..:MET-K.COM:..

Who in the world am I? Ah, that's the great puzzle. -- Lewis Caroll.

vol keerkracht.

contact:
metkarin*at*gmail.com


    salmiakrocks.



    constipatie:
    nov 06 - dec 06 - jan 07 - feb 07 - mrt 07 - apr 07 - mei 07 - jun 07 - jul 07 - aug 07 - sep 07 - okt 07 - nov 07 - dec 07 - jan 08 - feb 08 - mrt 08 - apr 08 - mei 08 - jun 08 - jul 08 -

    belangrijk:

    Alle schrijf, teken en foto content is van en blijft bij Karin R ©. Tenzij anders vermeld.


    ook te zien bij:
    witte koord.
    klankbeeld 1. klankbeeld 2. klankbeeld 3. hart op straat.




    2:41 AM | donderdag 30 november 2006



    PFFF:

    J (3 jaar) komt de groep binnen gewandeld terwijl ik met een ouder aan het praten ben. Met haar hand op haar neus gaat ze voor me staan en 'pffft' een beetje.
    "Wat is er?" vraag ik.
    Op het moment dat J begint te vertellen komt haar papa binnen wandelen.
    "Het stinkt een beetje in mijn neus want papa heeft buiten een scheetje gelaten."
    Ik kijk papa met opgetrokken wenkbrauwen aan en moet ingehouden lachen.
    "Ja, nou, dan is het maar goed dat papa dat buiten deed en niet binnen he?" dien ik van repliek. Papa echter weet niet waar hij het zoeken moet en is nog nooit zo snel vertrokken!


    3:01 AM | dinsdag 28 november 2006



    HEB JE SUIKER?

    "Als ik nu toch voor je deur sta, heb je een ... kopje suiker?"
    Zij keek hem met een Ooooh-ja blik aan.
    Hij kon zijn gezicht niet in de plooi houden.
    "Hoe lang zijn we al buren?"
    "Bijna buren! We zijn hoekburen. Geen buren-buren!" verdedigde zij zich.
    "Nou, zo goed als buren. Hoe lang?"
    "Jij woonde net na mij hier."
    "Ja, dan moet het er toch maar eens van komen." constateerde hij.
    Ze moest het hem nageven. Hij was een leuke gast met een vlotte babbel.
    "Je hebt zeker geen suiker omdat je zoetjes gebruikt"." bedacht hij.
    Van een ik-leun-tegen-de-deur-houding ging ze recht staan.
    "Heb je een momentje?" Ze liep de kamer in en liet hem geduldig wachten.
    Toen ze terugkwam had ze een ecru potje bij.
    "Alsjeblieft. Suiker."
    Hij nam het potje met verbazing aan. Zij onderdrukte een glimlach.
    "Oke ..."
    "Breng je hem dan ook weer terug?" vroeg zij met een gemeende lach.


    3:56 AM | maandag 27 november 2006



    OLDSKOOL:

    [KLIK:]


    9:43 PM | zaterdag 25 november 2006



    TRANSPARANT:

    In de stille nacht leken de gordijnen te bewegen in een lichte ruis. Heen en weer. Maakte dat ze uit een droomloze slaap half haar ogen, licht in het bewuste onbewuste, opende. En in een fractie van een aantal seconden, misschien meer, leek het alsof zij niet alleen was. Ze droomde toch? Of was ze wakker? Ze was niet alleen. Ze voelde het. En in de duisternis, in het half bewuste onbewuste, zag zij een gedaante naast haar liggen. Een gezicht. Maar dat kon niet. Het gezicht was transparant. Dwars door het gezicht, een vrouwengezicht, mooi, kon zij de schaduwen, contouren en alles van de afstanden zien van haar slaapkamer. Het gezicht leek te slapen. Ze probeerde het gezicht beter te kunnen zien, maar in haar half ontwakende staat, dacht zij dat ze droomde. Ze droomde toch? Dit was niet echt. Maar ze was wel wakker. Ze zag alles. Alsof zij, als ze gedurfd had, met haar hand, vingers, niet aanraken kon, geen zachte wangen voelen kon omdat zij er dwars doorheen zou gaan. En toen, ineens, was ze weg. Verdwenen. In de droomloze slaap van nachten zoals zovelen.

    Ze zou willen dat ze het tekenen kon.

    Labels:



    11:31 PM | vrijdag 24 november 2006



    SINTERKLAZIG:

    "Nou, wie weet nog een sinterklaasliedje?" De kinderen lachen wat maar er komt niets meer uit. Doodmoe zitten ze 's middags aan tafel. Sommigen met hun hoofd op hun arm. Anderen zijn in lalaland of gewoon duf. Dat middagslapen was geen succes. Na krap een uurtje werd er alweer een feestje gevierd. Vlogen de pantoffels en sloffen door de slaapkamer en zaten er twee als echte hooligans aan de spijlen te trekken.
    "Sinterklaas Kapoentje dan?" Na enig gekrabbel op m'n hoofd bedenk ik me wat de uitleg ,die men zo wijs in de commentbox geplempt heeft, betekent. "Dan laten we de gecastreerde haan maar achterwege..." Mijn collega verslikt zich bijna in haar koffie van het lachen. "En een, twee, drie..." Ik zing het liedje desnoods maar alleen. Ik klap in mijn handen maar de rest geeft geen sjoege.
    "Nou ook lekker. Krijg ik nu, denken jullie, wel een cadeautje in mijn schoen vannacht? Want ik heb nu heel goed gezongen. Dat heeft Piet, denk ik, wel goed gehoord!" T (3,5 jaar) schudt zijn hoofd. "Niet! Piet-Die-Niet-Kan-Horen zit nu op het dak!"

    Wijsneus.


    11:40 PM | donderdag 23 november 2006



    WEDERZIEN DEEL 2:

    Hij was gaan zitten, zijn jas uitgedaan en had een hand door zijn haar gehaald. Ondertussen had hij constant haar blik op hem gericht gevoeld. Het maakte hem nerveus. Ongemakkelijk. Raar.
    De ober had gevraagd of hij ook iets te drinken wilde. Hij knikte en bestelde een biertje. Dat had hij ook wel nodig. Hij glimlachte zonder echt te glimlachen en keek zijn gezelschap aan.
    "Daar zitten we dan..."
    "Ja..."
    Nadat zij een slokje van haar gloeiend hete koffie gedronken had en hij een enorme slok van zijn biertje, probeerde hij in zijn gedachten de juiste woorden te vinden om deze ontmoeting te omschrijven. Zoals een projectleider zou doen om zijn doel uit te bouwen. Hij begon te praten, haperend, stotterend, en zij luisterde zwijgend. Soms had hij daar irritaties over gevoeld; dat zwijgzame van haar. Later, toen het al te laat was, had hij er bewondering voor gehad. Maar hij had het niet meer durven vertellen.
    "Ik ben toch wel blij ergens dat we afgesproken hebben. Dan kan ik het nu afsluiten." sprak zij op het laatst. "Ik dacht dat je boos op me was." Hij keek verbaasd op. Schudde zijn hoofd. "Nee, niet boos."
    Hij had gezucht. Ook voor hem was het een twijfeling geweest. Zou hij er wel goed aan doen? Waren er niet teveel herinneringen die aan de oppervlakte verveelden?
    "Het is goed zo. Ja he?" had ze gevraagd.
    Ze hadden de rekening betaald, hun jassen weer aangedaan, waren samen naar de deur gelopen, hij had haar voorgelaten. In het donker, in het schemerlicht van buitenlampen waar de miezerregen doorheen danste, hadden zij elkaar aangekeken. Haar haklaarzen klikklakkend op de straten.
    Zij was het centrum in gelopen. Hij had haar nagekeken. Het was echt goed zo.


    7:40 PM |



    WENS:

    Als het rode schoentje in een wervelwind
    Zo droeg zij haar wens mee op reis met een zeppelin
    En onderweg misschien teveel sterren gegrepen

    Ze stopte ze in haar broekzak
    en ze stapte uit en liep door winkelpaden
    en ruilde de sterren in voor glimmende nagellak

    Een rood schoentje aan haar voet
    en nog steeds is zij op zoek
    naar de ander die zo goed bij haar past.

    Labels:



    2:05 AM | woensdag 22 november 2006



    MAILTJE:



    2:52 AM | dinsdag 21 november 2006



    WEDERZIEN:

    Na krap een maand zaten ze tegenover elkaar. In een ongemakkelijk weerzien, tenmidden van een geroezemoes van andere gasten. Hij had haar bij binnenkomst zien zitten; hoofd voorover gebogen, spelend met het lepeltje van haar koffiekopje.
    Hij had een onvoorstelbare oude kriebel gevoeld maar weet het aan zenuwen. Zij waren niet bepaald als goede vrienden uiteen gegaan. Allesbehalve. Toen.
    Hij was, pulkend aan de rits van zijn jas, naar het tafeltje gelopen. Ze had niets opgemerkt. Ze staarde, het leek een beetje triestig, naar het lepeltje.
    Hij had zijn keel geschraapt, maar het geluid was verstomd gegaan in de herrie van een cappuchino apparaat en later door de andere mensen in de buurt.
    Toen zij haar ogen ophief, hem zag staan, was er een moment geweest waarin tijd even leek stil te staan. Zoveel niet gezegde woorden in een blik met een verdrietige rand. Zoveel onuitgesproken en zoveel niet gezegd omdat woorden tekort deden aan alles dat zoveel gevoel bezat en gevoel dat geen woorden verdiende en gevoel waarvan de woorden kwijt waren geraakt.
    "Hoe is het met je?" had hij, met een ietwat schorre stem, gevraagd.
    "Wel goed. Denk ik." had zij gereageerd.


    1:06 AM | maandag 20 november 2006



    GEDANE ZAKEN:

    "Weet je wat het is? Sommige mensen saboteren hun eigen geluk.
    Dat kan ik weten want ik ben er een van!" schreeuwde ze tegen
    haar vriendin. Ze had vol woede haar kleren in haar tas gestopt.
    "Ben je klaar?" had vriendin gevraagd.
    "Ja! Ik ben helemaal klaar, ja! Ik ben wel zo klaar! Ik ben er gewoon
    klaar mee!" schreeuwde ze door.
    Ze pakte haar jas van de kapstok, gooide haar das om haar nek en keek
    haar vriendin aan.
    "Je bent je fohn vergeten."
    Vriendin wees naar de fohn dat op het bed lag.
    "Ach! Die kutfohn!" Ze stampvoette naar het bed, griste de fohn er vanaf
    en liep terug naar de deur.
    Vriendin bekeek de slaapkamer. Hield, met een gezicht van lichtelijke afschuw, haar neus op.
    "Dat je hier uberhaupt geslapen hebt!"
    Ze gooide de voordeur open en liep honend de gang op.
    "Laat staan gesext!"
    Met een schuine blik wierp ze een blik op het haakjesgordijn van de buurvrouw.
    "Ja U hoort het goed, buurvrouw!"
    Buurvrouw liet van schrik het gordijntje los.


    10:02 PM | zaterdag 18 november 2006



    ZWIJGEN:

    In de trein had ze schuin tegenover twee opgeschoten knullen gezeten. Ze schatte hen rond de zeventien misschien. Ze waren luidruchtig. Enorm, irritant luidruchtig. De coupe zat vol. Tegenover de knullen zaten twee ouderen. Achter hen een vrouw van middelbare leeftijd. Zij klampte haar tas al bangig tegen zich aan. Ergens in de buurt stond een treinconducteur in het tussenstuk.

    Er ging een mp3 speler op hard. Zonder oordoppen. Er knalde door heel de treincoupe een rapnummer, een persiflage van het nummer van Lange Frans en Baas B. Dat de rapper het zusje van Lange Frans wel wilde pakken. En nog meer van dat gewauwel. De volumeknop ging harder en ze zongen lachend als Beavis en Buthead mee.
    Zij had om zich heen gekeken. Tegenover haar zat een jongeman die haar in de gaten kreeg. Haar ogen hadden namelijk vuur gespuwd.

    Was er nou niemand die opkeek, het vervelend vond? Deed iedereen nou net alsof ze het niet hoorden? Was er nu niemand die wilde vragen of het alsjeblieft wat zachter kon? Ze wiebelde gefrustreerd op haar stoel en stond op het punt zelf maar te vragen of ze oordoppen hadden meegenomen! De jongeman legde een hand op haar knie. Schudde zijn hoofd 'niet doen.'

    Ze was weer gaan zitten. In Roosendaal was ze zwijgend uitgestapt. Had de mensen, waar ze de treincoupe mee gedeeld had, nagekeken. In shock. Ze voelde zich boos. Boos vooral op zichzelf. Iedereen was bang geweest. Ze had zich tegen laten houden door een vreemdeling. En nu was ze boos. Boos!
    Thuis had ze kwaad haar tas weggesmeten en was op de bank gaan zitten. In het boek dat ze elke dag een keer inlas kwam ze op een onbekende bladzij terecht. Er stond:


    Labels:



    6:14 PM | woensdag 15 november 2006



    BLADBLAZER?

    Labels:



    2:55 AM |



    LIJNEN:

    Ik vraag me af
    wat het litteken doet
    op mijn lijf

    Of het iets is als
    krokodillenleer
    Als een diepe rimpel
    in m'n voorhoofd

    Of is het een landkaart
    ergens naartoe

    De rimpels in mijn voorhoofd
    zijn er, denk ik,
    omdat ik teveel gefronsd heb
    tot nu toe

    december 1997

    Labels:



    10:11 AM | dinsdag 14 november 2006



    DOOD:

    Ze zaten samen te eten. Op een licht zonnige herfstochtend om half twaalf.
    "Ome W is dood"."
    Ze zei het aan tafel, terwijl ze een stukje brood in haar mond propte. Een slokje melk erachteraan.
    "Ja, ik heb het van mama gehoord."
    "Mama moest huilen." vertelde het drie-jarige kind.
    De leidster knikte. "Mama voelde zich een beetje verdrietig he?"
    "Als ik ga slapen vanavond, ga ik dan ook dood?"
    Het stukje brood wat de leidster in haar mond wilde doen bleef halverwege hangen.
    "Nee, lieve schat. En mensen die dood zijn slapen niet. Zij doen niets meer. Alleen maar liggen. Hun hart is dan gestopt met kloppen. En dan kunnen ze hun ogen niet meer openmaken. En ze kunnen niet meer lopen en spelen."
    Dat was wat mensen vaak deden; zeggen tegen kleine kinderen dat opa, papa, wie dan ook, voor altijd zou slapen. Niet beseffend dat diezelfde avond dat kind zelf ook moest gaan slapen. Wat zou er door dat bolletje gaan als de ogen wilden sluiten maar het kind vocht tegen de slaap?
    Slaap was geen dood. Dood was dood. En zo moest ze het ook met kinderen bespreken. En dat bevrijdde de leidster. Met volwassenen kon je niet hardop DOOD uitspreken. Laat staan bespreken welke muziek, wat voor een kist, wel of geen bloemen.
    "Ome W is dood, he?" vroeg ze opnieuw.
    "Ja, Ome W is DOOD."

    Leestip: [klik]


    8:49 PM | maandag 13 november 2006



    ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 4:

    Ze keek nog eens achterom naar de donkerblauwe-hemd-mevrouw. Ze was bezig met iets inpakken. Ze zag een kartonnen doos op de balie staan. Weer keek ze naar de schap met flesjes zonder dop. "Tester" stond erop met een witte sticker. Met trillende vingers pakte ze een flesje eraf. Hield het voorzichtig bij haar neus. Zoet. Naar bloemen. Als de bloem bij de bloemenwinkel.
    Ze legde een vinger op de bovenkant van de dop. Drukte het voorzichtig naar beneden. Er spoot zich een nevel de lucht in. Van geurige zoetheid. Even rook ze in de lucht. Sloot haar ogen. Hmm.
    Ze had alleen geen geld. Helemaal niets. Ook bij de rekken van de supermarkt waar de karren met een ketting in elkaar zaten had ze niets gevonden.
    Weer keek ze achter zich. De jonge vrouw met felrode lippen had opgekeken haar richting uit. Had even gefronst en daarna geglimlacht. Ze ging door met spullen uitpakken. De kartonnen doos bleef op de balie staan.
    Eigenlijk ging het een beetje vanzelf. Dat ze het testerflesje in haar hand hield en zo in haar jaszak liet glijden. Dan kon ze thuis al haar kleren volsproeien met bloemenlucht. Ze had zich omgedraaid en was richting de deuren gelopen. Ze had de deuren gezien waar net iemand met een drogisttas vol spullen wegliep. En toen ze over de drempel was had ze een hand in haar nek gevoeld. Een strakke knijpende greep dat haar liet stoppen.
    "Volgens mij, meisje, heb jij iets meegenomen uit de winkel waar je eerst voor moet betalen."
    Ze had geschrokken opgekeken naar de mevrouw met de felrode lippen.

    In een klein kamertje, tussen de andere kartonnen dozen, had ze moeten wachten op de meneer die nu de kamer binnen kwam lopen en haar even met een nee-knikkende zucht bekeek. Hij had een donkerblauw pak aan. Hij was van de politie. En dat maakte haar bang. Ze durfde niet meer naar de meneer te kijken en keek daarom maar naar haar wiebelende schoenen die net niet bij de grond konden. De stoel was te hoog.
    De meneer zette zijn pet af en bekeek waar hij hem kon neerleggen. Hij legde hem maar op een kartonnen doos.
    "Zo."
    ...
    Hij keek even om zich heen en pakte een stoel. Met opgetrokken wenkbrauwen ging hij zitten.
    ...
    "Wat is er vandaag gebeurd?"
    ...
    Meneer de politieman draaide zich om, zag ze, vanonder haar warrige haren, toen de jonge medewerkster binnen kwam lopen met het flesje. Snel keek ze weer naar beneden toen hij het flesje aanpakte, en haar weer aankeek.
    "We moeten wel even praten, hoor."
    ...
    Ze kneep haar lippen op elkaar. Bekeek door het gordijn van blonde haren de ogen van de meneer. Hij keek haar met een vragende blik aan.
    "Je weet, denk ik, wel dat je eigenlijk niets zonder te betalen mag meenemen uit een winkel."
    ...
    "Waarom nam je dit flesje mee?" Hij draaide de fles tussen duim en wijsvinger heen en weer en hield het voor haar ogen. Het waterige goedje danste heen en weer in het doorzichtige glas met de witte sticker erop.

    Labels:



    7:34 PM | zondag 12 november 2006



    VLUCHTIG:

    Hij zat in Het Hart. Hij had cynisch ingehouden gelachen toen hij zonder erg voor de deur stond en nauwelijks de hippe neonletters zag boven zijn hoofd. Het Hart. In fel rose en rood.
    Hij zat aan een afgebladderde donkerhouten tafel en had net een koffie besteld. Het was een treurige zondagmorgen. Er waren een handjevol mensen op straat, binnen rook hij de geur van vers gebakken eieren vermengd met koffie. Uit zijn donkere halflange jas, die hij over de leuning gelegd had, haalde hij een klein notitieboekje. Zwartleer. Toen een dame de koffie bij hem neerzette was zij net iets
    te lang naar zijn zin bij hem blijven staan. Hij had opgekeken met een opgehaalde wenkbrauw. Ja? Ze was met een schrik in haar ogen weggelopen naar de bar.
    Had een vaatdoek over de rand gehaald. Was pissig geweest, leek wel. Misschien was hij inderdaad te grof geweest. Maar het was zondag, rust, en hij had geen behoefte aan kletspraat.
    Het zwarte boekje lag voor hem. Hij nam een slok van zijn koffie en probeerde met een hand de juiste pagina te vinden. Blanco, als het kon.
    Toen hij zijn koffiekopje had weggezet in een kleine rinkeling door de aanraking met het bordje, pakte hij de Parkerpen en vond met zijn andere hand een blanco vel.
    Lang bleef hij zitten staren naar het geopende boekje. Lang streek hij over zijn ongeschoren kin. Lang friemelde hij met de knop van zijn Parkerpen. Aan. Uit. Aan. Uit.
    En toen hij de bodem in zijn koffiekopje dronk, vies koud, het terugzette,
    vond de inkt van de pen het onbeschreven papier. Begon hij een zin. Nog een zin. En leek hij na een aantal zinnen geschreven te hebben, klaar. Maar hij leek niet tevreden. Scheurde het blad uit het boekje. Frommelde met een verbeten zucht het papiertje in elkaar. In een prop dat hij wegsmeet terwijl hij snel opstond. De deur uitliep en Het Hart verliet.

    Zij had het hele schouwspel gevolgd. Was haar thee vergeten te drinken. Was opgestaan uit haar donkere houten stoel in een doemerig hoekje van het cafe.
    Had het opgeraapt van de vloer en had het meegenomen naar haar plek.
    Had het propje opengemaakt en had gelezen:

    Ik dacht bij mezelf
    Het is beter je een briefje te sturen
    in plaats van dat ik je bel
    omdat, stel dat je het niet wilt lezen,
    je het briefje verscheuren kan
    en wat zou je met een telefoontje (kunnen) doen..?


    6:23 PM | zaterdag 11 november 2006



    EMMER VOL:

    we doen het allemaal
    wel een keer
    en sommigen meer;

    iets achterhouden dat
    niet perse iemand,
    om wie we geven, denken we
    hoeft te weten

    niet echt in iedergeval,
    of maar voor de helft,
    een beetje van het
    gehele verhaal, kort of lang

    baadt het niet
    dan schaadt het niet
    wat niet weet
    wat niet deert

    maar geweten is een
    machtig en krachtig goed
    het wurmt zich onzichtbaar
    in andermans veren: fluistert intuitie

    zodat de druppels in
    andermans emmer
    zwaar doet overlopen

    DRUP DRUP DRUP

    Labels:



    11:15 PM | vrijdag 10 november 2006



    ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 3:

    Was het een blauwdruk van zijn leven geweest? Een stempel op de brief? Hij was het onderweg vergeten. Hij was vergeten wat het was om te leven zoals leven moest. Nodig was. Ook voor zijn dochter. Hij was opgestaan uit de stoel. Zijn jas gepakt van de leuning en om zich heen geslagen. Hij had zijn spreker toegeknikt in een beleefd toneelspel. Was de deur uit gelopen, langs de lange vooroorlogse gangen van het schoolgebouw. Naar huis.
    Soms leek hij een afslag verwijderd van thuis. Wat was thuis?

    Thuis zat zij onder de tafel. Met schokkende schouders. Ze zag vanonder de tafel de in pantalon gehulde benen van mama heen en weer lopen in een nerveuze pas. De stof streek met dof geluid tegen haar benen. Het ruiste licht.
    Moeder was aan het bellen maar kreeg niemand aan de lijn. Ze vloekte ervan.
    Wat haar deed ineenkrimpen. Mama was woest. Ingehouden woest. Niet theatraal, hectisch en driftig woest. Het was koude woestheid. Waarvan haar lichte blauwe ogen bijna ijs werden.
    Zo’n vulkaan woestzijn. Daar moest ze altijd van schrikken op het moment dat het over leek. Dan volgde er alsnog een uitbarsting. Begon alles opnieuw.

    Ze hadden haar viespeuk genoemd. Buiten tijdens de schoolpauze. Ze hadden in de cirkel gerend en haar verteld dat ze vies rook. "Gatverdamme!" riepen ze.
    Ze hadden erom gelachen tijdens het rennen in de cirkel. Zij had in het midden gestaan en alles bekeken. Had bijna de neiging aan haar trui te ruiken. Was het echt wel vies? Waar rook het dan naar?
    Ze was toch schoon? Ze had naar haar gebreide trui gekeken. De rode stof gevoeld vanonder haar vingers. Had verbaasd naar de lachende ogen gekeken die vuur spoten tegelijkertijd. Als ze vies rook moest ze zich wassen. En wassen deed ze toch? Mama gooide dan een washandje de badkamer in. "Hier is nog een schone." Het werd achteloos gegooid zodat zij het opraapte van de tegelvloer.
    Dan zette ze het trapje voor de wastafel want de spiegel was te hoog.
    Dan opende ze de kraan en voelde langzaam het water warmer worden. Gleed met haar beide handen langs het water, zag de druppels van haar nagels glijden. Het water werd warmer en warmer. Het voelde als een vloeibare deken. Totdat mama opeens met een ferme draai de kraan dichtmaakte en haar aan haar bovenarm de trap aftrok. "Niet spelen met de kraan! Meekomen nu. Je gaat naar bed."

    ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 1:

    Ze dacht weleens dat, als haar moeder de creme als witte dotjes op haar voorhoofd, wangen en kin aanbracht, ze alles zo goed uitsmeerde dat haar huid van steen werd. En dat er dan nooit miniscule breukjes ontstonden omdat ze nooit lachte.
    Zelfs als ze van haar koffie dronk bewoog ze alleen haar lippen.
    Haar gezicht leek op marmer. Haar lijf een wassen beeld. Ze stond weleens achter de strijkplank de krijtstrepen overhemden te strijken van papa, bewoog alleen haar ene arm. Heen en weer. Heen en weer. Zij had aan het voeteneind van het bed gezeten. Observeerde de geruisloze bewegingen van haar moeder.
    De huizen waren geluiddicht, leek wel. Zelfs als de buren met fronsende wenkbrauwen een blik naar buiten wierpen, vanachter gesloten vitrages, en zij met wanhoop in haar ogen contact probeerde te maken, dan nog sloten de buren de gordijnen.
    Alle huizen hadden dikke muren. Alle ramen konden dicht.
    Ze bekeek haar blauwe waterschoenen. Haar dikke donkergrijze sokken. Ze kon haar tenen niet bewegen. Ze legde haar ongekamde vlasblonde haar als in een gedraaide knot in haar nek. De bladeren dwarrelden op een herfstdag door de tuin. Papa was vegen. Mama was binnen. En zij was nergens.

    Labels:



    6:04 PM |



    DE PIJN TERZIJDE:

    Hij zat op de bank naast haar. Hij durfde haar niet aan te kijken. Zijn twee vrienden zaten erbij. "Het is alsof alles vanonder me wegvaagt. Soms..." fluisterde hij met een ingehouden snik in z'n stem. "Ik weet het gewoon even niet meer." Hij zuchtte diep en liet zijn hoofd hangen. Zijn vrienden begonnen een verhaal. Zij luisterde aandachtig, fronste soms haar wenkbrauwen, keek de man naast haar aan en ontdekte dat hij soms moest blozen. Hij voelde zich duidelijk niet op zijn gemak. Verlegen. Tegenover haar. Ooit waren zij heel close geweest. Dat leek eeuwen geleden. Hij voelde vertrouwd maar ook weer niet. Zijn sterke handen. Ooit strelend over haar wang. Ze lagen ineen op zijn benen. Trillend. Koud.
    Alles dat verteld werd had ze al lang begrepen. Dat was ook de reden geweest dat zij de andere weg had moeten inslaan. Dat ze contact verbreken moest. Er was geen keus. Als zij anders beslist had, was zij met hem ten onder gegaan. Het moest anders. Zij moest weg. Gaan. Uit zijn beeld. Voor altijd of tijdelijk. Maar wel weg.
    En gedurende de afwezige maanden, de lange uren alleen, het proberen in te vullen van haar eigen bestaan, ging hij ook verder. De onzichtbare lijnen waren half aan het rafelen gegaan. Tijd heelde niet alle wonden. Tijd zorgde ervoor dat er een kans bestond te helen. Tijd zorgde ervoor dat er geleerd kon worden. Dat was de opzet van tijd. Tijd was een mooi en kostbaar instrument.
    En nu was zij door vrienden gemaild. "Het gaat niet zo goed met hem." Zij had gezucht. Wat had ze ermee gemoeten. Zij had alles zo ontzettend pijnlijk aangevoeld. Was door haar tranen heen, die half opgedroogd waren, verder gegaan in tijd. "Wil je alsjeblieft helpen?" Hoe kon zij helpen?
    En ondanks de angst en de boosheid gaf ze toe. Zat ze opnieuw op de bank waar zij maanden geleden samen met hem zat. In andere omstandigheden. Die niet meer teruggedraaid konden worden. Maar was tijd een nieuwe tijd. Met nieuwe inzichten en uitkomsten. Hoe dan ook, zij zou luisteren. Dat was het minste dat zij kon doen. Even de pijn terzijde.

    Labels:



    7:46 PM | donderdag 9 november 2006



    EN POINTE:

    Er was een beetje heimwee. Heimwee naar het zijden rose. Ze hield de spitzen in haar handen. Ze hadden in een kast gelegen. Ze glimlachte weemoedig. Sloot haar ogen en ze stond weer op het toneel. Strakke panty, haren in een knot. Zwart balletpak. Beenwarmers. Warming up. Arabesque, battement, pas de chat, releve, sissonne. De beweging. Het ritme. Golven. Dansen. Ze wilde dansen. Ze pakte de spitzen en deed haar sokken uit. Bewoog haar voeten, tenen, omsloot de balletschoen om haar voet. Ging voorzichtig staan. Bewoog de tenen in de neus. Ging voorzichtig lopen. Balancerend op een been. Draaide met haar armen. Keek strak vooruit. Zocht een punt in de verte. Een, twee, drie. Draaide een pirouette. Dat lukte. Het lukte! Ze zweefde, danste, bewoog, vloog! En bij haar laatste tret, de grande finale, liet ze zich in een buiging gaan. Applaus. Het galmen van oorverdovend applaus.