Propjes.

Niets aan de hand. Zei de kno-arts. In ieder geval niets ernstigs. Ongemak, dat was het vooral. Hij keek nog eens met iets metaalachtig in mijn neus. Op de een of andere manier voelde dit vrij intiem. Het was niet hetzelfde gevoel als bij de gynaecoloog maar het scheelde niet veel.

‘Heb je ook last van een loopneus?’

Ik knikte terwijl mijn fantasie met mij ‘de loop’ nam. Wat een gek woord, eigenlijk. Loopneus. Loopneus. Maar inderdaad, als mijn neus niet verstopt was dan kwam er wel vocht uit. Dan liep ik, net als mijn moeder altijd deed, met propjes tissues in mijn hand rond. Overal lagen propjes, herinnerde ik, in het oude huis dat er nu niet meer was. Ze stopte de propjes in haar mouw, in de hoek van de bank, onder haar kussen. Soms leek het alsof mijn moeder permanent snikte maar dat kwam doordat ze haar neus steeds ophaalde.

Mijn tante verzuchtte toen ik haar vertelde over het bezoek aan de kno-arts. Ze had al eens een neusspoeling gehad, die niet hielp, en bleef maar verkouden. En ze vond het zeer vermoeiend. Een genenkwestie? ‘Zit er dik in.’ Beaamde ze.

Eigenlijk was dit helemaal niet een onderwerp voor een stukje tekst alhier. Maar omdat ik momenteel het schrijven weer heb opgepakt, realiseerde ik me dat ik sommige stukken tekst alleen in een dagboek noteer, of hier, stukken die niet terecht komen in het boek. Daar zijn ze net niet relevant genoeg voor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten