Locatie: September.
Plaats: Den Haag.
Tijd: na 13.00.
Ik zie haar wel vaker. Dan sjokt ze in haar korte broek en topje, verward haar en lodderogen langs alle cafe’s en bekijkt, vertwijfeld, welke van de zovelen zij kiezen zal. Er wordt misschien bij de een lekkerder bier geserveerd. Of is het ergens anders goedkoper.
Ze neemt plaats aan de bar, in een langzame beweging zet zij zichzelf op de barkruk en bestelt een kop soep. Met een glas donker bier. Het is amper na enen.
Wat het mij mij doet? Stiekem veel. Omdat het zoveel laat zien in een plaatje. De vrouw is altijd alleen. Niet dat alleen zijn verschrikkelijk is. Soms heb ik behoefte aan alleen. Alleen wordt vaak verward met eenzaam. Eenzaam is wat anders; het knagende pijnlijke gevoel van op deze wereld zijn zonder anderen om je bij te staan, of je te helpen. Er te zijn. Het knaagt aan je hart, je ziel. Je hebt verdriet omdat je aan je lot overgelaten bent. Alleen is volkomen tevreden zijn met wie je bent; je eigen gezelschap prettig vinden. Het goed kunnen vinden met jezelf, je eigen gedachten. Als ik alleen ben voel ik me compleet mezelf. Onafhankelijk. Het wil daarintegen helemaal niet zeggen dat ik gezelschap, samenwonen, samen zijn niet fijn vind. Dat is net zo fijn. Het zijn alleen twee compleet verschillende dingen.
De vrouw kijkt als in een droom naar buiten. Ik weet niet wat of wie ze ziet. Het lijkt alsof zij ver zit in haar dromenwereld, waar niemand lijkt bij te kunnen. Een vroeg stadium van dronkenschap. Het begint met gewenning. Gewenning aan het drankje dat zij voor zich heeft staan. Het is waarom ik drank niet echt dichtbij me wil hebben; het zorgt ervoor dat een mens verandert. Het begint namelijk met de sociale maatstaaf dat drank gezellig is, totdat er afhankelijkheid optreedt. Dan is het te laat, de gewenning begint ‘s morgens bij het opstaan. Je moet namelijk die kater kwijt, die droge mond en het zieke, grieperige gevoel. En dus zorgt drank ervoor dat je hetzelfde ritueel , dag in dag uit, weer herhaalt. Het begint bij de zoektocht naar een geschikt cafe en eindigt met een verdringing van de dagelijkse rompslomp. Het houdt niet op. Het wordt zielig als de kop soep alleen smaakt met een glas donker bier.
De vrouw draait haar hoofd langzaam mijn kant uit. Ik vind het moeilijk haar recht in de ogen te kijken. Ik heb momenten dat ik wil schreeuwen hoe stom ze wel niet is, en andere momenten dat ik met een ietwat afstand in mijn geest probeer het plaatje uit mijn brein te blocken. Terwijl de rij bij de bar koffie, muntthee en verse jus bestelt, brouw ik een eind aan dit stukje. De les die je kunt leren uit dit moment? Alleen is nooit alleen. Ook niet als de drank je vriendje wordt. Het doet vrolijk met je mee, het zeurt niet aan je kop en laat je geweldig voelen.
Als de camera gedraaid had, had ik precies dit verhaal verteld. Fluisterend bijna.