Het boek van Martin Bril heeft mij vanaf de inleiding, geschreven door zijn vrouw, gegrepen. Niet naar de keel, allerminst naar de keel, maar gegrepen in mijn hart. Alsof een onzichtbare hand zachtjes een pompend hart vasthoudt en het aait. Zelden kan een schrijver zo realistisch zijn en tegelijkertijd zo … ik heb er geen woorden voor.
Het hoofd en geheugen doen gekke dingen met je gevoel. Laatst in een gesprek vertelde ik dat op het moment dat gevoel niet helder kan zijn ratio het niet voor niets bepalen kan. Die keus heb je. Godzijdank. Het hoofd kan je mooie dingen vertellen. Zoals: ‘Het is allemaal niet zo erg.’ Of: ‘We slepen ons er doorheen.’ De zogenaamde knop heb ik meer dan eens moeten omzetten zoals een schakelaar die ik gebruiken moest op momenten dat overleven ging spelen. Zoals op de avond dat mijn moeder me belde om te zeggen dat ze slecht nieuws te vertellen had. Het was oktober 2010.
Afgelopen dinsdag had mijn moeder voor de laatste keer een felrode zak aan een paal hangen. Ik heb zelden in mijn leven zo’n vreemde, nare kleur gezien. Hoogstens op een kermis als je een wijnbal ging kopen. Maar zelfs wijnballen zijn niet zo bevreemdend fel. Afgelopen dinsdag zat mijn moeder voor het laatst in een afgesloten ruimte met gevarendriehoek op de voordeur met twee andere mensen naast elkaar op een ziekenhuisbed. ‘Doe mij even een bakske koffie.’ ‘Niet teveul suiker he, ik moet op munne lijn letten!’ Kankerhumor.

Ik las de eerste paar columns van Bril gisterenavond. Ik zoog ze op en nam de verkeerde trein. Een goed boek is een boek dat je woorden laat opslurpen waardoor je treinen mist of in een verkeerde trein stapt. De angst is allesomvattend. Eens aan de kanker, ook al ben je genezen verklaard, is altijd aan de kanker. Ik vertel het mijn moeder niet, mijn moeder is opgelucht. Ze is van de chemo af, krijgt straks haar haren weer terug en kan weer door. Het kriebelt weleens in mijn hoofd, heel af en toe. De kriebel is irritant en jennend en laat me teveel nadenken over ‘en nu verder?’ Want haar ene borst is weg en de cellen zijn nu dood, maar wie zegt dat ze morgen, of overmorgen of over drie jaar niet ineens in haar nek zitten, die nieuwe, te snel groeiende kankercellen?
We leven in het hier en nu, zeg ik steeds tegen mezelf. Mijn moeder lacht, heeft humor en is sterk. Nooit heb ik kunnen bedenken dat ik kanker ooit eens zou bedanken, maar dankzij de kanker heb ik met andere ogen naar mijn moeder kunnen kijken. Maar toch hoop ik dat die kanker nu mijn moeder met rust zal laten. Het leven is te kort om te piekeren en zondag is het Moederdag.
(Jaren geleden heb ik kort een emailcontact gehad met Bril. Over onzindingen zoals polkadot t-shirts van zijn dochters en de muziek van Last.fm.
Zoals het gaat met dode mensen, willen je hersenen soms niet helemaal snappen dat iemand ook echt niet meer leeft en dus niet meer zal bellen of op de voordeurbel zal drukken of naast je zal staan in de bus. En dus schudde ik mijn hoofd toen ik gisterenavond de neiging had te mailen. Een emailadres is een levend ding maar kan niets zonder de schrijver ervan.)
Kanker is een raar paradoxaal iets. Alsof de dood en voortplanting hetzelfde zijn. Een tumor die groeit zonder dat je er maar iets voor hoeft te doen, als een soort ultiem groeiproces, maar wel eentje die de dood tot gevolg kan hebben.
Tot een paar maanden terug was mijn beeldvorming van kanker anders dan ‘ie in werkelijkheid is. Het paradoxale blijft. Alleen via vergif is de ultieme cellenkopieermachine te stoppen, zo lijkt het.
Het lichaam heeft schijnbaar dus net zo hard vergif nodig als voedingsstoffen. Een balans. Positief en negatief. Dynamiek. En zo is het leven ook.
Ik wil dat boek ook lezen. Niet om aan te nemen hoe het voelt, maar om te lezen hoe het voor hem voelde.
It’s been some years since I lost my mother to cancer. I liked that she never let her cancer define her. She died of it, but cancer was not “who she was”. I hope that cancer will leave your mother alone.
Life is too short to worry, and I am glad you you can celebrate mother’s day–perhaps with a single rose for your mother, to symbolize that all life is fleeting, but a great bloom is a wonderful thing.
ik hoop dat je een heerlijke moederdag vierde met je mama, en dat die kutkanker de benen heeft genomen… voorgoed!!!
las ook het boek van bril (en nog wel wat andere) en het greep me ook naar het hart…
en indeed, eens K, altijd K, je bent dan zonder het te willen lid van een nieuwe familie, de K-familie… ik ken het…
fijn dat je moeder zo positief kan blijven! uit ervaring weet ik echter dat de periode net na de chemo misschien nog wel de zwaarste is… terwijl ben je aan het vechten, daarna is het (af)wachten… heel veel succes voor jullie alletwee!