Gisteren had ik een erg leuke en gezellige dag achter de rug op mijn werk in Delft toen ik ‘s avonds, moe maar voldaan, naar het station banjerde. Tot mijn genoegen leek het qua temperatuur half ‘warm’ aan te voelen na al die koude dagen van vorst en zag ik dat er steeds meer sneeuw verdween. Ik kon zowaar normaal lopen in sneller tempo naar het centraal station. Het was verbazingwekkend hoe snel ik van een vrolijke goedgemutstheid kon vallen in een strontchagrijnig humeur.
Soms, als je samenwoont, eet je niet altijd gezamelijk omdat de een naar Amsterdam moet en later thuis is en de ander ook laat thuis is. ‘We zorgen voor ons zelf’ wordt er dan afgesproken. Ik had rond zeven uur een berehonger, dacht eerst een een sandwich van de AH maar verviel toch in de bekende snackzin. Bij Smullers zag ik dat alle muursnacks weg waren. Alles. Geen bamischijf, kroket of frikadel te vinden. Ik bestelde bij het jonge ding een bamischijf. Ze keek me even heel glazig aan. ‘Maar die moet ik bakken.’ Eh ja, doe dat dan maar, ik heb snackhonger en er kan niets uit de muur gehaald worden. Bovendien had ik net een trein gemist dus tijd had ik wel. Ik betaalde.
Ze liep in een slakkegang naar achter en liep in een slakkegang weer naar de frituur. Er stonden nu een paar anderen in de rij maar zij had geen enkele haast. Eerst een lijstje bijwerken. ‘Mag ik een koffie?’ riep toen maar de eerste in de rij. ‘Wat zei u?’ riep ze vanachter haar lijstje. Ze klauterde zichzelf weer van de kruk om een koffie te regelen voor meneer. Mijn bamischijf lag nog steeds in de frituur. Ondertussen zag ik twee felle koplampen in de verte. He he, ze haalde het ding uit de frituur en legde het in een bakje. Ik hapte in mijn bamischijf. Koud.
Mijn humeur draaide honderdtachtig graden om. Snel liep ik naar het kraampje, gooide het bakje op de toonbank. ‘Het is koud, ik wil héél snel mijn geld terug want mijn trein staat al klaar!’ Naast me stond een lange man heel rustig aan zijn (blijkbaar warme) frikadel te snoepen. Het jonge ding werd ineens erg zenuwachtig. Ze liet haar sleutels vallen en riep: ‘Ik krijg de kassa niet open!’ Uiteindelijk ging ie open, ritselde ze door de bak met munten en kreeg ik mijn geld terug. ‘Sorry!’ riep ze nog. Ineens hoor ik wat. ‘Relaxt joh!’ Ik keek opzij naar de man met zijn frikadel. ‘Doe even relaxt!’ Hij leek de boel te willen sussen. Dat werkt in zulke gevallen helemaal averechts kan ik je melden. Als ik nog iets meer tijd had gehad had ik de rest van die frikadel verder z’n strot in geduwd. Met liefde!
(Ik dacht, oké, honger trek in eten -snacks- had ik nog, ik eet wel bij Smullers op centraal station Den Haag. Stond daar een gigantische rij. Geen zin om te wachten, dus ik wanhoopte al en bedacht me naar de Burger King te gaan. Afgezet met lint? @#!!#$ Dan maar met de tram naar het Spui en naar de McDonalds. Ik vrat een heel Big Mac Menu weg én nog een hamburger. …)