64. Waar ligt je focus?

Ik begin ben begonnen met een serie vragen aan mezelf. Vragen die een ander aan mij zou kunnen stellen en die ik ook aan jou zou kunnen stellen. Over creativiteit. Waar is het bij jou begonnen en ontstaan en wat doe je ermee, of ben je het kwijtgeraakt? Wil je het (terug)vinden? Doe je mee? Reageer en zet je link in de comments of reageer in de commentbox. Je kunt alle creativiteitsvragen hier terugvinden.

‘Waar leg je de focus?’ Wat is de kern van het geheel en wat kies je eruit om te gebruiken of uit te diepen? Dat kan werkelijk van alles zijn.
Focus is fijn als leidraad, om te komen waar je ongeveer naartoe wilt. Maar onderweg kan er vanalles gebeuren waardoor je richting een beetje verandert. Dat is niet erg, zo gaat het nu eenmaal. Ik heb geen strakke plannen.
Natuurlijk zijn er wensen, maar zelfs die wensen laten soms op zich wachten en tijdens het wachten weet je niet eens of die wens vervuld wordt. Je werkt gewoon hard, je deelt je richting met anderen en loopt waar de weg je heen duwt, zachtjes, en soms met een harde duw. Soms ligt de focus ineens voor je neus onder je ogen en deal je ermee, omdat het zich dan op dat moment aanbiedt.
Focus vandaag kan een andere focus voor morgen zijn. Het beweegt als een blog met dezelfde bedoeling en recht van spreken. Ergens vind ik het mooi dat ik korte termijn plannen maak. Over vijf jaar weet niemand waar hij is. Of wel?

Dromen en doelen.

Voor een boogschutter ben ik vrij doelgericht. Veel wat ik aanpak moet een doel hebben; het idee dat ik zomaar iets doe of plan geeft me een benauwd en nutteloos gevoel. Ik hou van arbeid, werk en bezig zijn, en dan vooral als het ergens naartoe leidt. Het gekke en paradoxale van een aantal doelgerichte dingen die ik oppak is dat sommige ideeën die ik heb en waar ik aan begin ergens lijken te stranden. En dat lijkt maar zo.

Wat voor mij altijd heeft gewerkt is vertrouwen hebben in datgene dat ik als idee voor me zie. Het idee dat een droom blijft; een fantasie, is een droom die kan uitkomen. Alle andere ideetjes zijn leuk maar kunnen, doordat zij als droom te weinig invloed hebben, vervagen. De dromen en ideeën die in mijn hoofd blijven hangen, de ene keer sterker dan de andere keer, zijn doelgerichte dromen. Dromen die potentie hebben waarheid te worden. Realiseerbaar.

Een hele poos geleden sprak ik iemand die helemaal niet meer wist van voren hoe zij van achter leefde. Al haar dromen leken als poeder uit een poederdoosje vervlogen. Ze wist niet meer wat haar toekomst was en had grote zorgen over haar leven. ‘Ik weet niet meer wat ik moet doen en ik weet niet meer waar ik heen ga.’ Ook haar huidige baan was niet waar zij energie uit putte. Maar wat waren dan haar dromen?

Meer dan eens vertelde zij in verhalen dat zij bloemen zo mooi vond en zichzelf in een bloemenwinkeltje zag werken. ‘Je ziet jezelf in een bloemenwinkel werken?’ vroeg ik haar in een laatste gesprek. Het was de droom die zij vertaalde in een gesprek aan mij. Ze werd een stil van deze onderbreking. Ze dacht erover na en inderdaad, zij had vaker gedacht en gesproken over deze bloemenwinkel. Was deze droom onhaalbaar? Of leek dat maar zo?

De droom najagen is een geduldig plan. Niet elke droom is er morgen of overmorgen. Sommige dromen wachten in een wachtrij en sommige dromen lijken vergeten. Totdat iemand je aan de droom helpt herinneren of je komt op een punt dat je zelf weer gaat nadenken over je toekomst. De droom die het waard is achteraan te gaan is de droom die je fantasie laat kleuren; waar je herhaaldelijk over fantaseert en waar je een gelukzalig gevoel van krijgt. Het is de droom die je kunt waarmaken. Het is een droom waarmee je verder kunt.