Het is vandaag Koninginnedag en is alles oranje, eten we oranje tompoucen en zitten we voor de buis te hangen om naar Koningin Bea te kijken in Thorn en Weert of lig je tot een uurtje of twee minstens op een oor want gisterenavond ben je helemaal uit je plaat gegaan tijdens het Live I life Life I Live festival en lig je met groen verlept polsbandje in je nestje te ronken.
Mijn pa viert vandaag zijn verjaardag, hij wordt vijf-en-zestig, en ik vier een beetje een soort van jubileum. Ach, je moet altijd reden hebben iets te vieren, zeg ik altijd, want ik ben vandaag officieel twee jaar aanwezig en verblijvende in het altijd en immer mooie oh oh Den Haag.
Gisterenavond zat ik met een aantal Haagse (en een Leidse) tweeps Hopjes en mannelijke appendix heerlijk te eten in de buitenlucht en keek ik een beetje om me heen en was ontzettend blij en tevreden met de mensen die ik hier ontmoet heb sinds twee jaar geleden. En dat ik naar zoveel leuke Haagse plekken ben geweest, front- en backstage en zelfs een heel klein beetje het Haagse accent heb overgenomen, zo schijnt.
Mijn werk hier gaat goed, deze stad voelt te gek en past als een jasje en ik wil hier nooit meer weg.
Toch blijven Haagse eigenaardigheden spelen zo nu en dan. Zo blijf ik heimwee houden naar het frietje speciaal, tringel ik nog steeds fervent op mijn fietsbel, houden Hagenezen van ADO en hou ik van Carnaval en vloek ik er helaas wel meer op los. Er is echter een trauma wat ik heb opgelopen sinds ik hier woon. De $#$@! tramrails.
