De werkdag zat erop. Ik liep in de wind naar het station. De wind klapte om mijn oren, zwiepte langs mijn lijf. Vlakbij het station wilde ik oversteken en pakte de wind, alsof het een hand was, onder mijn voet langs. Er was een moment van wankeling. Ik schrok ervan. Later, toen ik met bonkend hart doorliep grinnikte ik even. Een soort Dorothy momentje.
‘s Nachts droomde ik van een wit landschap. Ik zat in een auto en we reden op een snelweg maar konden geen hand voor ogen zien. Alles was wit; de lucht, de weg en er dwarrelden vlokken naar beneden zo groot als tennisballen. …
[foto gemaakt door FreeWine under CC License.]
