Er woedde een oorlog in mij,
zo eentje die huisde in strakke pakken
en in de veters die ik zelf
steeds strakker aantrok.
‘Ik stond een sigaret te roken. Hij lag ineens naast me. Ik sta normaal in de winter altijd in dat hoekie, maar dat doe ik dus nu niet meer. Ken je die ene man? Die ouwe man met dat kleine hondje? Hij zag het gebeuren vanaf het balkon daar.’ Hij wees naar de overkant naar de andere flat.
‘Op drie hoog, daar in de hoek, zag die ouwe hem vallen. Hij riep nog: Niet doen! Maar het was al te laat.’ Hij nam een pauze. Hij sprong van de zevende verdieping hier hè. Die ouwe man liep hier later naartoe toen de politie hier was. Ze stonden een beetje te roken hier, waren grapjes aan het maken. Die ene riep naar die andere: Oh, ik zie het aan z’n ogen. Hij is dood, je kunt wel weer gaan. Echt waar. En ik moest nog aan ze vragen of ze niet een deken eroverheen wilden leggen. Straks zagen kleine kinderen het. Als er een deken overheen ligt kon je nog zeggen dat een hond was aangereden, maar er stak nog stééds een hand onderuit toen ze eindelijk van de technische recherche een deken eroverheen gelegd hadden. Hij schudde verontwaardigd zijn hoofd.
‘Op school kwam een meisje naar me toe. Of ik diegene was die gezien had dat die man gesprongen was. Bleken haar ouders hem te kennen en zijn vrouw. Hij was advocaat, had een vrouw en zoon van vijftien. Kun je toch niet geloven?’ Hij staarde even in de verte. ‘Die ouwe man vroeg aan die politie agent: Heb je zijn autosleutels gevonden? Die agent keek hem opeens verbaasd aan. Staat hier een Volvo? vroeg ie toen. En inderdaad, er stond een Volvo. Hoezo? vroeg die politieagent toen. Ja, die ouwe man had hem dus zien springen.’
‘Hij schijnt hier zelf als klein kind gewoond te hebben. Zijn ouders woonden op de zevende verdieping. Ik kan er niet lopen. Ik loop helemaal om. Er zijn mensen die niet meer naar buiten durven. Ik ga niet graag naar de kelderbox.’ …
Er zit een flinke deuk
in de tegels op de plek
waar mijn hoofd …
Het zorgt ervoor dat de regen
langs de scherpe randen
naar de grond trekt.
Misschien groeit er over een aantal maanden
een plantje uit.

En geen fukking politie-agent die aan de buurjongen heeft gezegd contact te zoeken met slachtofferhulp. Politie is echt helemaal niets meer tegenwoordig. Niets. Nul.
X
Pfoe.