Wat is normaal?

Vorige week zat ik in de zon  toen de school uit ging. Er kwamen al wat kinderen naar buiten met hun jas half over hun schouders, rugzakken sleurend over de grond. En toen kwam er een jongetje naar buiten die het even op een krijsen zette, zijn billen wiebelde en zijn armen en toen weer rustig naar binnen liep. De wachtende ouders schoten in de lach. ‘Hij moest even uitkuren blijkbaar.’ zei mijn buurvrouw. ‘Dat moesten volwassenen nou eens doen.’ reageerde ik. Maar ja, wij moeten normaal doen en vooral niet uit de toon vallen. Als je uit de toon valt, val je op. Niet iedereen kan daar goed mee omgaan.

En zo zijn er kinderen die uit de toon vallen. Ze leren minder snel dan wat de norm voorschrijft. Het valt op in de klas waar een bepaalde norm het uitgangspunt is. In plaats van te kijken naar talent en dit op positieve manier uit te dagen kijken we naar wat uit de toon valt en dus abnormaal is en blijkbaar daarom negatief. Ik liep ooit stage, een jaar lang, bij een MLK school, een school voor moeilijk lerende kinderen en zag niveauverschillen maar ook iets heel anders.

Jouw normaal is misschien niet mijn normaal.’ — Een quote op Twitter.

En zo kan het ook zo zijn dat er ouders zijn die hun kind meenemen in de kinderwagen en voorbijgangers in de wagen kijken omdat hen iets opvalt. Het kind is anders. Misschien kun je het helemaal niet plaatsen. Hoeft ook niet, niemand heeft je gevraagd een examen te doen in kinderen die anders zijn. Maar ben je oprecht en wil je uit een pure interesse vragen stellen (om beter te begrijpen) zou ik de ouder aanspreken. Een aantal weken geleden vroeg mijn oppaskind waarom die meneer in de rolstoel maar een been had. Ik stelde voor het aan hem te vragen. Ik wil niet die vreemde blikken, de nieuwsgierigheid of het gesmiespel achteraf. Het was geen sensatie. (Uiteindelijk is de vraag nooit gesteld aan de man, hij zoefde weg in zijn elektrische rolstoel.)

Maar bovenal vraag ik me de laatste tijd af waarom we zo de nadruk leggen op afwijkend, anders en niet normaal. In mijn oude stad waar ik opgroeide waren mensen met andere (afwijkende) kleding raar en werden nagekeken en soms zelfs nageroepen. Ik werd op school ook uitgelachen omdat ik ervoor koos iets anders te dragen dan de rest van de school. Ik ben blij dat ik nu in een stad woon waar alles mag en kan. Niemand let op je. Iedereen draagt zijn eigen mode. Wie zou jij zijn om daar iets over te zeggen.

‘Doe normaal.’ wordt zelfs geroepen door de Minister President. Toen ik het las in de krant en later zag in een tv programma wilde ik graag weten wat normaal doen was. Was dat een kort geknipt kapsel met een scheiding aan de zijkant? Je witte blouse in je broek gestopt? Keurig in het pak? Is het meedoen op hetzelfde tempo als iedereen? Haalt iedereen dan de eindstreep? Wat gebeurt er als je iets langer naar school gaat omdat je langer de tijd nodig hebt? Wat zou er zo desastreus zijn als je de eindstreep wel haalt maar veel later of helemaal niet? Wat is er beter of slechter? Wie bepaalt dat? Wat is normaal?

Normaal is gangbaar. Dat is wat er in grote lijnen is vastgesteld en wordt nageleefd. De rouwdouwers, de visionairen, de eigenwijzen, de creatieven, de ik-doe-alles-in-mijn-tijd-en-op-mijn-tempo zijn juist degenen die een strik in de eindstreep leggen. Ik hou ervan.

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Een terugkerend onderwerp de laatste tijd met jonge kinderen. En het heeft niets met religie te maken, hoewel de bijbelspreuk daaruit voortkomt. Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden.

‘Ik begrijp het niet.’ zei mijn oudste oppaskind vanmiddag. ‘Weet je wat ik niet snap?’ ‘Nou?’ ‘Dat als een vriendje iets niet leuk vindt dat iemand doet, dat hij dan wel stom doet en iets niet wil als ik hetzelfde doe!’ ‘Dan zegt ie: Stop daarmee! Maar hij heeft het net ook bij mij gedaan of bij iemand anders!’ Verontwaardiging alom.

Het zijn eigenlijk altijd de leukste en meest leerzame gesprekken om te hebben aan de keukentafel na schooltijd. ‘Sommige kinderen en ook volwassen mensen hebben dat niet in de gaten.’ zei ik. Hij dronk, na erover nagedacht te hebben,  zijn glas sap leeg en ging toen met lego spelen. Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

‘En gelijk gij wilt dat u de menschen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.’

Dat is het. Niets meer dan dat.

Heel soms zou ik met je willen ruilen. Jij begint elk moment met nu, op dit moment. Alles ervoor lijkt niet opgeslagen of vergeten waardoor de traan die je liet omdat je pijn had of ongemak voelde weer opdroogt, alsof hij ervoor niet heeft bestaan. En dus was ervoor iets onbestaanbaar en wat er komen gaat irrelevant.

Wij, grote mensen, willen zo volwassen doen maar we bakken er maar weinig van. Alle opgeslagen herinneringen maken ons weemoedig en angstig want we denken meer aan narigheid dan aan het mooie. Wij weten namelijk wat er voorheen gebeurd was, dat die ene prik zo pijn deed, we bang waren voor een operatie, we die ene kamer niet prettig vonden en dat we die momenten opslaan als een zin in een dagboek.

Dit moment. Het moment waarin alles stil staat en de belangrijkste mensen ertoe doen. Dat is het. Niets meer dan dat.

En jij zit weer parmantig in je bed om je heen te kijken en is alles wat ervoor was alweer kwijt. We maken ons zorgen maar we zijn te weinig bezig met wat er nu bestaat. We gaan naar cursussen om te leren hoe je moet ademhalen, kunt luisteren naar je hart en we leren dat het kopje koffie dat we in onze handen houden en uit drinken dit moment is. Precies dat moment dat we de koffie te heet drinken en weer moeten wachten totdat ie afgekoeld is en onze gedachten weer afdwalen.

We dwalen met onze gedachten af naar nare sprookjes die altijd erger zijn dan onze verzinsels of we bakenen onze gedachten af om niet te erg overdonderd te worden als het eenmaal zover is. Ondertussen is er voor jou niets dan een knuffel, een lach en wat er is. Dit moment. Het moment waarin alles stil staat en de belangrijkste mensen ertoe doen. Dat is het. Niets meer dan dat.

In English here.