De kuil met blaadjes. →
Het was maart, zo goed als voorjaar, toen je hoofd de stenen raakte. Sindsdien kan ik er niet op staan. Alsof voor altijd een stukje ziel daar verblijft waarop ik niet kan lopen. Het is nu herfstig en er liggen dorre blaadjes in de kuil. In de lente lag er een wit veertje. Van de zomer lag er een rood bloempje, met blaadjes die meedeinsten met de wind. ...
Wanneer de mist optrekt. →
Ik kijk liever even niet meer naar de tweets van. Of de meningen erover. De verontwaardigingen en aah's en ooh's. Als je een beetje inzicht hebt in een familiegeschiedenis en van dierbaren met gedachtenkronkels, worstelingen en despressies en alles wat daarmee samenhangt dan blijf je liever even stil. Vertellen dat de mist uiteindelijk zal optrekken is voor iemand die er middenin zit namelijk
Ontzield. →
Vandaag leg jij jezelf ten ruste. Op een mooie maartse dag. Anderen gaven je een reden. Een naam. Een gezicht. Mijn hart gaat uit naar je zoon. Zal hij ooit snappen hoe, waarom? En zijn we stiekem met z'n allen kwaad? Ontredderd? Verslagen? Gisteren liet ik het toe. Lang vervlogen beelden uit jaren terug. Ze zaten in een toegedekte koffer; in een gesloten brief; een vogelvlucht. Waar ga
Een samenloop van. →
Ik vraag je even naar deze trailer te kijken. Het is zoals het is; zonder dat wij erg in hebben verbinden wij onszelf met de ander. We kennen gros van de mensheid niet eens. Toch kan één moment in ieders leven ervoor zorgen dat die verbondenheid bestaat. Je vraagt er vaak niet om. Je wilt het vaak niet eens. Het is een gegeven dat door toevalligheden een verbondenheid ontstaat die niet uit te
Onkruid vergaat niet. →
Er woedde een oorlog in mij, zo eentje die huisde in strakke pakken en in de veters die ik zelf steeds strakker aantrok. 'Ik stond een sigaret te roken. Hij lag ineens naast me. Ik sta normaal in de winter altijd in dat hoekie, maar dat doe ik dus nu niet meer. Ken je die ene man? Die ouwe man met dat kleine hondje? Hij zag het gebeuren vanaf het balkon daar.' Hij wees naar de overkant naar
Tijd verlangzamen. →
Tijd. Ver-lang-zamen. Ik bedacht me dat die man, die 's ochtends zijn overhemd aantrok, zijn broeksriem dichtsloot en met zijn voeten in zijn veterschoenen schoof, wist dat hij voor eens en voor altijd zijn tijd wilde stoppen. Ik bedacht me dat op het moment dat hij in zijn auto stapte om hierheen te rijden; een gebouw om te gebruiken, zijn tijd al langzamer ging. Ik bedacht me dat op