Poeha.

Aldo

photo made by Aldo.

Ik zag een filmpje. Een soort lancering. Nu heb ik ook lanceringen gehad. Ik heb het echter nooit een lancering genoemd. Een lancering vergelijk ik met een heleboel mensen bij elkaar die aftellen en bevend van de spanning het nulmoment afwachten. Een raket die de ruimte wordt ingeschoten. Met een boel poeha.

Je bent een poeha-mens of niet.

Maar wil je geen feestje? Een feestelijk moment? Een lancering is toch het ultieme moment om een feestje te vieren? Wil je niet in de belangstelling staan? Wil je niet shinen zoals Gordon altijd zingt.

Teveel poeha.

Ik geef er niet om.

Ik vraag aan mezelf hoe je dan jezelf verkoopt. Waarbij ik meteen een slok koffie mors over mijn bureaublad. Want dat is het dus. Je verkoopt jezelf zoals je kiest denk ik. Het past of het past niet. Dus verkoop je wel of niet? Of gaat het soms via een andere weg? Je eigen weg? Je zelfverkozen puurste weg? De weg die op een natuurlijke manier ontstaat en waarbij men jouw weg wel vindt? Of moet je eerst heel hard roepen, springen en gek doen zodat de ander je ziet?

Ongemak.

Toen mijn boek Opkrabbelen uitkwam was er naar mijn idee veel poeha. Leuke poeha, dat wel, want ik was trots en wilde maar wat graag vertellen over het taboeonderwerp ‘niet lekker in je vel zitten’ en dat ‘meer mensen er last van hebben.’ Dat het bespreekbaar moest zijn en worden en dat het hoort bij keuzes maken, richting kiezen en je eigen weg vinden. Mijn grootste poeha-moment was de live uitzending bij RTL4 Koffietijd. Leuk hoor, om mee te maken. Ik heb erg veel gezien en gehoord. En dat poeha-moment was kort en effectief. Dus het werkte.

In de make-up ruimte kreeg ik een foundation. Met een soort airbrush. Terwijl ik naar mezelf keek in de spiegel was ik bang dat mijn sproeten zouden verdwijnen. Vervolgens werden de lijnen van mijn mond ‘wat aangetipt’. Dat aantippen was gewoon vergroten. Ook mijn wenkbrauwen werden ‘aangetipt’ voor het extra accent. Mijn ogen kregen een randje. ‘Dat staat beter op tv.’ Ik zag vlekken in mijn nek verschijnen. Kon je die ook op magische wijze laten verdwijnen?

Ondernemerschap. Hallo, ik ben ik en ik verkoop boeken. En ik geef blogworkshops. Omdat ik schrijven het leukste vind om te doen en om over te vertellen. Ja hoor, je kunt me inhuren. Ik maak met veel plezier een offerte voor je. Doe ik ook aan lanceringen? Ja hoor, in het klein, met mensen die belangrijk voor me zijn. En ik noem het een borrel. Gewoon. Omdat het is wat het is. Je kunt het zo groot maken als je zelf wilt. En ik hou van kleine dingen die groot worden. Omdat het vanzelf groeit op eigen tempo en kracht. Dan voel ik pas de waarde van mijn gemaakte werk.

 

 

Wat riskeer je als je uitgesproken bent?

uitgesproken zijn

Een Opkrabbelblog. Een constante mijmering. Mijn strijd en pad denk ik soms. Een woelige water is zelden gelijkmatig. Een puntige rots wordt zelden geslijpt. Ik riskeer het om nagekeken te worden. Ik riskeer het om in discussies te belanden die mijn energie opslokken. Ik riskeer het om verbolgenheid te zien of afkeuring. Ik riskeer frictie, confrontatie en dwars. Strijd.

Als ik de middenweg kies riskeer ik stilte. Ik riskeer nuance. Ik riskeer geen mening. Ik riskeer schouders ophalen. Weglopen. Goedpraten. Ik riskeer de glimlach met kiespijn. Ik riskeer onoprechtheid. Ik riskeer een farce. Onechtheid. Ik riskeer angst. Ik riskeer risico’s. Ik riskeer niet zeggen wat ik werkelijk vind. Ik riskeer meelopen. Ik riskeer ademnood. Ik riskeer niet mezelf te zijn.

HELP!

Een blog is een spiegel.

Iedereen heeft een eigen stijl. Een manier van staan, kijken en praten. We kopen allemaal bepaalde kleding die we vervolgens wel of niet graag dragen maar waarmee onze kledingkast volhangt. Een blog is als een jas, zeg ik altijd. Als je een te kleine – of afgedragen jas aandoet die niet (langer meer) lekker zit, wil je eigenlijk die jas niet meer aandoen. Het gaat je zelfs tegenstaan. Datzelfde gebeurt met een blog als je layout niet goed (bij je) past. Wat gebeurt er dan? Je update minder. Of helemaal niet meer.

‘Blogs are whatever we make them. Defining ‘blog’ is a fool’s errand.’ — Michael Conniff.

Je blogstijl is ook wat bij je past. Je ‘straattaal’ is als het goed is hetzelfde als wat je schrijft op je blog. Of wijkt dat heel erg af? Is what you practice, the same as what you preach?’

Denk je lang na over wat je gaat schrijven voordat je op publish drukt of ben je van de losse, vrije bui en zeg je wat er op je hart ligt, of het nu boven of onder de gordel is? Kun je verantwoorden wat je blogt? Is er een strategie of wil je gewoon kunnen bloggen wat je vindt? Hoe zit het met jouw reacties op andermans blog? Denk je daar lang over na, of is dat ook los en vrij, zoals je van nature zou reageren?

Wanneer hou je je mond? Wat versta je onder vrijheid van meningsuiting en wanneer is cynisme leuk en wanneer wordt het vervelend? Wat is je doel als je blogt? Waar ligt je focus? Hoeveel geld verdien je met blogcontent, cursussen of workshops? Veramerikaanzen we onze manieren of gaan we er tegenin? Wat vinden we van ‘doe maar gewoon’ of ‘ja, ik wil graag een dikke vette bankrekening want dat is mijn werk waard.’

Ben je een bloggende schrijver of een schrijvende blogger?

(Het grootste compliment wat je mij kunt geven is dat je geraakt wordt door wat ik schrijf. Dat het je laat nadenken. Dat het wat met je doet. En bedrijven die me inschakelen met medewerkers die eerst sceptisch achterover in hun stoel hangen en later enthousiast hun eerste blog getikt en gepubliceerd hebben is qua werk het grootste compliment. Het allergrootste compliment dat je me kunt geven is mij inhuren omdat ik het graag en expres over een andere boeg gooi, waarbij creativiteit een hele belangrijke rol speelt. Heb je daar iets op tegen, vind je dat het traditioneler kan en moet, vraag mijn buurvrouw.)

Bad publicity is good publicity.

En hoe ver ga je? Wat publiceer je expres zodat er tumult losbarst en waar houdt de discussie op? Leg je van te voren aan iemand, over wie het gaat, uit wat er komen gaat of maak je er gehakt van? Is het mogelijk metaforen te gebruiken zodat verder niemand er werkelijk last van heeft maar wel je punt kunt maken of is ‘zoals het is’ beter en helderder?

Allemaal vragen die gisterenmiddag en avond besproken werden en gedacht werden tijdens een blogpraat tweetup.
De ober van de Eeuwige Jachtvelden knikte nog maar eens, toen ik afgerekend had. Hij was telkens geduldig en netjes gebleven, zelfs toen we al twee keer verkast waren. De hoosbui zorgde ervoor dat we van buiten naar binnen moesten. Ik vroeg een jonge serveerster of het mogelijk was binnen te eten. ‘Maar jullie wilden toch buiten eten?’ Erg grappig. En dan was de ober er weer om het over te nemen. Rustig, kalm en inventief. Ik gaf fooi toen ik afrekende. Iets wat ik eigenlijk erg zelden doe.