Ik kwam het vanochtend tegen in een (wat oudere) Elle. Een reclamepagina met deze vraag. Wanneer hoorde je voor het laatst iets ongelofelijks? Horen we en zien we wel goed?
Vanmorgen sprak ik een journalist van Trouw over mijn boek Opkrabbelen. ‘We jakkeren maar door. We hebben zoveel haast. We zien zo weinig waar we blij van kunnen worden’, waren mijn woorden.

Wanneer hoorde ik voor het laatst iets ongelofelijks? Die vraag stelde ik aan mezelf vanmiddag. Nu moet ik heel eerlijk bekennen dat ik nogal snel iets hoor wat anderen met elkaar bespreken of vertellen. Nee, ik heb het dus niet over muziek of een mooie zin uit een muziektekst, hoewel ik daar ook vaak door ontroerd of geroerd kan raken.
Gisterenavond had ik nogal last van mijn buik. Het kan mijn hele humeur laten omslaan. Hoewel ik ‘s middags nog gezellig en goed gemutst met mijn oppaskinderen een mini kerstboom (‘kersenboom’ volgens de twee-en-eenhalf jarige) aan het optuigen was, was ik ‘s avonds op een koud station zo stront chagrijnig als wat. Naast me zat een vrouw wat voor zich uit te staren en plots ging de telefoon.
‘Hey koekie!’
Jeetje! Ik bedoel, leuk al die bijnamen, maar koekie?
‘Hey, schatteboutje, ik ben later thuis hoor. Ik zit hier te wachten op de trein die vertraagd is. Nee, ga maar vast eten hoor, poepie, dat maakt niet uit. Ik zie je strakkies! Doei, koekie!’
Pfft, stront chagrijnig werd ik ervan. Dat gepoepie en gekoekie. Alsof ze tegen een baby sprak en zelfs tegen een baby zou ik niet zo spreken.
Er was niets aan de hand met die vrouw op het station. Ze was gewoon heel blij met haar vriend en uitte dat. Joviaal. Prima. Geen probleem. Ik had buikpijn, voelde me niet fijn en had het koud. Dat had niets te maken met haar uitingen van liefde naar haar vriendje toe. Ik nam mijn eigen reprimande ter harte. Foei, Karin.
Wanneer hoorde jij voor het laatst iets ongelofelijks? Iets ongelofelijks goeds of moois? Of ergerlijks? Bizars? Onterechts? En wat was dat?
Ik begin ben begonnen met een serie vragen aan mezelf. Vragen die een ander aan mij zou kunnen stellen en die ik ook aan jou zou kunnen stellen. Over creativiteit. Waar is het bij jou begonnen en ontstaan en wat doe je ermee, of ben je het kwijtgeraakt? Wil je het (terug)vinden? Doe je mee? Reageer en zet je link in de comments of reageer in de commentbox. Je kunt alle creativiteitsvragen hier terugvinden.
Ik zat gisteren in een kerk naar kinderkoren te luisteren. Mijn eigen dochter zong in 1 van die koren en dat is leuk en ontroerend om te zien. Maar ik zag ook ouders en kinderen die mij ontroerden. Een vrouw met een hoofddoekje op (kanker?) die haar dochter tussentijds naar zich haalde om even stevig te knuffelen omdat ze vroegtijds de kerk moest verlaten (te moe?). De vader kreeg na afloop nog een hele dikke knuffel van zijn dochter en hij sprak iets in de geest van “het was echt fantastisch”. Je voelde de ontroering in zijn stem. Dan ben je een wereldpapa.
En ik zag in de rij voor me een wat oudere moeder met twee Chinese kinderen. Wellicht geadopteerd. Ineens denk je een hele geschiedenis in hun ogen te kunnen zien. Misschien klopt dat niet, maar het raakt wel een snaar.
Maar ook in die kerk herinnerde ik me een begrafenis van een paar jaar terug. Op een positieve manier. Een organist speelde nogal slecht. Het linkerbeen dat de bas deed, kwam regelmatig op een verkeerd pedaal terecht. Nogal lachwekkend.
Het besef dat de leukste en ontroerdste dingen vaak super eenvoudig zijn. Het zijn clichés. Iedereen kent het gevoel en het maakt daarom zoveel impact. Dat realiseerde ik me gisteren.
Goeide vraag. Kan even niets bedenken…
Ik ben doof (nou ja slechthorend met CI),
mag zien ook?
Zomaar een dag.
Nat.
Buien.
Rijdend door Nederland wordt hij bijzonder.
Want tussen de buien kleine stukjes blauw (o zo blauw!) en witte stapelwolken.
En de zon bestrijkt het groen dat oplicht tegen een achtergrond van grijsgrouwe bomen.
Daartussen het bleke riet, een zilveren lint.
En daar weer achter de volgende bui. Diep en donker.
Technicolour, photoshop. Mooier dan echt. En dat in het echt.
Binnen in mij woedt een heerlijke oorlog. Tussen de grenzeloze zwerver en de clichéminnende huismus.
Want dat groen is het groen van de poederkorreltjes die je uit het zakje op de belijmde heuvels van je modelbaan strooit. Die perfecte wereld waar alles klopt. Waar de treinen op tijd rijden. Waar de sneeuw nooit zwart en smerig wordt. Waar alles wat mooi is, stevig op zijn plek gelijmd zit.
En tegelijk wil mijn grenzeloze zwerver het groen in stappen. Het pad af, zeven sloten tegelijk over, dwars door de buien om aan de andere kant weer opdrogen. En nog verder de horizon vooruit duwend.
Perfectie en ruigheid sluiten vrede in dat éne ondeelbare moment.
@jacob jan voerman: ja, als je doof bent dan wordt hetlastig he?
ik heb vaker blogjes geplaatst over zien en goed kijken, want vaak horen we minder goed dan we zelf denken. ook naar gesprekken luisteren is nog verdomd moeilijk!
mooie reactie! dank je wel!