Life is hard. Life is short. Life is painful. Life is rich. Life is… Precious.
Of het nu een Oprahgehalte heeft of niet, het thema van deze film (en het boek) laat je nadenken. Over de mensen die je in de bus, trein, metro ziet zitten. Onbekende gezichten. Geschiedenis achter hun oogleden. Je weet immers maar nooit hoe iemand werkelijk leeft achter gesloten deuren.
ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 1:
Ze dacht weleens dat, als haar moeder de creme als witte dotjes op haar voorhoofd, wangen en kin aanbracht, ze alles zo goed uitsmeerde dat haar huid van steen werd. En dat er dan nooit miniscule breukjes ontstonden omdat ze nooit lachte.
Zelfs als ze van haar koffie dronk bewoog ze alleen haar lippen.
Haar gezicht leek op marmer. Haar lijf een wassen beeld. Ze stond weleens achter de strijkplank de krijtstrepen overhemden te strijken van papa, bewoog alleen haar ene arm. Heen en weer. Heen en weer. Zij had aan het voeteneind van het bed gezeten. Observeerde de geruisloze bewegingen van haar moeder.
De huizen waren geluiddicht, leek wel. Zelfs als de buren met fronsende wenkbrauwen een blik naar buiten wierpen, vanachter gesloten vitrages, en zij met wanhoop in haar ogen contact probeerde te maken, dan nog sloten de buren de gordijnen.
Alle huizen hadden dikke muren. Alle ramen konden dicht.
Ze bekeek haar blauwe waterschoenen. Haar dikke donkergrijze sokken. Ze kon haar tenen niet bewegen. Ze legde haar ongekamde vlasblonde haar als in een gedraaide knot in haar nek. De bladeren dwarrelden op een herfstdag door de tuin. Papa was vegen. Mama was binnen. En zij was nergens.