Op muziek van Mahler.
In de rijen voor mij zaten mannen in donkere pakken. De aula was verlicht met kleine lampjes en op het podium, waar de oude heer lag in een houten kist met mooie paarse bloemen waarvan ik naam niet meer wist, stonden twee enorme kaarsen te branden. Ik had ooit gezegd in een 16 things dat ik dat dus echt niet wilde.
Het stond verder van mij af. Daarom geen tranen, geen dikke keel en geen ongemakkelijkheid. Wel had ik tranen kĂșnnen voelen als ik me meer geconcentreerd had op de mannen voor mij die tranen weg zaten te tandenknarsen toen er een muziekstuk ingezet werd van Mahler en iedereen gedwongen was even stil te staan bij vader, opa, oom, vriend. Tandenknarsen. Draaien op hun stoel. Heen en weer bewegen. Tegenhouden. Laat lekker gaan, dacht ik nog.
Het gebeurde vanzelf. Plotseling zag ik in mijn gedachten, of leek het bijna echt, een aantal ballerina’s langs de kist dansen. Ze renden elegant als in een halve cirkel eromheen met een doorzichtig stofje dat als een kabbelend watertje heen en weer danste over zijn kist. Ze dansten en maakten er een geweldig ballet van.
Ik vroeg me af of ik voldoende geslapen had en waarom ik me in een Ally McBeal moment begaf. Maar ik liet het zo, want het was een mooie hallucinatie dagdroom.
Prachtig, meeslepend en zelfs herkenbaar.
Er zit inkt in je toetsenbord.