Ik verblijf in mijn eigen omhulsel.

‘Toen stond ik dus voor die draaideur, ging ie niet open!’ Ik hoor flarden van een gesprek. De persoon vertelt een verhaal aan mij. Ik hoor het nauwelijks. Het interesseert me ook niet. Mijn hoofd maakt alles dat vol zit nog voller. Het zijn propjes watten die allemaal tegelijk in een doorzichtige pot geduwd worden. Ik raak vol. Er kan geen verhaal, anekdote, mop, vraag, opmerking of ellende van een ander bij. Ik zie haar lippen bewegen. De onderkant en bovenkant gaan van elkaar af en komen weer samen. Dit alles zonder geluid. En als ik met mijn ogen knipper lijkt het zelfs gesproken in slow motion. Nog steeds zonder geluid. Ik draai mijn hoofd weg en kijk uit het raam.

Ik verblijf in mijn eigen omhulsel. Er kan geen emotie bij. Het is een onzichtbare tent met doorzichtige lakens. Ik zit in het midden, de rest zit er buiten. Blijf maar daar. Vertel je verhaal maar aan iemand anders. Bel me maar als je echt wilt weten hoe het gaat. Ik heb geen energie om naar je grappige of ellendige teksten te luisteren. Begrijp je het niet? Mijn hoofd zit vol, mijn hart is gekrompen en het is aan mij om vol te houden.

Wat is normaal?

Vorige week zat ik in de zon  toen de school uit ging. Er kwamen al wat kinderen naar buiten met hun jas half over hun schouders, rugzakken sleurend over de grond. En toen kwam er een jongetje naar buiten die het even op een krijsen zette, zijn billen wiebelde en zijn armen en toen weer rustig naar binnen liep. De wachtende ouders schoten in de lach. ‘Hij moest even uitkuren blijkbaar.’ zei mijn buurvrouw. ‘Dat moesten volwassenen nou eens doen.’ reageerde ik. Maar ja, wij moeten normaal doen en vooral niet uit de toon vallen. Als je uit de toon valt, val je op. Niet iedereen kan daar goed mee omgaan.

En zo zijn er kinderen die uit de toon vallen. Ze leren minder snel dan wat de norm voorschrijft. Het valt op in de klas waar een bepaalde norm het uitgangspunt is. In plaats van te kijken naar talent en dit op positieve manier uit te dagen kijken we naar wat uit de toon valt en dus abnormaal is en blijkbaar daarom negatief. Ik liep ooit stage, een jaar lang, bij een MLK school, een school voor moeilijk lerende kinderen en zag niveauverschillen maar ook iets heel anders.

Jouw normaal is misschien niet mijn normaal.’ — Een quote op Twitter.

En zo kan het ook zo zijn dat er ouders zijn die hun kind meenemen in de kinderwagen en voorbijgangers in de wagen kijken omdat hen iets opvalt. Het kind is anders. Misschien kun je het helemaal niet plaatsen. Hoeft ook niet, niemand heeft je gevraagd een examen te doen in kinderen die anders zijn. Maar ben je oprecht en wil je uit een pure interesse vragen stellen (om beter te begrijpen) zou ik de ouder aanspreken. Een aantal weken geleden vroeg mijn oppaskind waarom die meneer in de rolstoel maar een been had. Ik stelde voor het aan hem te vragen. Ik wil niet die vreemde blikken, de nieuwsgierigheid of het gesmiespel achteraf. Het was geen sensatie. (Uiteindelijk is de vraag nooit gesteld aan de man, hij zoefde weg in zijn elektrische rolstoel.)

Maar bovenal vraag ik me de laatste tijd af waarom we zo de nadruk leggen op afwijkend, anders en niet normaal. In mijn oude stad waar ik opgroeide waren mensen met andere (afwijkende) kleding raar en werden nagekeken en soms zelfs nageroepen. Ik werd op school ook uitgelachen omdat ik ervoor koos iets anders te dragen dan de rest van de school. Ik ben blij dat ik nu in een stad woon waar alles mag en kan. Niemand let op je. Iedereen draagt zijn eigen mode. Wie zou jij zijn om daar iets over te zeggen.

‘Doe normaal.’ wordt zelfs geroepen door de Minister President. Toen ik het las in de krant en later zag in een tv programma wilde ik graag weten wat normaal doen was. Was dat een kort geknipt kapsel met een scheiding aan de zijkant? Je witte blouse in je broek gestopt? Keurig in het pak? Is het meedoen op hetzelfde tempo als iedereen? Haalt iedereen dan de eindstreep? Wat gebeurt er als je iets langer naar school gaat omdat je langer de tijd nodig hebt? Wat zou er zo desastreus zijn als je de eindstreep wel haalt maar veel later of helemaal niet? Wat is er beter of slechter? Wie bepaalt dat? Wat is normaal?

Normaal is gangbaar. Dat is wat er in grote lijnen is vastgesteld en wordt nageleefd. De rouwdouwers, de visionairen, de eigenwijzen, de creatieven, de ik-doe-alles-in-mijn-tijd-en-op-mijn-tempo zijn juist degenen die een strik in de eindstreep leggen. Ik hou ervan.