Zou jij dat doen?

We liepen over straat. We wandelden rustig en langs bekende wegen en we spraken, alsof het onderwerp zomaar toevallig ter sprake kwam, over hoe je iemand zou steunen. Loyaliteit. Wat dat was. We discussieerden erover. Het brak emoties open. Je staat achter iemand. Omdat het je vriend is, je broer, je zoon, je trouwe partner. Ten koste van wat? Alles?

We bespraken loyaal zijn alsof we het aan het ontleden waren. Wat als die goede vriend, je vader, je zus, je trouwe metgezel iets heeft gedaan wat niet oké is? Wat als je iets hebt gezien wat eigenlijk niet door de beugel kan waardoor je twijfelt over zeggen of zwijgen? Wat als je moest besluiten mee te gaan met iemand die een gevaar zou vormen voor een ander maar je was bang degene te moeten teleurstellen? Je zou een afvallige zijn. Een verrader. Niet loyaal.

‘Soms nemen mensen die je lief hebt besluiten die kwalijke gevolgen hebben voor anderen. Dan moet je loyaliteit even onder de loep nemen.’ zei ik.

We liepen over straat. We wachtten bij een kruising, heel toepasselijk. Als je zou zwijgen over iets wat gevolgen zou hebben voor een ander onschuldig persoon, zou jij stappen ondernemen?

‘Zou jij dat doen?’ vroeg hij. En we staken over.

‘Zou jij dat doen?’ werd er nogmaals gevraagd.

‘Ik heb dat weleens gedaan.’ zei ik.

‘Wat gebeurde er toen?’

‘Ik was een verrader. Niet loyaal.’ Het was even stil.

‘Was het het waard?’

‘Ja, ik ontzag de anderen.’

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Blijkbaar was het nodig om keihard over het schoolplein te racen.

Het ging telkens als een golf op en neer. Dan was er een fietsertje dat brutaal over het schoolplein fietste en volgden er langzaam meer. Schoolleiding zei er wel wat van maar was niet buiten te vinden als de school uit was en zodoende kon men gewoon op het drukke schoolplein, waar ook hele kleine kinderen liepen, fietsend door de poort naar huis. Er werd gemopperd door ouders. ‘Dat ze er niets van zeggen, de schoolleiding!’ Er werd gezucht en gesteund. Maar ze hielden zelf hun mond.

Vorige week kwam er een oudere meneer het schoolplein op. Hij zat op een elektrische fiets. Er speelden kinderen met een bal, er werd tikkertje gedaan. De kinderen renden hard en gillend over het schoolplein heen. De oudere man reed met zijn elektrische fiets behoorlijk hard. Blijkbaar was het nodig om met zijn ingebouwde accu keihard over het schoolplein te racen. Het was denk ik veel te ver lopen van de ene deur naar de andere. Misschien had hij geen zin om zijn dure fiets in de fietsrekken te zetten omdat er een bal tegenaan zou kunnen komen. Hij slalomde om de rennende kinderen heen totdat er eentje rakelings langs zijn voorwiel rende.

‘Kijk toch Godverdomme even uit!’ riep de oudere man.

Het kind schrok zichtbaar en keek de man met open mond aan. Dit kind, net als ik, was onder de indruk van de onverwachte kwade uitroep van de man. De man sjeesde naar de achterste deur om zijn kleinkinderen op te halen. Ik had zin om een ventiel los te draaien. …

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Zo wordt een goed verhaal geschreven.

Ik zie een uitgestrekt landschap. Fel groen gras. Daar ergens verderop een bosgebied. De man met rimpelige groeven in zijn gezicht kijkt ernaar. Soms hangt er grondmist boven de velden. Dan verschijnt de zon later en schittert tussen de hoge bomen waar een jongeman achtergelaten is, bedolven onder grote takken. Gedood door iemand die plotseling met ontbloot bovenlijf voor de oude man staat als hij met zijn hond door de velden wandelt. De persoon praat niet maar loopt achter de oudere man aan die hem onderdak geeft en schone kleren die ooit van zijn zoon waren.

Ik kijk naar de langzame beelden, de emoties die op de gezichten te zien zijn. Elke blik spreekt. Daar hoeven geen lange dialogen aan te pas te komen. Elk beeld is traag, de camera gaat heel langzaam van persoon naar raam en zoomt heel langzaam uit. Het huis is oud en primitief. Je loopt mee de keuken in waar de oudere man de afwas doet met een beetje stromend water en de borden afdroogt met een oude theedoek. Hij sjokt naar boven naar zijn slaapkamer terwijl de hond achter hem aan loopt en neerploft op een oud en versleten deken. Het gaat niet om het bespreken van de sfeer maar het voelen van de sfeer.

De schrijver is de regisseur van zijn eigen tekst. Hij graaft door eigen documenten. Hij bladert door talloze hanenpoten en bekraste zinnen. Hij ordent de tekst en haalt weg, voegt toe. Hij dobbelt met woorden; wat past beter. Hij maakt van de ene scène een aanvullende scène en weet dat hij bij een interview moet uitleggen dat nee, het is niet autobiografisch want zo zit de tekst niet in elkaar. Zoals de cameraman scènes in de film traag voorbij laat zweven en de regisseur de beelden uitkiest zo integer en verfijnd zo wordt een goed verhaal geschreven.

Ik keek een interview met een schrijver over een nieuw boek. Ze legde uit dat ze gebruik gemaakt had van flarden uit dagboeken, schriftjes en documenten die ze verzameld had. De interviewer begon de getergde vraag of het boek dus autobiografisch was. De schrijver leek even haar hoofd te buigen. De interviewer vond het maar lastig dat deze realistische fragmenten onwaarheden bevatten.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.