James Brown.

Er zit een man met dik, glanzend zwart gekamd haar in een leren jack op een stoel aan een lange tafel. Hij heeft zijn benen in zwarte pijpen voor zich uit gestrekt en een leren bruine koffer staat in perfecte lijn naast zijn gestalte. Zijn slangenleren cowboyboots schitteren in het tl licht. Hij houdt een wit bekertje in zijn ene hand met blauwe letters erop en hij zet zijn zonnebril niet af, ook niet als hij langzaam een slok neemt. James Brown.

Mensen lopen langs hem heen met boodschappenkarren. Ik ook. Ik heb een kipfilet nodig uit de koeling en kan er bijna niet bij. Ik moet de glazen deur openen waar hij pal voor zit. De koelte komt me tegemoet als ik snel de deur open en een plastic bakje eruit haal. Hij verroert zich niet, kijkt stoïcijns voor zich uit. Hij klemt zijn vingers met grote ringen om het witte bekertje en drinkt langzaam zijn laatste slok.

Bij de kassa staat Alfred Birney. Hij heeft zijn witte overhemd achteloos om zijn lijf gehangen en is het vergeten te strijken. Zijn grijze haren pieken bij zijn oren. Hij legt langzaam, relaxt, zijn boodschappen in een tasje. Even rustig en langzaam loopt hij na het betalen de Albert Heijn uit.

Ik heb vandaag James Brown én Alfred Birney gezien.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Suzanne was zestien. Dat bleef ze ook.

Er reed een auto tegen een boom en het was gebeurd. Toen we die maandag op school kwamen was het stil in de aula. Ze was er niet meer. Suzanne. Op zaterdagavond laat, middenin de nacht waarschijnlijk, waren ze in een auto gestapt en niet meer thuisgekomen. De bestuurder, amper achttien jaar oud, was door een bocht gevlogen.

De auto had misschien met een enorme sliding in het weiland terecht kunnen komen, over de kop kunnen gaan en om zijn as kunnen draaien voordat hij tot stilstand kwam maar de klap was velen malen erger. De hele voorkant was weg. Ze zaten ingeklemd. Iemand was uit de auto geslingerd en lag meters ver op de weg. Het had geen zin meer je af te vragen waarom ze geen gordel droegen.

Een paar dagen later kwamen we de kleedkamer in van onze balletschool. Ook daar zat men stil op de houten banken en we zwegen toen we ons omkleedden. Suzanne zat in onze groep maar ze was er niet meer. Het was vreemd want het leek alsof ze gewoon op een lange vakantie was en elk moment zou kunnen terugkeren.

Op het plein bij ons huis trapten wat jongeren verveeld tegen een bal. Twee meisjes zaten op de stoep voor zich uit te staren. Ook hier kwam Suzanne vaak het plein op om af te spreken. Dan zat ze op de stoeprand of voetbalde een beetje tegen een muurtje. Soms wachtte ze op een vriendin die nog moest eten en later naar buiten zou komen.

Suzanne was zestien. Dat bleef ze ook. Vandaag kocht ik Na Mattias van Peter Zantingh en dacht aan haar.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Niet meer meekijken over hun schouders.

Ik kijk naar ze. Twee jonge jongens. Naast elkaar. Ze houden een gesprek zonder zich te realiseren dat ik meeluister. Ik luister vaak mee. Ik weet (en wist) en hoor veel. ‘Ja, dat weet ik.’ zei ik vaak als ze iets vertelden en ik ineens aanvulde. ‘Ik weet alles. Ik ben net Sinterklaas.’ grapte ik dan met een serieus gezicht.

Ik zat soms aan de keukentafel en hoorde gemompel of er werden losse flarden van zinnen naar me de ruimte ingezonden waardoor ik een vraag stelde.
Nu sta ik pal achter hen en zie hun fijne schouders en bekijk de manier waarop ze staan. Ik zie de achterkant van hun hoofd. De een krulhaar, de ander piekhaar. Als ik op het terras zat bij de voetbaltraining kon ik feilloos hun lichaam ontdekken in de groep, puur en alleen op de manier waarop ze liepen. Of sjokten. Of renden. Of stilstonden.

Ik heb een beeld hoe ze straks in de puberteit zullen gaan en hun lijf en stemmen veranderen. En wat de een zal gaan doen en de ander ook. En hoe groot ze zullen worden totdat ze uitgegroeid zijn. Alleen fietsen zonder hulp.

Ze lopen naast me. Met me. Daarna laat ik ze los. Dan gaan ze verder zonder mijn begeleiding. Het is een gek gevoel, dat loslaten. Het is het rotsvaste vertrouwen hebben dat ze het ook zonder mij gaan doen. En dat ik niet meer met ze mee wandel en mee kijk over hun schouders.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.