OORVERDOVEND (STIL):

De buurman liet een harde muziektoon uit zijn wekker schallen. Ze kon niet goed horen welk nummer maar dat het herrie was dat kwam luid en duidelijk binnen.
Ze keek op haar wekker. Zeven uur. Precies. De kerkklok begon nu ook te loeien.

Ze draaide zich om en sloot demonstratief haar ogen. Kneep ze fijn. Alsof ze zeggen wilde: ik slaap! Waarom wilden sommige mensen ‘s morgensvroeg meteen al wakker worden met oorverdovende muziek? Stevige gitaarsolo’s, jankende vrouwenstemmen en knallende beats?

Ze werd plaatsvervangend nerveus van buurman’s wekkerradio. Wilde dat hij opstond en dat ding zou uit doen. Maar nee, wilden sommige mensen juist luisteren naar de enorme uithalen van top veertig gedoe. Dan konden zij hun dag beter starten.

Ze viel toch weer in slaap. Om met een mexicaans deuntje uit haar mobieltje wakker te worden. Tijd om op te staan. Er werd gereisd vandaag. Helemaal naar Noord Holland. In alle rust klikte ze haar koffiezetapparaat aan en keek in de broodtrommel. Oh nee, er waren geen croissantjes. Hoe kon ze dat nou vergeten!

GEDELIFUCKT:

Vorige week zaterdag (en die week ervoor) stond er een rij bij de Delifrance. De deur kon niet meer dicht, het was ook warm, dus de deur van de Delifrance bleef geopend, met een forse mevrouw ertussen, die met haar lobberige arm de boel tegenhield.
Er gingen broodjes filet americain, broodjes zalm en chocolade broodjes als zoete broodjes over de toonbank.
“Wie is er dan?” vroeg meisje-met-paardenstaart.
“Mag ik vier croissantjes?”
“De croissantjes zijn op.”
De klant keek op haar horloge. Het was nog niet eens middag! Met een pruillip liep ze langs de lobberarmen de deur uit.

Afgelopen woensdag. Er stond een rij. Ze keek naar de standaard die netjes en handig de deur in een geopende positie hield. Lobberarm was er niet. Wel een rij. Potjandikkie.
“Wie is er dan?” vroeg het blonde-bloos-meisje.
“Mag ik vier croissantjes?”
“De croissantjes zijn op.”
De klant keek op haar horloge. Het was nog ochtend!
“Hoe laat moet ik hier komen om vier croissantjes te kopen?”
Het was een serieuze vraag. Het blonde-bloos-meisje keek haar niet begrijpend aan.
“Ja, ik ben hier nu al een paar keer geweest vroeg op de dag en steeds zijn de croissantjes op. Ik vraag me af of ik ‘s morgens voor de deur moet gaan liggen om verse croissanjtes te kunnen kopen.”
Ze wilde geduld bewaren. Vriendelijk blijven. Glimlachen. Serieuze vragen stellen.
Dat kostte haar een beetje inzet, vanuit-de-tenen-positiviteit en heul veul geduld.
Het liefst was ze gaan vloeken en tieren. Maar daar kreeg je geen fijne, zachte en lieve wereld van.
“Vrede op aarde!” mompelde ze terwijl ze langs de geopende deur de Delifrance uit liep.
“Je wordt hier gewoon geDelifuckt waar je bij staat.”