Normaliter als ik een blogstukje schrijf, of een verhaal (zoals ik vroeger vaak bedacht dat ik een manuscript wilde schrijven) vind ik het allermoeilijkste om een passende titel te bedenken. Voordat ik Witte Koord schreef had ik al een titel. Het fluisterde in mijn oor dat het Witte Koord heten moest.

Misschien bijgeloof, maar als ik meteen een (werk)titel heb bedacht vóórdat ik ook maar iets getiept of geschreven heb, dan wordt het iets goeds. Al een tijdje liep ik rond met het idee om mijn eigen ervaring (zoals ik weleens losliet op mijn blog) te delen met anderen. Maar niet zoals de meeste ‘zelfhulp’ boeken te werk gaan, vol serieuze zakdoekenverhalen of één en al lamlendigheid en óók nog meditatie technieken die je helemaal niet wilt oefenen. Naar mijn idee zijn er pittigere, krachtigere, stoerdere manieren om ermee om te gaan. Kom op zeg, we zijn geen watjes!
Ik maakte een enquete. Al een aantal mensen hebben deze enquete al ingevuld en ik ben er ontzettend blij mee. Dank daarvoor. En natuurlijk kun je blijven invullen, graag zelfs!
Ik heb inmiddels drie mensen bereid gevonden om mee te werken om samen hun verhaal vorm te geven. Maar ik krijg (via Twitter en email) hulp aan alle kanten aangeboden! Top!
Ik heb nu het dilemma dat ik twee werktitels heb:
1. De ontzettende verdraaglijkheid van een kei.
2. Opkrabbelen. Maak van je nood een deugd.
Sja, en welke past nu beter?
(Dankzij Stacey T mag ik deze foto gebruiken voor het boekproject.)

Opkrabbelen. Maak van je nood een deugd.
Opkrabbelen. Maak van je nood een deugd. Die klinkt het best.
ik moest heel erg wennen aan de 1e titel, maar het heeft wel wat. of anders kort, liever Opkrabbelen, dan de rest erbij.
Ik vind Opkrabbelen – Maak van je nood een deugd ijzersterk. Een boek met zo’n titel is op voorhand het kopen waard.
1. De ontzettende verdraaglijkheid van een kei.
Dat is zoiets als flexibel als een looiendeur zijn. (lood)
het is dus 1 waar ik op val. Opvallend als het is omdat een kei werkelijk niet te vermurwen is en kortom: We zijn geen watjes.