok. Wat was er in vredesnaam aan de hand!
Soms vertraagt het beeld een beetje. Je kunt er niets aan doen. Ik zag bijna in slow motion hoe A. de fles met water al in haar hand had, klaar om het water er in een grote boog uit te gooien. Ik rook ook iets dat verschroeid was. En toen keek ik pas achter mij.

Er zat een jonge meid met mooi blond, dik haar ineengedoken aan tafel. Ze was nog net niet overstuur. Haar tafelgenote probeerde haar rustig te houden. Wapperde wat met een tissue. Ondertussen zat ze aan haar haar.

‘Haar haar stond in de fik.’ zei A.
‘Ik zag de vlam.’

In een soort nis in de muur stond een klein, guitig waxinehoudertje met een brandende kaars erin. De blonde dame had met haar haren te dicht op het kaarsje gezeten. Haar haren waren niet langer blond meer. Het was aan de achterkant een tikje zwartgeblakerd.

‘Gaat het?’ vroeg de bediende van de wijnbar bezorgd.

‘Ik denk dat het wel gaat.’ zei ze, nog steeds beduusd, bijna huilend.

Ik moest denken aan jaren geleden toen ik met vriendinnen zat te eten in een restaurant en iemand achter ons moest overgeven. Er doken mensen weg, de bediening zag het niet en presteerde het om gewoon wat hamburgers voor de mensen naast ons neer te zetten.

‘Eet smakelijk!’ zei de bediende nog enthousiast.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Leave a Comment

Eigenlijk was het een perfecte nacht om in een café van gedachten te wisselen over de zin van het leven.

Ik zat met vier mannen in Café de Pakschuit. Een donkere kroeg met een bar, drinkende muzikanten en hoge tafels met krukken. Gelukkig wel met een leuning want ik zit nooit zo prettig op een hoge kruk. Zeker niet als ik er uren op moet zitten.

En waar je normaliter zou denken, na een bepaalde tijd wordt er alleen maar geouwehoerd, neen, er ontstonden zeer diepe gesprekken. Over vriendschappen. (Je leert je vrienden pas kennen in tijden van nood) Over onze jeugd. Over religie. Over verschillen en overeenkomsten. Eigenlijk was het een perfecte nacht om in een café van gedachten te wisselen over de zin van het leven. En over een schilderij van Rembrandt en een christelijk boek met een interessante vertelling.

Ik staarde naar een donker bier van mijn buurman. Een behoorlijk groot gevuld glas. Vol. Er was nauwelijks uit gedronken, misschien omdat de beste man het te druk had met verhalen vertellen. Het leven is te gieten in een glas gevuld met donker vocht, dacht ik. Ontkiemende korrels, de kiemkracht, de oogst, het brouwen, het gisten, het proeven.

Gerst betekent in het Engels barley. Het komt van het Hebreeuwse bar dat gerst betekent. Ik vroeg me af of de bar die wij kennen komt van gerst, barley, de bar. Bar betekent ook zoon, erfgenaam. Gerst staat in de Bijbel bekent als overwinnaars. Nu voel ik me allesbehalve christelijk maar mag ik de symboliek van verhalen met parallellen wel waarderen.

Die nacht droomde ik dat ik aan een bar stond. Die bar was veel te hoog. Ik moest op mijn tenen staan om over de rand een glas water te pakken. Het was een longdrink glas, doorzichtig, vol met water. Toen ik het glas vastgreep ging hij als doorzichtige folie in elkaar. Toen ik mijn hand, verschrikt, van het glas wegnam bolde hij weer uit. Ik probeerde het nog een keer. En nog een keer. Het was een meebewegend glas met helder en zuiver water.

We zaten tot ver na sluitingstijd. Sluitingstijd in Den Haag is twee uur ongeveer. Iedereen was al naar huis, het donker in. De barvrouw was aan de schoonmaak begonnen. Het voelde als de nacht die steeds meer nacht werd. Ik blijf me verbazen als Brabander over de vroege sluitingstijden in het Haagse. Zo’n grote stad en dan zo vroeg sluiten. Maar goed. Ik zat dus met vier mannen in Café de Pakschuit tot ver na sluitingstijd. Het was goed.

(De volgende keer schrijf ik over een avondje borrelen en haar dat in de fik vloog. …)

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Leave a Comment

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten