De enige momenten waar ik me helemaal gelukkig voelde, naast het vertoeven op mijn zolderkamer waar een barre geplaatst was om mijn balletpasjes te oefenen, was in de balletschool waar ik samen met een aantal andere danseressen wekelijks spitzenles kreeg en uitkeek naar de uitvoering in de schouwburg.
Het was de welbekende spanning van het wachten tussen de coulisse, het zachtjes zwiepen van de zware gordijnen en het felle licht op het podium. Maar zeker ook de nerveuze lachjes in de kleedkamers, de kleding die gepast en gedragen moest worden en de sprekende intercom die steeds de wegebbende zenuwen deed oplaaien.
Het waren de kapotte tenen, bloedende hielen en toch doorzetten. Het was de klassieke muziek, de pas de deux, pirouettes en de ensembles. Het was de droom; het gevoel van ergens anders zijn. Het was allemaal zo’n droom; een soort van wakend ontwaken. Op herhaling, telkens weer.
Als de rest nu even weg was, de buikpijn, hoofdpijn en honende lachende en spugende leeftijdsgenoten; de omgestoten fiets waar een litteken in een onderbeen zichtbaar werd doordat de kettingkast erin geduwd was. Smerige jassen, vermiste boeken en sjaals en blauwe plekken op een nek, heup en armen, dan was even de wereld mooi.
Tjezus, op wat voor school heb jij toch gezeten…
@Laurent: toen die school, een jaar nadat ik weggegaan was, afgebroken werd, wenste ik dat ik degene was die op de knop mocht drukken zodat die grote zware bal de eerste worp maakte tegen die muren.
zo jammer dat die laatste alinea er ook bij hoorde, al is ‘jammer’ een behoorlijke understatement natuurlijk. het staat zo lelijk in vergelijking met de -toch wel- schoonheid/puurheid van ballet.
Jeetje zeg, ik ben echt blij voor je dat je in ieder geval nog ballet had om het schoolse leven te vergeten!
helaas is het laatste stukje voor mij zeer herkenbaar.
inderdaad, kijk om en loop weer door.
maar wel met opgeheven hoofd.