Ik snak naar de tijdloosheid.

Ik las een boek waar de schrijver vertoefde in Oostende. Meteen zag ik de kolkende schuimkoppen weer het strand op gaan. Een paar jaar geleden was ik in Oostende. Weliswaar in de late zomermaanden met bezette strandhuisjes op een rij. Een enkele gast liep op het strand. Het was toen al een beetje verlaten. Oostende heeft iets troosteloos maar schraal romantisch.

In mijn fantasie (en daardoor rijkdom) zou ik het liefst in de herfst en wintermaanden vertoeven op een plek als Oostende. Alles wat ik nodig zou hebben zou een rantsoen aan eten zijn, een warme kachel, goed licht en een laptop om te schrijven. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Zonder afleidingen. Geen gesprekken, geen telefoontjes. Ik snak naar de tijdloosheid ervan.

In plaats daarvan zit ik op mijn zolderkamer in een open ruimte waar mensen langslopen om heel even wat te vragen. Het is er best te doen hoor, ik heb er nu al meer dan 34.400 woorden getikt. Ik drink een kop koffie, lunch er. Maar er zijn geen kachels, geen kolkende schuimkoppen en er is geen troosteloze, schrale romantiek. Sommige muzikanten willen helemaal naar de verste oorden om te kunnen componeren. Misschien is het een rijkdom en luxe omdat je in je hoofd op elke plek kunt zijn waar je maar wenst. Dus ik waan me in het grijze Oostende, in een appartement met uitzicht op zee or ergens in een klein huisje aan de kustrand met het plan dat ik na een hele dag schrijven, terwijl de lantaarnpalen aangaan en de mensen huiswaarts keren -de wind in hun rug – een plekje zoek in het lekkerste restaurant aan de boulevard. Het is eigenlijk heimwee.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Ik kreeg een snelcursus omdenken.

Mijn haar werd korter geknipt. De kapper woelde eerst door mijn haren voordat er met een grote schaar geknipt ging worden. Hele happen haar dwarrelden naar de vloer. Het werd later een berg van gespleten punten, zon gedroogde blonde pieken. Ik keek ernaar toen de kapper een bezem haalde en met een haal mijn dode haarpunten wegvoerde naar de hoek van de winkel. ‘Ik ruim het later wel op.’ Zei ze.

Het was een weggeknipt stukje zeer dat naar beneden viel. Het gaf ruimte om nieuw haar te laten groeien. Gezonde plukken die natuurlijk glansden in het licht. Donkerder vooral. Ik was niet 5.13 * blond eigenlijk. Ik was altijd bruin geweest. Een 7.
‘Gelukkig knip je ook mijn grijze haren eruit.’ Mompelde ik vanonder haar oksel. Ze boog over me heen om erbij te kunnen.
‘Je hebt er niet veel. Het valt niet op.’ Zei ze kort en kamde een kant weer glad.
‘Ze zijn stug.’ Zei ik.
‘Maar met fijn haar vult het weer op.’
Ik kreeg een snelcursus omdenken.
Ik vroeg me af of deze kapper dagelijks mensen in haar stoel had die wensten dat hun haren korter geknipt zouden worden om opnieuw te beginnen.
‘Je haar laten knippen of verven, veranderen, is altijd therapie.’ Legde ze uit.
Zelf had ze pas geleden haar haren fel roze geverfd.
‘Moet je niet te vaak doen hoor. Blonderen is slecht voor je haar. Het moet eerst geblondeerd worden waarna de echte kleur erin gaat.’
Ze hield van een flinke uitdaging.
‘Ik heb weleens iemand in de zaak gehad die te vaak geblondeerd was en hier kwam met afgebroken haren.’
Ze pakte de föhn en droogde mijn haren. Ze veranderde mijn scheiding. Het viel in het midden terwijl ik een klein beetje ernaast zat.
Ik betaalde. Mijn haar was licht en veerde op toen ik later wegliep.
‘Het is vier centimeter korter.’ Legde ik aan mijn gezelschap uit. Alsof ik een hele lading kwijt was.
Ik woelde door mijn haren waardoor mijn scheiding weer goed zat.

*Haarkleuren zijn in de kapperswereld in cijfers uitgedrukt.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Verwarring in de trein.

Afgelopen week sprak een mevrouw me aan. Ik was net opgestaan om naar de uitgang te lopen. Ze wees naar een symbool op het raam. Het was een mannetje met een laptop. Volgens mij zweefde die laptop ook nog eens in de lucht. ‘Ik dacht dat het een stilte coupé was maar iedereen praat!’ Het klonk als een klein verwijt. Ik was verbaasd. Ik was me van geen kwaad bewust. ‘Ik heb geen idee!’ zei ik. Ik besloot in de volgende trein een foto te nemen van het verwarrende symbool en het de NS zelf te vragen.

‘Deze zone is ingericht om rustig te reizen. Hier kan de reiziger lezen, werken, slapen of zachtjes praten. De stoelen staan daarom zoveel mogelijk achter elkaar en niet tegenover elkaar.’ Aldus de twitteraar van de NS.

Een paar dagen later en een trein terug naar huis hoor ik een groep studenten met elkaar praten. Ik kijk naar het symbool in het raam. Een vliegende laptop en wat andere spullen boven een mannetje dat zit. ‘Wist je dat er naast een stilte coupé en een gewoon praten coupé ook een werkcoupé is?’ Niemand wist het. Wist jij het?

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.