karin

Linkshandig en zelfstandig. Ik ben 3x auteur bij Scriptum. 1x eigen beheer. Ik hoef niet in een hokje. Schrijf mee: met-k.com/life-review

Iemand nummer 203?

Er is een lange wachtrij als ik bij de apotheek aan kom lopen. Ik trek een nummer uit de machine en ga een beetje achteraan staan. Ik tel zeker twintig wachtenden voor me. De apotheek is gelegen in het ziekenhuis en naast de balies lopen mensen met dienbladen met overheerlijke saussijzenbroodjes en koppen soep erop. Ik ruik de geur en kijk op de klok bovenaan de balie. Lunchtijd. Mijn maag begint te rammelen. Maar ik sta hier nog wel even. Bovendien doet de machine het niet die automatisch moet omroepen wanneer iemand aan de beurt is. De balie medewerkers roepen niet al te luid zelf het nummer om. ‘183?’ … ‘Iemand 183?’ Ik kijk voor alle zekerheid nog maar eens op mijn kaartje. Ik heb nummer 203.

Als ik een beetje om me heen kijk zie ik mensen van allerlei pluimage. Jong, oud. In een rolstoel, leunend tegen een pilaar. Iemand eet een cake. Langzaam. Dan zie ik een wat oudere vrouw met grijs haar aan de punt van een tafel zitten. Ze draagt een grijze jas. Ze houdt haar ene wijsvinger van zich af voor haar gezicht. Langzaam beweegt ze haar wijsvinger naar haar neus. Als haar wijsvinger bij haar neus is beweegt ze haar wijsvinger weer naar achter. Dat gebeurt zeker een keer of vier. Ik blijf gebiologeerd kijken.

‘Nummer 203?’

‘Iemand nummer 203?’

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Waar ben je?

Via het nieuwsbericht over sommige jongeren die achtergelaten worden in het buitenland, bijvoorbeeld door uithuwelijking, dacht ik ineens aan dat meisje in mijn klas. Ze had roetzwarte haren. De haartjes op haar bovenlip en onderarmen waren ook best zwart. Ze heette Sevil. Ze was best verlegen, sprak weinig en zat meestal tijdens het speelkwartier op een stoepje. Later zat ze in mijn groepje in de klas. Destijds was ik te jong om alles te begrijpen. Ik zag alleen dat ze anders was dan wij. Donker, stil en uit een land met een andere taal. Tot Sevil op een eerste schooldag na de zomervakantie er niet meer was.

Het tafeltje waaraan ze zat was leeg. Haar stoel was leeg. Haar laatje, zagen we, was niet uitgeruimd. Haar etui lag er nog in. Alsof ze zelf ook wel wist dat ze weer naar school zou gaan. De leraar stond voor de klas en was stil. Hij wist ook niet wat er was gebeurd. Ze was niet ziek gemeld. Hij zou gaan bellen, zei hij.

Een week of twee later was ze nog steeds niet in de klas. Het andere buitenlandse kindje bij ons huilde. In de pauze troostten wij haar. We snapten zelf ook niet goed wat er aan de hand was maar iets was er mis. Waar was Sevil?

Waar ben je nou?

We hoorden pas veel later, via de wandelgang in de school en buiten op het schoolplein van ouders wat er werkelijk was gebeurd. Sevil was door haar ouders meegenomen op vakantie, zo zeiden ze, naar hun geboortegrond. Maar Sevil bleef weg na de vakantie. Sevil was nu, op elf jarige leeftijd, getrouwd.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Het lijkt mij ook helemaal niks!

Ik sta bij de kassa van de Jumbo. Net ervoor had ik een leuke werkafspraak gehad bij een strandtent en ik had mezelf voorgenomen op de terugweg wat boodschappen mee te nemen. Een mevrouw voor mij wacht even op de kassière die moeite heeft met de kassa en wordt begeleid door een collega. Ze moet ingewerkt worden. Ik wacht geduldig, tijd genoeg. De mevrouw voor mij rekent af en maakt plaats voor mij. Het meisje vraagt wat aan haar collega. De collega legt het uit. Het duurt even.

‘Hallo!’ zegt de kassière tegen mij. Ik knik vriendelijk terug en zeg ook ‘hallo’. Ze begint met scannen en ik berg mijn boodschappen op in mijn tas. ‘Zo!’ zegt een man achter mij, ‘Er zit hier een hele delegatie!’ Hij kent de collega blijkbaar. De collega van het meisje wuift het weg. ‘Ik vind er anders niks aan hoor!’ Ik kijk op. Het meisje achter de kassa scant rustig door en geeft aan mij het bedrag door. Ik pin. ‘Wilt u de bon?’ Ik schud mijn hoofd en ga verder met inpakken.

‘Het lijkt mij ook helemaal niks. De hele tijd niks doen en naast iemand zitten die het nog moet leren.’ De collega wuift het weer weg. ‘Alsjeblieft zeg!’

Ik pols de gezichtsuitdrukking van de kassière. Ze moet het allemaal gehoord hebben, de collega riep het over haar hoofd heen. De man vooraan de kassa riep ook hard terug. Ik kijk nog een keer voordat ik de winkel uit loop. De kassière werkt stoicijns verder en laat zich ogenschijnlijk niet uit evenwicht brengen.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.