Skip to content →

Tag: foto op dinsdag

Wat nou, dat kan ik niet?

Toen ik de toppen van mijn vingers op de snaren legde dacht ik heel even: dit kan ik niet. Mijn vingers waren stijf, onbuigzaam en roestig. Er zitten verschillende kootjes aan een vinger. De bovenste kon ik niet buigen. En dat maakte me kwaad. Wat nou, dat kan ik niet? In mijn omgeving leerde men binnen een paar weken alle akkoorden uit het hoofd en strumde gewoon de helft of het hele lied. Ik had slagjes geleerd, nu nog de akkoorden. Maar mijn hand bleef stijf. Ik legde mijn nieuwe ukelele even weg en masseerde mijn vingers met een handcrème, bewoog ze heen en weer en pakte mijn ukelele weer. Ik kon het niet uitstaan dat het niet zou lukken. Het moest lukken.

Na een dag wist ik de A, Am, D, F , G en de C (de makkelijkste.) Vriend overhoorde mij. ‘Waar zit de A?’ Het geluid maakte me gretig. Ik wilde een liedje spelen. Maar ik had een gezonde portie geduld nodig. Leren ging met horten en stoten en met veel geduld. Ooit zei een masseur tegen mij dat ik misschien mijn haast eens moest leren vertragen. ‘Dan loop je minder hard.’ Iets waar ik nog steeds weerstand bij voelde. Als ik ergens naartoe wilde ging ik er het liefst zo snel mogelijk heen. De omwegen en de afleidingen brachten mij van stuk. Misschien was het niet eens zozeer haast maar niet willen missen. De gretigheid van niet willen vergeten.

‘The ukulele is the opposite of overwhelming.’ – Zooey Deschanel.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

One Comment

Rode wijn krijg je er niet meer uit.

Terwijl de saxofonist klanken door het nogal warme vertrek blies wipten oudere voeten mee op de maat. Men dronk bier en wijn. Er zat een mevrouw met een zware knot op haar hoofd voorover geleund. Tot mijn verbazing haalde ze een klein flesje witte wijn uit haar tas en zette de hals aan haar mond. Voor mij zat een oudere vrouw opnames te maken met haar mobiele telefoon. Met trillende handen. Toen het pauze werd stond een man op en wilde langs me heen. Het was er zo smal. Doordat er veel ronde buiken tegen tafels duwden konden de stoelen niet verder naar voren. Mijn glas rode wijn stond in het midden van de houten tafel. En nog wist de man mijn glas rode wijn om te gooien.

‘Oh, eh, sorry.’ zei hij tegen de perfect geklede man die naast vriend zat. Hij droeg een smetteloos wit overhemd. Zijn witte overhemd was nu rood gekleurd. De man wilde vervolgens zijn weg voortzetten naar de bar. ‘Dit is niet zo netjes hè?’ riep de man nu verontwaardigd. Hij stond op. Vriend depte ondertussen met een servetje de rode wijn van de tafel. Mijn glas was zo goed als leeg.

De man die het glas had omgestoten haalde zijn schouders op. Alsof hij wilde zeggen: Ja, kan gebeuren. Deal ermee. Ik ga nu bier halen bij de bar. De man met zijn geknoeide overhemd liep naar het toilet.

‘Rode wijn krijg je er niet meer uit.’ mompelde zijn vriendin bij ons aan tafel.

De partner van de knoeiende man draaide zich om.

‘Je kunt zo’n flesje kopen bij de drogist, speciaal voor rode wijnvlekken.’ En draaide zich weer om.

Na een tijdje kwam de man met sjieke overhemd terug.

‘Kijk, ik begrijp wel dat je per ongeluk iets omstoot. Dat kan iedereen gebeuren. Maar die achteloze reactie.’

De knoeiende man kwam na een tijdje weer terug en zette een rode wijn voor me neer. De man met de natte overhemd kreeg een biertje. Zijn partner een chardonnay. Het was toch een uiterst ongemakkelijke situatie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

4 Comments

Maar de hakken stonden al zodanig in het zand.

Op de verjaardag was het opeens een beetje gespannen. Het onderwerp politiek kwam voorbij. ‘De grootste ruzies gaan meestal over twee dingen: godsdienst en politiek.’ zei iemand naast me en knipoogde erbij. We zaten aan de overkant van het gesprek maar konden het precies horen. ‘Dit kabinet is democratisch gekozen hoor!’ Met andere woorden: zo is het, niet anders, eigen schuld dikke bult. De vrouw trok haar neus op. ‘Van mij mag ie vallen!’ Maar de meneer in kwestie was het er niet mee eens. Allesbehalve.

Bij de man gingen de armen over zijn volle buik. De vrouw begon opgefokt heen en weer te bewegen met haar ene voet in een felrode pump. Het ene argument vloog over de andere heen als een kanonschot dat probeerde het doel te raken. Het was een welles-nietes spel. Ik vond het fascinerend. Het leek op een tenniswedstrijd. De bal vloog heen en weer. Nu jij weer. Pats. Nu jij weer. Maar de hakken stonden al zodanig in het zand dat er eigenlijk geen gesprek gaande was. Het was een discussie zonder eind.

De vrouw nam een hap adem en boog voorover om van haar witte wijn te drinken. Ze dronk een grotere slok dan haar mond kon vullen. Ze morste een beetje langs de krul van haar lippen en ving het vocht op met haar trillende hand. Hij draaide zijn hoofd weg. Zijn mond was een dikke streep. Hij was niet van plan een centimeter toe te geven of te luisteren naar haar rustige uitleg. Zij liet het er maar bij. ‘Lekkere wijn.’ zei ze tegen de gastvrouw. ‘Ja, hè.’ zei de gastvrouw.

(Fundamentele verschillen. Hoe overbrug je die?)

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

2 Comments