Ik ben thuis. Deel 3.
Zaterdag, 17 oktober 2009.

Als ie van mij zou zijn heette hij Bo. Want hij was een echte Bo. Een goed uitziende, sterke maar ontzettende lieve en speelse hond. Hij wilde graag met kleine kinderen spelen maar zij werden een beetje bang. Hij wilde met een katje spelen maar ook het katje werd bang. Bo liep een heel eind langs de kustlijn. Een paar dagen later zagen we hem opeens bij de doks van Rhodos. Hij besloot een eindje met ons mee te lopen. Hij gaf me een kopje zoals een kat dat zou doen, wachtte netjes bij een stoplicht en liep van ons vandaan. Hij keek nog aan de overkant naar ons, maar trippelde toen de stad in. Soms grijpt iets of iemand je en het laat je niet meer los. Ook de soort van liefde, een onvoorwaardelijkheid, van een dier. Voor een dier.
En ik mis Max. Zo af en toe. Ik herinner me allerlei momenten, maar ook zijn einde. Het is ruim een jaar geleden, en ik zie soms een Max lopen; een goudblonde golden retriever met guitige blik in zijn ogen. En soms loopt er ineens een pikzwarte kruising tussen een windhond en labrador met je mee. Ik geloof niet in toeval, en ik vraag me dan ook soms af hoe dat precies zit, met verbindingen en onzichtbare draadjes, zielsverwantschap en dergelijke niet vast te grijpen aspecten van het leven, waarbij gros van de mensen houvast wenst en wetenschappelijk onderbouwd wil hebben dat de wereld draait om feiten, bewijzen en tastbare zaken.
gepubliceerd op 10.22.09 om 4:26 pm onder persoonlijk, zweef
Je kunt zoiets zowel met mensen als dieren hebben, dat je eraan voelt dat er helemaal niets kwaads in zit.
Alsof Max de hond gevraagd heeft je een kopje te geven.
Draadjes, onzichtbaar, moet je niet te lang over nadenken want dan voel je ze niet meer XX