Wachten in de wachtkamer.

Het kleine hok had alleen een houten stoel en een hanger aan de muur waar ik m’n kleding op kon hangen als ik dat wilde. Aangezien alleen mijn bovenkleding uit moest zat ik te rillen in m’n halve nakie op een koude houten stoel.

Er werd kort geklopt op de deur en de deur werd vervolgens met een ruk opengemaakt. ‘Kom maar mee.’
De ruimte was fel verlicht en er stond een enorm apparaat in het midden. Ik zag een verpleegster rondlopen en iemand anders zat achter het glas. ‘Leg je rechterarm maar hier, nee, er bovenop.’ Ik zag mijn eigen tiet op een plaat liggen, voor zover dat mogelijk was. Zoveel was er niet om als een stuk vlees op een doorzichtige plaat te leggen. ‘Ik draai nu wat aan.’ Er gleed een doorzichtige plaat van boven naar beneden. Het kneep steeds meer mijn borst plat. Het aanduwen werd erger en erger. Het deed pijn. Het deed niet alleen fysiek pijn, maar ik voelde me vernederd. Het was verschrikkelijk.

Er liepen warme tranen op mijn huid. Ze hadden wat ze nodig hadden. De foto’s waren genomen. Het was klaar voor dat moment. ‘Kleed je nog maar niet meteen aan, soms moet de foto opnieuw.’

‘Karin, ze hebben een nieuw apparaat nu hè?’ vertelde mijn moeder vandaag. Ze had vanochtend een controle. De eerste mammografie na de kanker. Er was nog een borst om te checken. De andere zou nooit meer tussen twee platen passen. Daar zit nu een groot litteken. Maar schoon is nog steeds schoon.

Nu even niet, nee.

Normaal gesproken zie je me twee keer per week in Delft achter een joekel van een tweelingbuggy. Nee, geen koters van mij zelf maar ik fungeer dan als gastouder. Dat duwen van zo’n tweelingbuggy is één verhaal, wat ik soms onderweg meemaak is een ander verhaal.

Zo lijken de winkels steeds meer spullen te willen etaleren en bereik ik steeds vaker het irritatiekookpunt van een medewerker van zo’n winkel. Ik noem onder andere de AH’s, Kruidvaten en V&D’s .

Ja, sorry hoor! Ik manoeuvreer me helemaal te pletter tussen die kratten en schappen in die winkels! De dozen reiken tot aan mijn ellenbogen, het ingepakte speelgoed ligt torenhoog in het midden van een rij en ook de vracht die gebracht is staat er nog vrolijk naast. Voor een simpel pakje boter, half brood of fles shampoo knal ik wekelijks stapels barbiepoppen, dozen met scheerspullen en kratten fruit om, om dan vervolgens á la Mandy van Neonletters aangesproken te worden. ‘Sjeetje zeg, da’s dus echt niet oké hè, dat heb ik er dus echt wel net dus neergezet!’

De consument in crisis. Ik merk het. …

[Foto gemaakt door Bucklava.]