Agenda:

- Za 4-9-2010: Open Dag VU Den Haag Blogcursus 13.00-16.00 (om je vragen te beantwoorden over blogcursus!)
- Vrij 24-9 Creatieve Borrel 18.00 S2M
Utrecht (Meld je HIER aan!)


herinnering

(posts tagged)

Kijk om, en loop weer door. Deel 40.

– karin

Het was de eerste keer dat ik met anderen op vakantie ging. Tijdens mijn eerste kampweek fietste ik met tranen in mijn ogen richting onbekend terrein om in een zwetend, vies tentje drie nachten te slapen met onbekende pubers die allemaal reuze zin hadden in kamp behalve ik. Ik belde elke avond huilend naar huis. ‘Kom je me alsjeblieft ophalen?’

De tweede keer dat ik zonder mijn ouders met vakantie ging was dat met mijn allerbeste vriendinnetje en haar ouders. Naar Zuid Frankrijk. Ik zat achterin de auto, Bob Marley zong door de boxen toen ik in de achterruit keek, en ik zwaaide met brok in mijn keel naar mijn ouders die buiten stonden met m’n broertje. En zo ging de auto de hoek om en waren wij op weg naar Mimizan.

Ik had nog nooit in een tentje geslapen. Ik vervloekte het opzetten van zo’n achterlijk tentje, en ik vroeg me continu af waarom men persé in een tentje moest slapen als er ook hotels waren met vers gestreken lakens. De volgende ochtend reisden we door richting het zuidwesten. In de bakkende hitte in diverse lange, hele lange files.

Op de tweede dag in Mimizan stond ik heel even te kijken naar de zee. Ik zwom niet, ik keek alleen hoe anderen zwommen. Met mijn voeten in het water, dat steeds tegen mijn enkels klotste, was ik heel even vergeten wat heimwee was. Na een minuut of tien liep ik terug naar mijn handdoek, draaide me op mijn buik en las een boek.

Er waren van die badhuizen waar je met je handdoek én je toiletrol naartoe moest. Ik keek de eerste dagen mijn ogen uit. Je deed je wasje, je toiletbezoek én je douchegebeuren in een een of ander hok ver weg van je tent! Met een rol onder je arm! Zoals men in Frankrijk met een pain blanc onder hun arm naar huis liep. Ik ging onder de douche staan en rende er meteen weer onderuit. Mijn hele rug, benen en voeten waren zo knalrood dat ik het gevoel had onder een veels te hete douche te staan. De volgende dag kon ik niet eens meer fatsoenlijk lopen; mijn voeten waren zo dik als sausijzenbroodjes en er zaten enorme blaren op. Toch wilde de familie van mijn allerbeste vriendinnetje, die inmiddels een dikke vette koortslip gekregen had, persé de Dune de Pilat beklimmen. Ik begrijp tot op de dag van vandaag niet waarom ik die klote zandberg op geklommen ben met mijn zeer pijnlijke voeten.

Natuurlijk was het vreselijk dat ik zo’n pijn had overal en dat inderdaad mijn rug, benen en voeten enorm verbrand waren maar de dokter kwam in eerste instantie voor de koortslip van mijn allerbeste vriendinnetje. Toen de franse arts in snel tempo praatte over mijn brandwonden, mijn voeten eens goed bekeek en met zijn wijsvinger naar de ouders van vriendinnetje wees, werd de ernst pas echt duidelijk. Ik mocht niet meer in de zon, ik moest beschermde kleding aan, de blaren mochten níet doorgeprikt, (de mama van vriendinnetje was verpleegster maar ontsmette elke avond een naald uit een etuitje en prikte de blaren door) en ik moest vooral rustig aan doen. ‘Geen Dune de Pilat beklimnen’ zal ik vast gezegd hebben.

Het gevoel wat ik overhield aan die vakantie is een beetje dubbel. Aan de ene kant heb ik met vriendinnetje een enorm leuke tijd gehad en we hebben veel gelachen. Aan de andere kant werd het voor mij duidelijk hoe men omgaat met voorkeursbehandelingen. En daarbij totaal vergeten wordt wat objectief is en wat niet. Het liet me ergens achteraf staan. In een hoekje. Een tikkeltje alleen. Er wordt niet zo voor me gezorgd. Dat doe ik dan maar zelf. Dat gevoel. …

Kijk om, en loop weer door. Deel 39.

– karin

Soms dwarrelen de herinneringen als wolkjes je hersenpan binnen. Dat Sandra en ik op het bed sprongen op Doe Maar muziek en de lattenbodem brak en wij de slappe lach kregen maar acuut stopten toen we mama beneden aan de trap hoorden dat het eten klaar was. Sandra en ik liepen naar beneden, Sandra zei ‘houdoe’ en we deden net alsof er niets gebeurd was. Ik vroeg me ondertussen wel af hoe het af zou lopen en of ik wel in mijn bed kon slapen.

Dat ik mijn groene tas pakte en aan mijn vriendinnen vertelde dat ik nadat school uit was ging weglopen. Ik had spulletjes in mijn tas gestopt en ging gewoon weglopen. Weglopen was avontuurlijk en ik wist dan ook helemaal niet waar ik heen ging. Maar dat ik ging weglopen was zeker. … Na half vier liep ik richting stad en hoorde even later iemand mijn naam roepen. Ik geloof dat ik ingehaald werd door mijn moeder en dat ze not amused was.

Op het eindexamen van de mdgo-aw waar ik mijn diploma ging ophalen, legde de decaan uit, staand op een verhoging in een aulazaal met een microfoon voor haar mond, dat ze het toch best haar twijfels had gehad. Haar twijfels bestonden niet uit mijn inzet maar dat ik ‘er überhaupt zou komen’. Diverse malen hoorde ik tijdens mijn opleiding dat er twijfels bestonden. Ik sloeg die twijfel in de wind. Gelukkig maar, het is prettig als een ander vertrouwen in je heeft, maar het is belangrijker dat jij zelf dat vertrouwen hebt.

voetstappen.

Soms dwarrelen de herinneringen als wolkjes je hersenpan binnen. Mijn stage- en werk periode in het psychiatrisch ziekenhuis. De paden die ik bewandelde. De geuren, de muziek, de gesprekken. De geluiden, de verhalen en de momenten. ‘We zitten hier nu eenmaal, kiend. Dat is de waarheid.’