Dromen gaan over in daden en door die daden worden dromen weer zichtbaar. Het is deze magische wisselwerking die de hoogste staat van leven creëert — Anaïs Nin.
Maandelijks archief: augustus 2009
In verhoor.
Dus.
Zat ik gisterenavond op het politiebureau. In een klein vierkant kamertje met provosorische muren en een half rond bureau waarachter meneer agent zat. Ik maakte meteen de associatie met een eindexamenhok. Zijn computer was een beetje traag, iets met het systeem. Ik wilde eigenlijk heel graag koffie, maar hij stelde het niet voor.
Toen de computer het eenmaal deed, moesten gegevens ingevuld worden. Of ik ID bij had. Nou nee. (Ik neem nooit mijn paspoort mee, en rijbewijs heb ik niet.) Misschien dat ik ter plekke aangehouden had kunnen worden omdat ik geen ID op zak had en wel op de fiets maar liefst naar het bureau gegaan was. Maar als hij daarover ging zeiken …
Toen ging zijn kukeleku. Ja, zijn mobieltje ‘Ja, met Peter..’ De kukeleku ging niet een keer af, trouwens, maar wel drie keer. ‘Ik zit midden in een verhoor.’ ‘Neem jij het over?’
Een week of wat geleden stond er een jongen voor de deur, opgefokt en boos. Of ik hem kende en hem ooit hier weleens gezien had. Ik zag zijn gedrag en wist instinctief dat ik de deur meer moest sluiten. Op een kiertje reageerde ik op alle vragen met ‘nee’ en sloot alsnog de deur. Gisteren bleek dat het manspersoon vastzat voor het een en ander. Mijn voorgenomen relaxte avondje op de bank na een dag hard werken was meteen teniet gedaan doordat oom agent verzocht om een getuigenverklaring.
Ik baalde als een stekker. Aan de ene kant wil jij je burgerplicht serieus nemen. In het verleden heb ik een aantal keren de politie moeten bellen in verband met huiselijk geweld tegen een bovenbuurmeisje in mijn vorige appartement, en was ik later niet zo tevreden over het politieapparaat. Regels en idioot kromme redeneringen maakten dat ik later weleens dacht: Ik bel niet meer. Het heeft geen zin. Bovendien voelde ik me amper beschermd door het politieapparaat en leek het alsof politie voor het oog simpele oplossingen niet geven kon. Iets met bezuinigingen en zo.
Rancune en wraakacties daarintegen maakten dat ik twijfelde. Mijn eigen veiligheid dan? Die van vriend en kind? Opgefokte mannen voor de deur, vastzitten voor een ernstiger delict en mijn getuigenverklaring? Ik wist het even niet meer. Het voelde alsof er aan allebei mijn armen getrokken werd.
Meneer agent liep een aantal malen heen en weer van printerapparaat naar computer en weer terug. Zijn kukeleku ging weer af en ondertussen zag ik dat het donker geworden was buiten. Nadat alle formaliteiten afgehandeld waren en we opstonden, verzocht ik nog om een ding.
‘Ik word straks onderweg naar huis toch niet bekeurd voor fietsen zonder licht, he, ik heb m’n lampjes niet bij en ik wist niet dat het zo lang zou duren.’
Meneer agent keek even door het raam en keek om.
‘Nee, ze zitten nu toch allemaal binnen.’
Dus. …