Nu even niet, nee.

Normaal gesproken zie je me twee keer per week in Delft achter een joekel van een tweelingbuggy. Nee, geen koters van mij zelf maar ik fungeer dan als gastouder. Dat duwen van zo’n tweelingbuggy is één verhaal, wat ik soms onderweg meemaak is een ander verhaal.

Zo lijken de winkels steeds meer spullen te willen etaleren en bereik ik steeds vaker het irritatiekookpunt van een medewerker van zo’n winkel. Ik noem onder andere de AH’s, Kruidvaten en V&D’s .

Ja, sorry hoor! Ik manoeuvreer me helemaal te pletter tussen die kratten en schappen in die winkels! De dozen reiken tot aan mijn ellenbogen, het ingepakte speelgoed ligt torenhoog in het midden van een rij en ook de vracht die gebracht is staat er nog vrolijk naast. Voor een simpel pakje boter, half brood of fles shampoo knal ik wekelijks stapels barbiepoppen, dozen met scheerspullen en kratten fruit om, om dan vervolgens á la Mandy van Neonletters aangesproken te worden. ‘Sjeetje zeg, da’s dus echt niet oké hè, dat heb ik er dus echt wel net dus neergezet!’

De consument in crisis. Ik merk het. …

[Foto gemaakt door Bucklava.]

Wat je niet moet doen als je juist iemand op je gemak wil stellen.

Er zijn twee dingen in het leven waar ik het liefst hard voor wegren. Maandelijkse buikpijnellende en de tandarts.

Maar ze komen allebei steeds weer langs. Vanochtend moest ik (expres zo vroeg mogelijk de afspraak gepland) naar de halfjaarlijkse controle bij de tandarts. Het begint al bij de wachtruimte; mensen zien zitten met verbeten gezichten die allemaal wensen dat ze allerlei andere dingen deden op dat moment. Ook de enorme overvloed aan witte meubels en muren lijkt in menig tandartspraktijk niet van de lucht. Het stelt je alles behalve op je gemak.

Wat een normale controle zou moeten zijn is bij mij altijd een verrassing. Nu wil ik je meedelen, ik hou niet van verrassingen. In iedergeval niet van die verrassingen waar je je op je hielen wil omdraaien en weg wil lopen. Ik zag een nieuwe tandarts voor m’n neus staan. Ik hecht me persoonlijk aan tandartsen die me goed helpen, begrip hebben voor mijn hachelijke situatie en me kunnen tegemoet komen met knipogen, bekertjes water en vooral veel verdovingen.

Ze ging tandsteen verwijderen. Ruw. Vooral vooraan bij mijn snijtanden ging ze heerlijk tekeer. De tranen biggelden over mijn wangen. Ik kon het niet helpen, ze sprongen zo mijn ogen uit. Dat heet officieel niet ‘huilen’ maar ‘tranen’.

‘Oh, moet je huilen?!’

Ik hoorde een krasplaat in mijn hoofd. Dat zou de deur, als ik bij een deur stond, meteen dichtdoen. Over. Uit. Finito. Klaar!

Nog meer over de tandarts hier en hier!