Bloggen is observeren.

Elk beeld vertelt een verhaal. Gisterenavond tijdens de blogworkshop in Amsterdam liet ik een foto zien van twee vrouwen in gesprek met elkaar. Iedereen kon er wel iets over vertellen. De een had meer oog voor de snoeppot die op de tafel stond, de ander verdiepte zich in de houding van de ene vrouw. Waar zou het gesprek over gaan? Wat zou de aanleiding zijn van het gesprek? Is er een manier om een beeld dat je ziet te koppelen aan een blogonderwerp?

Op de heenweg naar Amsterdam Zuid-Oost moest ik even wachten. De vorige metro was net vertrokken. Ik zat op een bankje voor me uit te kijken. Overal liepen en stonden mensen. Mensen van en naar hun werk. Mensen die met grote tassen sleepten. Mensen die vermoeid keken of van een frietje snoepten. Mensen die op andere mensen wachtten.
Er kwam aan de andere kant een metro. Mensen liepen erheen, stapten in. Blij misschien om even te zitten. Het was koud.
De deuren van de metro gingen dicht. Een mevrouw met knalrode jas kwam aanhollen. Ze stond voor een knalrode dichte deur. Herken je dat? Dat je dan nog hoopt dat die deuren zich nog speciaal voor jou zullen openen? Dat je tegen beter weten in nog hoopt dat je mee mag? Dat je ook weet dat die deuren niet meer open gaan en je een beetje debiel de tram, trein of metro voorbij ziet gaan en je vervolgens afdruipt?
De vrouw stond voor een knalrode deur in een knalrode jas. Nog nooit had ik zo’n mooie match gezien.

Naast het feit dat je op deze manier ontelbare saaie momenten kunt overbruggen is het een fijne manier om inspiratie op te doen voor blogonderwerpen..

Hier nog een observatieblog.

‘Je zette jezelf er helemaal buiten!’

Wat een blogpost van een jaar geleden al niet kan veroorzaken. Een jaar geleden schreef ik over een avondje drank, eten en goed gezelschap. Het gekke is dat ik deze mensen maar hooguit een keer of twee keer per jaar zie. En als we bij elkaar zitten, allemaal verschillende mensen met verschillende achtergronden, dan is het goed. Ik maak deel uit van dat gezelschap. Soms lijkt het echter, zo vertelde iemand me gisteren (nacht tijdens het naborrelen) alsof ik mezelf erbuiten zet. Er buiten zet? ‘Je bedoelt ermee dat ik mezelf wegcijferde?’ vroeg ik, om het beter te begrijpen. Hij knikte. Is dat niet wat de observerende toeschouwer doet? Is dat niet wat de schrijver die wil vastleggen registreert? Ik was overrompeld door deze uitspraak.

Mezelf buiten beschouwing laten.

to be and not to becomeDus de tafelheer besloot, na het dippen van zijn stokbrood in de aioli, het drinken van amandelgeurige likeur en slokken koffie, even later glazen bier, mij van een blinde vlek te ontheven. Met een beetje hulp van een doek met schoonmaakmiddel was de glazen bol weer doorzichtig gepoetst. Jezelf wegcijferen doe je als je denkt dat de ander mooiere verhalen te vertellen heeft. Vaak zijn er mensen in de groep die ook meer op de voorgrond treden en het podium krijgen. Op het moment dat je misschien een poging doet jouw verhaal te vertellen wordt het weggeblazen, weggewuifd of is er geen tijd of loopt iemand weg. Je verhaal bloedt dood.

 

Mijn stem zit in mijn schrijven en mijn verhalen op schrift of blog bloeden nooit dood.

Het gebeurt als iemand altijd de aandacht opeist. Je kunt twee dingen doen; schreeuwen, zelf aandacht opeisen of in een eigen hoekje je plek proberen te vinden.
Vanuit deze plek zit ik goed. Eigenlijk zit ik prima op die plek. De tafel  is gedekt voor heel veel verschillende mensen en ik ben erbij en maak er deel vanuit maar vanaf een plek in een hoek omdat ik die hoek prefereer door de manier waarop ik de tafel kan bekijken; de mensen kan zien praten, zuchten, geeuwen, ogen dichtdoen, eventjes, nee-schudden, ja-knikken omdat er begrepen wordt of omdat ze het ermee eens zijn, nadenken, prevelen, van de hak op de tak, snelle ratel of bedachtzaam. En dat ik, al luisterend en observerend, die plek vasthoud. Die stoel, die plek, is van mij, maar of het nu tevredenheid is of mijn plek in de tafelschikking op deze aarde, is mij nog niet bekend.