Reclame op je blog?

Die pop-up reclame op een blog. Vreselijk. En ik ben niet de enige die het vreselijk vind. Toch begrijp ik het. Je wil dolgraag dat mensen zich aanmelden op je nieuwsbrief en als ze de linkjes bovenaan je blog niet zien, help je even een handje. Soms verschijnt er in de hoek van een blog een pop-up. Soms verschijnt er ineens in het midden van een blog een groot vierkant met een melding van een dwingende boodschap en kun je niet verder lezen. ‘Het irriteert’ hoor ik je zeggen. ‘Dus het helpt toch niet?’
Bestaat er een soort blog etiquette als het gaat om reclame op een blog of halen we onze schouders op, zoals we ook doen als we in een bushokje staan of in een tijdschrift bladeren en de vele reclames voorbij zien komen? En, hoe kun je op een andere manier je diensten en producten aanprijzen zonder je lezer te irriteren?

‘Ik moet denken aan enquêteurs die je op straat aanspreken en hoe vervelend ik dit vind. Je zou content, diensten, mogelijkheden moeten kunnen lokken.’

Er is dus een dunne lijn tussen wat je meldt, wat gerespecteerd (getolereerd) wordt en wat irritatie oproept en dus averechts werkt. Lastig. Niet iedereen raakt door hetzelfde geïrriteerd en heeft andere voorkeuren. Waar laat ik me door leiden? Wanneer haak ik af? En wat doe ik als ik iets wil bereiken? En soms heiligt het doel de middelen.

Call to action!

Ik vraag me af of het meer nieuwsbrieflezers veroorzaakt. Is het wel functioneel? Het stoort je namelijk in je leesgedrag. Toch kan een directe vraag (de pop-up reclame) doeltreffend zijn. Iemand wordt gedwongen stil te staan bij een vraag en daarop actie uit te voeren. Dat is beter dan iets in de lucht werpen en te wachten tot het moment dat iemand het opvangt. Zit wat in. Hoe zijn jouw ervaringen? Ben jij de blogger die pop-ups gebruikt en werkt het? Of vind je het zo irritant bij een ander dat je het zelf weglaat?

In mijn boek Beter Bloggen vertel ik meer over marketing voor je blog. Hoe ga je ermee om? Wat past bij jou en wat niet?

[Photo: Carolyn Coles – cc]

De week van de meningen over vluchtelingen.

Het was me het weekje wel. Tussen het nakijken door van mijn eigen woorden voor het boek wat naar de uitgever moest, gebeurde er in Nederland nogal wat. Zo barstten de discussies los over vluchtelingen en debatteerde de Kamer over problemen maar werden weer geen oplossingen bedacht en ingenomen. Angela Merkel had het niet moeten roepen, ‘Kom maar hierheen, u bent welkom!’ vond de VVD. Het was problemen op je af roepen en ja, nu zat Nederland er ook maar weer mee. De vraag bleef: grenzen open of dicht?
De discussie barstte ook elke avond even na elven los bij het praatprogramma Pauw, met aan de ene kant een welkomstcomité en aan de andere kant mensen die doodsbang waren van die mannen die hun vrouwen zouden willen bespringen. Erik de Vlieger zou alleen gezinnen opnemen in een van zijn kantoren als hij kantoren had die leeg zouden staan maar geen mannen alleen. Die waren gevaarlijk.
Verder was er nog dat incident met een verdachte situatie in de w.c van de Thalys. Een ding was zeker, er zou niet snel meer iemand zwartrijden. Er was verwarring over het woord verward en ik vroeg me af wanneer iemand zich verdacht gedroeg en constateerde dat ook dat woord, verdacht, mij in de war bracht.

Ik zag afgelopen week beelden van een verwoeste stad op televisie. Het leek op een game of een filmfragment waarbij met een drone over de afgebrokkelde gebouwen werd gevlogen en er een enkele burger troosteloos op een weg liep die al lang geen weg meer was omdat er overal stenen lagen, afgebrand hout en totale verwoesting. Zelfs de lucht was grijs.
Kun je het je voorstellen, dat je ergens woont waar je voor altijd zou willen blijven maar omdat er geen winkel meer te vinden is, er geen scholing meer is voor je kinderen, er geen werk is, geen geld, geen huis, geen kleding dat je denkt: Ik blijf lekker hier. Ik heb niets, maar ik doe het ermee.

‘Die mensen hebben heus wel geld hoor! Ze betalen die smokkelaars heel veel geld. Ze hebben zelfs een mobiele telefoon! Komen ze hier een beetje onze banen inpikken!’

Met een soort plaatsvervangende schaamte keek ik naar de mensen die te gast waren bij Pauw. In Enschede was al een azc en nu kwam er weer een. Nota bene een jonge vrouw aan tafel was tien jaar geleden zelf in een asielcentrum beland als puber. Waar was zij vandaan gevlucht, vroeg ik me af? Had ik die uitleg gemist? Was ik even naar het toilet gegaan of zo?

Het was gevaarlijk, onverantwoord en niet te doen, was de algemene mening. Die mensen waren in de war. ‘Onze’ vrouwen zouden niet meer over straat kunnen, zo was de mening van de aanvoerder van de club. Aan de andere kant zat een welkomstcomité met een oudere man die het poogde te verwoorden: De mensen die tegen vluchtelingenkampen waren hadden te veel op hun bordje gekregen. Er was geen vertrouwen in de politiek, de gemeente, er werd niet naar hen geluisterd en nu waren ze bang dat er weer niet naar hen geluisterd werd. Ze hadden het zelf niet breed, hadden lage inkomens en moesten overal voor vechten, was het gevoel. En dan nu daar bovenop een toestroom van vluchtelingen. Het was gewoon teveel. De ironie, dacht ik.

Je eigen hachje eerst.

Angst doet veel met de mens. Het zorgt voor irrationeel denken en handelen. Zo zal een jongeman zich de vrijdag dat hij de Thalys in rende nooit meer vergeten, al zou  hij nog zo zijn best doen. Je zal maar eens geen zin of geen geld hebben om een kaartje te kopen en besluiten toch de trein te nemen. Het is je al vaker gelukt, dus waarom nu ook niet? Dat menig burger netjes hun OV chipkaart oplaadt en in-en uitcheckt zal jou een worst wezen. Maar dan beland je in een zeer nare droom. Een nachtmerrie. Je wordt door de speciale eenheid omsingeld terwijl je op het toilet hebt plaatsgenomen en vervolgens duurt het heel lang voordat je er weer uitkomt. Er zijn diverse redenen om niet uit een toilet te stappen, waarvan er wellicht eentje angst is. Als je een beetje slim bent en hoort wat voor stennis er op het perron getrapt wordt, zul je je realiseren dat je als je besluit uit het toilet te stappen, wordt opgepakt. De andere is dat je gewoon van de stress moest poepen en gewoonweg niet van het toilet af kon. Ik was er niet bij, ik weet niet wat de werkelijke reden was waarom die gast op het toilet zat en het twee uur duurde voordat hij eraf gebonjourd werd. Karma is een bitch.

Je kunt echt niet meer zwartrijden in de trein. Voor je het weet ligt er een arrestatieteam in je nek, val je flauw en wordt je meegenomen naar het politiebureau.

Die jongeman, een zestien jarige jongen die naar Frankrijk wilde, weet een ding zeker; hij zal nooit meer zwartrijden. Nooit, nooit meer.

(Foto: Ari Moore -cc)

Hoe maak je goeie blogtitels die opvallen?

In de online blogcursus Blog Away NL komt deze vraag geregeld naar voren. ‘Hoe maak je goeie blogtitels en waar let je op? Vaak vergeet men dat de blogtitels in je eigen tekst verborgen zitten. Soms echter, wil je iets anders, iets prikkelends of dat afwijkt. Wat zijn aanknopingspunten? Waar let je op? Hoe zorg je ervoor dat je de lezer aansteekt en prikkelt om verder te lezen?

  • Je stelt een gedurfde vraag
  • Je geeft een statement (Dit is wat ik vind!)
  • Je zegt iets wat heel vreemd klinkt, waarbij mensen denken: Waar gaat het over?
  • Je geeft de lezer precies wat hij nodig heeft (Tips, informatie, uitleg)
  • Je gaat in op de actualiteit
  • Je herhaalt een zin uit je eigen tekst wat hout snijdt
  • Gebruik humor en gebruik sterke woorden
  • Hou het kort. Google houdt niet van lange titels

Verrassende blogtitels vind je hier!

Sterke woorden zijn krachtig. Ze dekken de lading. Denk aan de woorden: Prachtig, sterk, briljant. Of: ‘Wat mensen haten aan…’ Het woord ‘haat’ is een sterk woord omdat men zich daarmee relateert. ‘Waarom jij je identificeert met …’ De lezer voelt zich aangesproken en wil meer weten, of hij nu geïnteresseerd is of zich aangevallen voelt. Ja, ik identificeer me ermee, of, wie zegt dat ik me identificeer met…!’ Maakt niet uit, als jij in je tekst de lezer maar op de juiste manier aanspreekt.

Verder kun je in je blogtitel ingaan op tips, lijsten, trends en voorspellingen. Let er wel op dat je jouw doelgroep weet aan te spreken. Niet iedereen houdt ervan om alle lijstjes te doorspitten of de ‘how to’s’ te volgen. Sommige lezers walgen er zelfs van. Wees gevarieerd in wat je beschrijft. Dan hou je het ook voor jezelf spannend. Trouwens, het woord spannend is natuurlijk ook een woord dat in het oog springt!

Dat werkt!

Wat werkt? Nieuwsgierig geworden? Dan is dat waarschijnlijk een goeie blogtitel. Lezers houden ervan om getriggerd te worden. De mens is een nieuwsgierig volk, wil dolgraag meer weten, wil leren en is snel geneigd om te klikken op blogs met nieuwsgierig makende titels.

In mijn boek Beter Bloggen, dat verschijnt dit najaar, zul je onder andere hier meer over lezen.