Er ontstond een discussie op Twitter over het woord ‘nederig’ naar aanleiding van het thema #WOT (Write On Thursday) waarbij men elke donderdag aan de hand van een woord een blog, vlog of foto maakt en met elkaar deelt zodat men nieuwe invalshoeken leest. Er werd geopperd het woord ‘nederig’ te gebruiken, iets waar ik meteen een naar gevoel bij kreeg. Dat woord doet iets met mij. Het stuift alle kanten op en laat zich niet pakken. Waarom eigenlijk?
nederigheid *
bescheidenheid, deemoed, geringheid, ootmoed, bescheidenheid, onderdanigheid, onderworpenheid
Het kan me grijpen naar m’n keel. Dat woord. Het maakt dat ik me moet inhouden niet heel hard te gaan schreeuwen. Het heeft een gevoel van buigen met twee grote handen op mijn rug waar ik me keihard tegen verzet omdat ik niet buigen zal. Het hangt samen met onderdanig zijn, gewillig doen wat anderen wensen en daarbij niet rekening houdend met mijn wensen en grenzen en laat ik juíst degene zijn die bepaalt welke vrijheid ik kies. Het draait mijn maag om. Buigen doe ik alleen als ik wil, niet als iemand anders dat bepaalt. Een kernwaarde.

Jaren geleden werd ik wakker uit een nachtmerrie. Het was op een punt in m’n leven waarbij de nacht me steeds heftiger liet schrikken en me soms zelfs verlammend wakker hield. Ik kon mijn ledematen niet bewegen en zat vast in mijn eigen angst. Letterlijk. Dat het dan om me heen donkerder dan donker leek en ik me rustig moest houden omdat ik net erge dingen gedroomd had die niet in het nu plaatsvonden, verlamde me. Mijn hart bonkte als een bezetene in mijn lijf en ik kon niets meer doen dan afwachten wat een nieuwe minuut met me zou willen. Overgave aan de controle van iemand anders. Of iets anders in dit geval.
Hetzelfde gevoel krijg ik als ik de goederenwagons zie langskomen als ik op het station sta te wachten op de intercity en het geluid hoor in de verte van een lange, oneindige trein op weg naar een verre bestemming. De wagons helemaal dicht.
In de tweede wereld oorlog stond men tegen elkaar gepropt in zulke wagons, onwetend waar ze heen gingen en hun laatste bezittingen weggegooid. ‘Alleen in mijn gedachten zal ik altijd vrij zijn.’ is een spreuk die ik ooit las of hoorde, ik weet het niet meer, van iemand die gevangen zat in een concentratiekamp. ‘Je kunt dingen met me doen en laten, me afranselen, me bespugen of negeren, maar in mijn gedachten ben ik vrij en buig ik niet.’ Ik werd ooit wakker uit een nachtmerrie en mijn logé vertelde later dat ik heel hard riep: ‘I will win! I will win!’ Gek dat ik dat riep in het Engels. Ik droomde dat ik werd vastgehouden door iemand en niet wegkon maar vocht voor m’n leven.
Niemand is beter of groter dan de ander. We zijn allemaal hetzelfde en maken fouten en hebben succesverhalen te vertellen. We zijn niets minder of meer, we zijn gelijk aan elkaar. Of je nu beroemd bent, goede komaf of zo arm als wat, iedereen poept op een toilet en veegt zijn reet af met w.c papier. Iedereen. Ik voel me nooit nederig. Ik zal nooit onderdanig zijn en ik zal alleen buigen als ik iemand met een figuurlijke petafname ‘chapeau’ toeroep.
En dat is precies het vreemde aan dit woord, nederigheid, want in een adem spreekt het over bescheidenheid en onderdanigheid. Wat mij in verwarring achterlaat. …
