Mijn moeder is aan het aftellen. Zes keer, om de drie weken, een chemokuur doen heeft een bergopwaartse klim maar ook een enorme snelle daling. Normaal gesproken zou de klim opwaarts in dromen positiviteit betekenen, net zoals je een trap opklimt en er niet vanaf klettert, maar deze klim was in het begin best wel te doen maar werd aldoor maar zwaarder. De snelle daling heeft alles te maken met het aftellen. Aanstaande dinsdag heeft zij de vierde chemokuur en kan ze dus gaan afdalen.
Er zijn talloze bijverschijnselen zoals kaalheid en vermoeidheid, maar ook wordt misselijkheid onderdrukt met medicijnen en heeft ze steeds meer last van botpijnen in de onderarmen en onderbenen. Door de chemokuren verzwakt haar weerstand en dat merkt ze. Dat merken wij ook. Het is niet leuk om je moeder te bellen en te horen dat ze twee kilo is afgevallen omdat ze tijdelijk geen eetlust heeft en last heeft met slikken.
‘Maar na die vierde keer kan ik eindelijk gaan aftellen! Dan hoef ik nog maar twee keer en is het klaar!’
Dan vieren we een feestje. Soort van. Hoe gek het ook klinkt. Hoewel ze er nog steeds niet klaar mee is. Kanker is als een sluipmoordenaar. …
wens je mama nog heel veel sterkte van me, ik weet wat het is (helaas…)…
hoop dat het kunnen aftellen haar de kracht geeft om vol te houden, want die laatste twee zijn inderdaad de alom bekende laatste loodjes…
je schrijft trouwens heel erg leuk, ik krijg dagelijks een update in mijn mailbox en lees je graag…