Achter glas.
Het was in de achtertuin van mijn ouderlijk huis. Het was zomer; de zon scheen fel in de tuin. Het gras was groen en Max rende rond. Ik was verbaasd, Max, al levende, rende zowaar rond in de tuin! Max, de golden retriever die na elf jaar zo ziek was en dood ging.

Hij zag me en ik voelde een sprongetje in mijn hart. Ik voelde me ineens zo dolgelukkig dat ik naar hem toe wilde maar ineens werd ik tegengehouden door een glaswand. Alsof die glaswand er altijd had gestaan maar ik hem niet kon zien. Ik kon niet echt bij hem, hem niet aanraken, hem niet knuffelen, dus ik legde mijn hand plat tegen het glas. Max sprong tegen het glas en zette zijn poot ertegenaan. Op onze manier zeiden we gedag, niet helemaal zoals we dat ervoor altijd deden maar we namen er maar genoegen mee. Ik zag dat Max blij was, hij sprong, rende een rondje en kwispelde met zijn staart. En ik lachte.
Soms word ik wakker uit een droom en bedenk me dat dit soort dromen ervoor zorgen dat dierbaren die er niet meer zijn toch bij me blijven. Dat is wat ik steeds probeer te zoeken, te begrijpen en verklaren, maar dat is wat het is. …
gepubliceerd op 05.8.10 om 10:00 pm onder persoonlijk