levenservaring

(posts tagged)

Kijk om, en loop weer door. Deel 32.

– karin

Ik droeg meestal zwarte lompe schoenen met knalroze veters. Het was de tijd voor fluoriserende kleding. Fel groen, geel, roze. Terwijl iedereen op mijn school met andere knalkleuren rondliep (Oilily en Naf Naf) schoof ik nog een veiligheidsspeld door mijn kapotte spijkerbroek. Er zaten er al vier, die vijfde kon er ook wel bij. Mijn witte montuur had in de hoek wat piepkleine stickers. Van een blauw oog. Men lachte daarom; waarom stickers plakken op je bril? Is ze niet goed snik ofzo? Wat een trutje! Lelijkerd. Loser!

Mijn haar was noooit eerder zo lang geweest. Ik droeg een hoge paardenstaart met daarin een dik elastiek. Mijn staart leek op een palmboom. Het was niet wat de mode was. Ik viel uit de toon. Ik wilde ook niet in de maat lopen; sjaaltjes om mijn nek dragen en korte rokjes. Ik wilde geen zelfde tas, jas en kaftpapier net als iedereen. Wat was er zo leuk aan hetzelfde?

Er zat een risico aan opvallendheid, onderscheidenheid. Typisch zijn. Apart. Ik leerde dat woord vervloeken. ‘Ze is een beetje …’ en dan keek degene omhoog om even na te denken, en zei toen: ‘een beetje apart!’ En knikte dan alsof het woord de lading precies dekte. Ik had sproeten, een lichte huid en ik droeg spelden in mijn broek. Ik had een palmboom op mijn hoofd, koos ervoor alleen te pauzeren, of misschien met Nancy en Femke, en ik was apart.

‘Hetzelfde willen zijn als iedereen, of extremer nog: onzichtbaar willen zijn om vooral maar niet het gevaar te lopen af te wijken van iedereen – dat maakt dat je eigen authentieke identiteit onder een dikke laag stof verdwijnt. Nooit echt je eigen keuzes maken: ontzettend saai, lijkt mij. En zo zonde ook. De wereld zou zoveel kleurrijker kunnen zijn.’marsmania.

‘Het valt me steeds meer op dat de populaire jongens en meisjes van vroeger de suffe burgertrutten van nu zijn. En de buitenbeentjes, loners en nerds van destijds zijn origineel en creatief gebleven. Toen viel dat niet in de smaak, maar naarmate je ouder wordt merk je dat je jezelf daarmee hebt gevormd en je je niet hebt laten kneden door de grijze massa. Leve de buitenbeentjes!’Jooperr.