In je eigen donkere bovenkamer.

Stel dat de binnenkant van je hoofd een zolderkamer is. In die zolderkamer kom je niet heel vaak, en als je er komt sta je meteen tussen de rommel. Troep. Afval. Dingen die je daar ooit neergegooid had en niet meer wil zien. Oude dozen vol kaarten, brieven, verslagen van oude schoolopdrachten, oude rapporten, ansichtkaarten, ordners met zakelijke affaires, foto’s, verpakkingen van spullen die je gekocht had en even moest bewaren want stel dat het apparaat het niet goed deed en je die doos weer moest inleveren maar ja, het apparaat deed het wel en dus blijft die doos daar liggen. En dan zijn er ook nog dozen en koffers met spullen die al jaren niet meer het daglicht gezien hebben. Je zou niet eens meer weten dat je het bewaard hebt. Oude mokken, trofeeën, boeken, tijdschriften, oude kleding. Kapotte koffers, rugzakken, plastic tassen met spullen, oude computers. Alles wat daar ligt, ligt daar weg te stoffen in je eigen donkere bovenkamer.

En daar sta je dan, te midden van die zelf gecreërde troep. Dat iemand anders het troep noemt is onacceptabel. Dat is geen troep, dat zijn mijn spullen. Dierbare spullen. Verzameld als een intieme collectie. Elk stukje rommel heeft zijn eigen geschiedenis en herinnering. Hoe kun je dat troep noemen? En toch, als je daar zo staat, tussen de stoffige dozen, moet je bekennen dat jouw rommel echte rommel is. Het is niet voor niets daar op die zolderkamer weggezet. Het is al die tijd onaangetast geweest. Het is nauwelijks bekeken. Het staat niet pontificaal in de woonkamer te glinsteren van geluk en trots. Het staat niet in de keukenkast klaar om hergebruikt te worden. Maar stel dat je besluit dat het weg mag en een moment later kun je niet meer terug? Je hebt je eigen stukje ik weggegeven aan het grofvuil en het is onomkeerbaar.

Het is iets zekers, dat idee dat er spullen en tastbare verhalen in die zolderkamer verscholen zijn. Als je er niets mee doet hoef je ook niets te kiezen, niets te moeten en niets te willen. Dan blijft alles zoals het was, in schijnveiligheid. Als je iets niet moet, hoef je ook geen plek te maken. Als je namelijk plek maakt creëer je openingen.

Het zijn stukjes ziel, gedeeltes van stukjes Jij die weggestopt zijn en misschien eens tevoorschijn zullen komen. Dat het al jaren niet meer zo is, zegt verder niets.
Door het opruimen en herindelen ontstaat er een opening in de opeenstapeling dozen die zware ladingen cd’s en cassettebandjes bevatten. De volgeschreven schriftjes, de stapels oude boeken worden bekeken en opnieuw gewogen. Een stapel niet, een stapel wel en een stapel vraagteken.

Ik heb totaal geen moeite met opruimen. Het werkt voor mij bevrijdend. Ik maak ruimte voor nieuwe dingen. Ik hou van een heldere zolderkamer.

Kijken naar geld en waardering.

Het was geen conflict maar frustratie aan het worden. Het werd bovendien een lastig staartje. Zo’n staart van een kat die in je gezicht heen en weer aan het gaan was en je kon die kat niet vertellen of duidelijk maken dat je er niet van gediend was. Maar het voelde wel zo; niet van gediend. Maar meer dan ‘niet van gediend’. Het deed nog iets. Het haalde waardering weg. En toen ik dit ineens besefte, kon ik dat vertellen. Het laatste staartje van mijn opruimjaar.

In mijn laatste nieuwsbrief van dit jaar vertelde ik mijn lezers dat een goede vriendin, die haar moeder verloor in 2013, me vertelde dat zij na die ervaring geen tijd meer had voor bullshit. Een zin die me altijd is bijgebleven en de aanleiding was voor alle actie van het afgelopen jaar en alle jaren die ik nog voor me heb. 2014 was een opruimjaar in alle opzichten. Fysiek en mentaal. En daar hoorde ook bij dat ik, ongeacht wat anderen zouden zeggen of vinden of zouden doen, vertelde wat ik op mijn lever hart had.

‘Ik heb geen tijd meer voor bullshit.’

Ik leerde niet alleen dat ik voor mezelf opkwam, maar liet ook weten, aan mezelf maar ook aan anderen, wat mijn normen en waarden zijn en wat ik belangrijk vind. Daarnaast leerde ik dat de uitkomst van een gesprek, hoe moeilijk en zwaar en verdrietig soms ook, niet lag bij de ander maar bij mij. Het ging er namelijk om dat ik leerde zeggen wat ik ervan vond, of waar voor mij de grens lag en dat er niet overheen gegaan moest worden. En dat gaat ook over waardering. Zo, ik begon het langzaam te snappen. Ik snapte het soms wel, maar stilzitten of er iets aan doen was heel iets anders.

Ik kwam situaties tegen waarin ik meteen voelde, in mijn lijf, dat ik het er niet mee eens was, dat ik wist dat het niet de goede weg te gaan was, dat ik ergens mee moest stoppen, dat ik eerst antwoorden moest hebben voordat ik doorging, dat ik moest laten gaan om door te gaan, dat ik moest huilen om erna te lachen. En dat het niet betekende dat alles erna opgelost was maar wel helderder of met minder zwaartekracht. Geen volle bagage maar de helft, en uiteindelijk bijna niets.

Ik sprak iemand die ik uitlegde dat een feest geen feest was zonder mensen die het feest een feest zouden maken. Ik sprak iemand die ik uitlegde dat je iemand niet vertrouwt en geen vriendschap hebt als je bij anderen gaat verifiëren en dat het mij enorm kwetste. Ik sprak iemand die ik moeilijke vragen stelde die ik altijd al had willen stellen en was teleurgesteld om de antwoorden maar was wel opgelucht dat ik ze gesteld had, nu het nog kon.
Ik sprak iemand die ik zelf teleurgesteld had en zei ‘sorry’ dat ik er niet was omdat ik zelf teveel had om te verwerken en we hebben gehuild en gesproken en dat zorgde voor minder bagage. Ik ontstak in woede -eindelijk- omdat ik zo ontzettend boos was. Ik huilde tranen met tuiten om het gegeven dat de grootste ambitie in mijn leven een andere ambitie gaat zijn. En ik zat in een kantoor tegenover iemand die ik vertelde dat heel misschien als dingen anders gelopen waren…maar dat het goed is zo, en dat ze er hopelijk lering uit trekken zodat het ergens nog zin heeft. Het moet toch ergens zin hebben? En ik sprak in gedachte met iemand die jaren geleden stierf, op mijn verjaardag, en geen stem meer had en waarbij haar stem ontnomen was toen zij nog leefde.

En dus het laatste staartje van dit opruimjaar, een mail. Over waardering voelen. Niet alleen door te zeggen maar door het betalen van een rekening. Omdat, door het betalen van een rekening je waardeert, met geld, wat iemand voor je doet en betekent.

Ten slotte, iemand die mij sprak. ‘Je kiest ervoor om te groeien of niet. Sommige mensen groeien niet omdat ze vastzitten in eigen gedrag. Het eigen gedrag bekijken is vaak confronterend. Het vermogen om je eigen gedrag onder ogen te zien, door een soort 3D bril, heeft niet iedereen, maar jij wel. Ga groeien!’

(Opkrabbelen is niet een periode hard werken en dan achterover zitten. Het is elke keer een nieuwe situatie ingaan en weer de test doorstaan. Het beste eruit halen. Het is wel makkelijker als je weet dat het effect heeft.)