Agenda:

- Za 4-9-2010: Open Dag VU Den Haag Blogcursus 13.00-16.00 (om je vragen te beantwoorden over blogcursus!)
- Vrij 24-9 Creatieve Borrel 18.00 S2M
Utrecht (Meld je HIER aan!)


wow

(archives)

Overgang.

– karin

1 het gaan over iets
2 plaats van overgang
3 het overgaan; verandering

Van de ene in de andere fase. Van klein naar groot. Van jong naar oud. Van gezond naar ziek. Van woede naar acceptatie en van teleurgesteld naar tevreden. Van ongesteld naar overgang.

De periode van veranderende fases. Als ik het woord steeds maar hardop voorlees Over-gang, o-ver-gang dan zie ik in mijn verbeelding een lange donkere gang voor me waar iemand wandelt. Langzaam, aarzelend. Alsof iemand weet dat er geen weg terug is, maar zolang de persoon voet voor voet blijft lopen is er beweging. Maar die beweging is geen weg terug en geen weg terug is zonder enig overleg of vraag of toestemming mee moeten in de onherroepbare gang van zaken. Alsof het een contract is van je leven waarin je de pen in je handen gedrukt krijgt en men je strak blijft aankijken totdat je getekend hebt. En waarvoor je tekent is niet terug te draaien.

Vroeger wilde ik snel volwassen zijn. Ik kon niet wachten om te werken en een eigen huis te hebben en mijn eigen leven te leiden. Zelf beslissen over wat moest en niet moest. Klein en onvolwassen kwam op mij over als er niet toedoend; te weinig inbreng hebbende omdat de volwassenen om mij heen de beslissingen namen. Ik kon er woest over zijn.

Het is ook leeftijd. Van twintig naar dertig. Van dertig naar veertig. Van kleine kinderen die volwassen worden en die de deur uitvliegen. Fases. Periodes. Overgangsklachten; heimwee. Nooit meer terug.

(Via de WOW.)

Onmacht.

– karin

1) onmogelijkheid om iets te doen wat je wel graag wilt; machteloosheid
2) flauw vallen

‘Alsof mijn lijf hele andere dingen doet dan ik wil. Ik wil helemaal niet dat het doet wat het doet en al helemáál niet dat het iets niet doet. Waarom kan ik niet sturen?’ …

‘Alsof mijn lichaam goochelt. Trucjes uitvoert waar ik zogenaamd om zou moeten lachen. Ik lach er niet om. Het doet zeer. Het is een onvermogen, een last. Het is uit mijn handen. Uit mijn hoofd. Uit mijn wil.’ …

‘Ik heb geen litteken dat ik kan dragen en kan laten zien op het moment dat het even minder met me gaat. Het zit tussen mijn oren, in mijn bloed en waar dan ook waar ik niet wil dat het er zit. Het mag eruit, stoppen, verschrompelen. Het mag dood.’ …

‘Alsof het leeft, groeit en groter wordt zonder mijn uitdrukkelijke toestemming. Dat het een eigen leven leidt en een eigen wil heeft. Ik ben het er niet mee eens!’ …

‘Ik ben het er verdomme niet mee eens!’

‘Mijn lijf zeult met me. Plaagt me. Duwt en trekt. Schopt en grijpt me en laat dan weer los. Ik heb geen houvast meer. Ik kan niets vertrouwen. Ik zou het liefst willen verstoppen in mijn lijf, maar mijn lijf verstopt zich niet.’ …

‘Ik zou moeten loslaten. Het beste dat mijn hart en mijn verstand kan dragen. Het duwen en trekken en vechten kost mij energie. Het maakt me moe en radeloos’. …

(Onderdeel van de WOW.)