Ik las deze vraag op een Amerikaanse blogsite. ‘What was the most valuable class you took in highschool?’
Zonder enig nadenken dacht ik aan de godsdienstlessen. Heel vreemd. Ik zat op een katholieke mavo en daar kregen wij één keer in de week godsdienstles van een suffe, ouderwetse man. Hij predikte de bijbel en kwam star en onbuigzaam op me over. Ik had dan ook niet zoveel zin en interesse om naar hem te luisteren. Toch wilde hij ons de film over de bijbel laten zien. Het bleek de oude musical van Jesus Christ Superstar. Ik was meteen geraakt door het verhaal. Niet zozeer het bijbelse verhaal, maar het verhaal van de man die afweek van de norm.
Maar veel op de middelbare school vond ik regelrechte onzin. Dat ik in de aardrijkskundeles het kaartje verkeerd inkleurde en daardoor de klas moest verlaten vond ik echt je reinste onzin. Ook dat ik na een goed half jaar of langer de pestkop die achter me zat in economieles een schoolbank in zijn ribben duwde omdat ik het beu was en daardoor wederom naar de direkteur moest want ík had iets fout gedaan. Dat je een engelse uitspraak vloeiend moest uitspreken of dat we precies moesten weten wat toendra’s waren. Nog meer onzin vond ik wiskunde en het hele gedoe rond de stelling van pythagoras.
Veel haalde ik niet uit de middelbare schooltijd. Het was overleven en je fiets heel houden. Het was elke dag afzien, zenuwen in de buik zien te doorstaan en snoep halen bij het snoepwinkeltje aan de overkant. Het was observeren hoe drommen volk zich wilde aanpassen omdat het zo hoorde en verwacht werd. Er werd nimmer gerept over zelfvertrouwen opkrikken, goede doelen en jezelf ontplooien.
Ik leerde levenslessen die niet in het klaslokaal werden besproken of verwerkt. De lessen leerde ik zelf door te aanschouwen en te ondervinden. De beste keuze die ik maakte was in het derde jaar rigoreus aan mijn ouders melden dat ik er klaar mee was.
