Ik kreeg een snelcursus omdenken.

Mijn haar werd korter geknipt. De kapper woelde eerst door mijn haren voordat er met een grote schaar geknipt ging worden. Hele happen haar dwarrelden naar de vloer. Het werd later een berg van gespleten punten, zon gedroogde blonde pieken. Ik keek ernaar toen de kapper een bezem haalde en met een haal mijn dode haarpunten wegvoerde naar de hoek van de winkel. ‘Ik ruim het later wel op.’ Zei ze.

Het was een weggeknipt stukje zeer dat naar beneden viel. Het gaf ruimte om nieuw haar te laten groeien. Gezonde plukken die natuurlijk glansden in het licht. Donkerder vooral. Ik was niet 5.13 * blond eigenlijk. Ik was altijd bruin geweest. Een 7.
‘Gelukkig knip je ook mijn grijze haren eruit.’ Mompelde ik vanonder haar oksel. Ze boog over me heen om erbij te kunnen.
‘Je hebt er niet veel. Het valt niet op.’ Zei ze kort en kamde een kant weer glad.
‘Ze zijn stug.’ Zei ik.
‘Maar met fijn haar vult het weer op.’
Ik kreeg een snelcursus omdenken.
Ik vroeg me af of deze kapper dagelijks mensen in haar stoel had die wensten dat hun haren korter geknipt zouden worden om opnieuw te beginnen.
‘Je haar laten knippen of verven, veranderen, is altijd therapie.’ Legde ze uit.
Zelf had ze pas geleden haar haren fel roze geverfd.
‘Moet je niet te vaak doen hoor. Blonderen is slecht voor je haar. Het moet eerst geblondeerd worden waarna de echte kleur erin gaat.’
Ze hield van een flinke uitdaging.
‘Ik heb weleens iemand in de zaak gehad die te vaak geblondeerd was en hier kwam met afgebroken haren.’
Ze pakte de föhn en droogde mijn haren. Ze veranderde mijn scheiding. Het viel in het midden terwijl ik een klein beetje ernaast zat.
Ik betaalde. Mijn haar was licht en veerde op toen ik later wegliep.
‘Het is vier centimeter korter.’ Legde ik aan mijn gezelschap uit. Alsof ik een hele lading kwijt was.
Ik woelde door mijn haren waardoor mijn scheiding weer goed zat.

*Haarkleuren zijn in de kapperswereld in cijfers uitgedrukt.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Verwarring in de trein.

Afgelopen week sprak een mevrouw me aan. Ik was net opgestaan om naar de uitgang te lopen. Ze wees naar een symbool op het raam. Het was een mannetje met een laptop. Volgens mij zweefde die laptop ook nog eens in de lucht. ‘Ik dacht dat het een stilte coupé was maar iedereen praat!’ Het klonk als een klein verwijt. Ik was verbaasd. Ik was me van geen kwaad bewust. ‘Ik heb geen idee!’ zei ik. Ik besloot in de volgende trein een foto te nemen van het verwarrende symbool en het de NS zelf te vragen.

‘Deze zone is ingericht om rustig te reizen. Hier kan de reiziger lezen, werken, slapen of zachtjes praten. De stoelen staan daarom zoveel mogelijk achter elkaar en niet tegenover elkaar.’ Aldus de twitteraar van de NS.

Een paar dagen later en een trein terug naar huis hoor ik een groep studenten met elkaar praten. Ik kijk naar het symbool in het raam. Een vliegende laptop en wat andere spullen boven een mannetje dat zit. ‘Wist je dat er naast een stilte coupé en een gewoon praten coupé ook een werkcoupé is?’ Niemand wist het. Wist jij het?

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Eerst moet je afbreken wil je weer opbouwen.

‘Ik moest aan jou denken toen ik in een gesprek zat en iemand vertelde dat al die Brabanders die naar het westen zijn verhuisd op enig moment weer teruggaan.’ Ze lachte. Ze wist inderdaad mijn antwoord al. Er zou heel wat moeten gebeuren, iets onvermijdelijks of cruciaal, waardoor ik zou besluiten terug te keren.

We zaten, op haar uitnodiging, aan de bar in een vrij druk café ergens op een hoek van een straat. Buiten zaten mensen met dikke vesten aan te pimpelen bij het kaarslicht. Het was het begin van de herfst, een tijd die ik erg prettig vind. De bomen veranderen van kleur. Alles laat los en er is tijd voor afbreuk en langzame vervanging. Eerst moet je afbreken wil je weer opbouwen.

Ze ging verhuizen binnenkort. Terug naar haar roots. Niet exact terug naar haar geboorteplaats maar in ieder geval dichterbij. Ze was haar accent nooit kwijtgeraakt terwijl ik vele malen te horen kreeg dat ik ‘zo haags’ was gaan spreken. Ze hoopte dat de verhuizing soepel zou verlopen en vond het allemaal spannend. Er moest nog veel verbouwd worden. Ze liet een paar foto’s zien van de nieuwe woning.

‘Je leert je vrienden wel kennen als je gaat verhuizen.’ zei ze. Ik beaamde het. Ik had een vriendin die slechts twee keer naar het westen kwam, een keer met de trein, wat ze een crime vond, de tweede keer met de auto maar die kreeg onderweg pech, en ze vloekte op het drukke verkeer, de trams en alles wat anders was dan daar waar ze vandaan kwam. Later verwaterde het contact en sprak ik naar niet meer. Jaren ervoor zwaaide ze een andere vriendin uit die naar Maastricht ging verhuizen. ‘Ik kan er niks aan doen dat zij is weggegaan.’ vertelde ze mij. Ze had een reden om niets meer te ondernemen.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.