Dat ik een verhoogde fascinatie heb voor kale hoofden wil nog niet zeggen dat ik mijn moeder kaal wil zien. Dat is wat chemotherapie met haar zou kunnen doen. Of nou ja, als de artsen allemaal zeggen dat zij aan de chemo moet, alsof het een sapkuurtje betreft, dan wordt zij hartstikke kaal.
Toch heb ik kaal nooit lelijk gevonden. Sterker nog, degene die kaal door het leven wandelt bewonder ik. Omschrijven kan ik het niet; het is een uiterste puurheid. Kaal zijn. Zonder haar is toch alles open en bloot. Een dunne huid, een jasje om een schedel. We bedekken alles zo graag en willen lange lokken, blonde krullen of zwarte dreads. We willen allemaal haren zoals de ander ze heeft.
En wat betekent haar dan eigenlijk? Je identiteit? Wat als iedereen kaal zou worden en kaal zou rondwandelen hier. De mutsen- en sjalenwinkels zouden flink cashen met dit weer …
Tja, ehm… ik vind juist haar weer prachtig.
Vooral bij vrouwen. Hoewel ik een kaal meisje
ken en het bij haar ook bijzonder goed vind
staan. Maar mooie lange lokken zijn ook mooi.
Het is of alles of niets.
Voor mannen is het tegenwoordig geen punt meer, nee. Maar voor vrouwen lijkt het me toch wel erg moeilijk. Een vriendin van me maakt dat nu ook mee.