Krabbé zoekt van Gogh en ik zoek de juiste woorden.

Ik begon mijn Facebookbericht afgelopen donderdag met ‘Het was me het dagje wel.’ Het was me het weekje wel, eigenlijk. Soms zwoeg je met je lijf, je hart, je hoofd en je woorden. Ze waren er namelijk niet altijd en als ze er wel waren, de woorden, dan waren ze doorgestreept. Ik kreeg mijn tekst terug van de redacteur. Soms waren de woorden doorgestreept omdat het beter was. Maar halverwege stopte ik met nakijken en gooide de deur achter me dicht. Soms vraag je je af wat je aan het doen bent. Ik zie van dichtbij dat makers, kunstenaars, creatievelingen worstelen met hun eigen maaksels. Is het wel goed genoeg? Kan ik er trots op zijn?

Mijn dagen vulden zich met schrijfdrukte, kinderpret (en opvoedperikels en opvoeddiscussies) sociale uitjes (Social Media Club 070) en een welverdiende vrije dag waar ik van genoot want soms wil je lijf hele andere dingen dan werken en moet je je lijf gehoorzamen. Ik maak er al lang geen ruzie meer mee en laat het toe. Zonder energie is er namelijk helemaal geen productiviteit. Ik ben al lang voorbij aan de onrust van werkdruk en wat anderen mij opleggen. Ik kan niet meer dan wat ik vandaag (aan)kan. Mijn mantra werkt nog steeds: ‘Geen tijd voor bullshit.’ Grenzen stellen.

En dan zat ik naar de film over Amy Winehouse te kijken in een kleine zaal in het Filmhuis over een tengere dame die heel goed wist wat ze wilde maar gaandeweg, door alle bemoeienissen, haar eigen verhaal kwijtraakte. Er waren mensen die profiteerden, haar vriend en zelfs haar eigen vader, en managers die financieel belang belangrijker achtten dan creativiteit en kunstenaarschap en de ruimte die iemand moet kunnen krijgen om te maken. Ze vernachelde het zelf ook. Drugs, verslavende aandacht in het algemeen, deed haar uiteindelijk de das om.

’s Avonds keek ik Krabbé zoekt van Gogh. Een kunstenaar die vervloekt werd en weggeduwd. Zijn kunst was niet goed, niet mooi, werd hem gezegd. Zijn kunst werd amper verkocht en als het verkocht werd hing het in een kippenhok als opvulling. Hij kon echter niet anders. Dit was wat hij moest doen. Er was geen andere weg, geen compromis. Hij had het gekund hoor, vast en zeker; doen wat anderen deden, maar hij kon het niet. Zijn hoofd, zijn handen maakte datgene wat na zijn dood pas gewaardeerd werd.

Soms zwoeg je met je lijf, je hart, je hoofd en je woorden.

Als je de uitreiking afgelopen week zag van de Gouden Kalveren, hoorde je een speech voorgedragen door de zus van een muziekmaker. Deze muziekmaker was allesbehalve blij met deze prijs. Hij verdiende het niet. Hij verdiende het niet omdat hij vond dat zijn muziek vernacheld was. Aangepast, weggeveegd, uitgewist en opnieuw in elkaar gedraaid. Alsof je een deeg zo kneedt dat het een lekker broodje wordt, zoals zovelen die in de winkels liggen. Dat was niet wat hij voor ogen had toen hij zijn muziek maakte.

Ik keek naar mijn tekst en besloot even niets meer te goed te keuren aan alles dat aan zinnen veranderd was. Ik was me terdege bewust van de juistheid van veranderingen, woorden die verschoven konden worden zodat het beter las. Logisch. Maar heel even afstand nemen van alinea’s die niet meer mijn woorden waren was zeker niet verkeerd. Ik luidde het weekend in. (Jij ook nog een fijne zondag.)

Verhalen vertellen.

 

Gisterenmiddag bereidde ik mijn oppaskinderen, 5 en bijna 4 jaar, op het duel Nederland tegen Chili voor. Je kunt namelijk met je laptop (televisie bij oppasadres werkte niet) niet zomaar voetbal gaan kijken. Dan is uitleg wel noodzakelijk. Kinderen zien een stadion in beeld met kleine poppetjes die bewegen en wat ze precies moeten doen is hun een raadsel. Als je niets uitlegt gaan ze tijdens de wedstrijd heel veel (voor volwassenen overbodige) vragen stellen. Bovendien kun je alleen gevoel, spanning, blijdschap overbrengen door het te laten zien. Of horen.

‘De bal moet niet bij die groene hè?’

‘Zit Perzik op de bank omdat ie straf heeft?’

‘Ze lopen heul hard hè!’

Ondanks alles zaten ze vol spanning op hun stoelen te aanschouwen. En dat kwam alleen maar door klank en verhaal. Nog niet eens zozeer door beeld, het beeld was voor hun soms onbegrijpelijk. Ze letten op details. De kleur van het outfit van onze keeper. ‘Hij is net een kikker!’ Of de gele kaart. ‘Dan heeft ie het niet goed gedaan!’

Soms wond ik me een beetje op en keken ze me nieuwsgierig aan. Waarom schoot mijn hand voor m’n mond? Kneep ik bijna de onderarm van de jongste fijn? Riep ik: ‘Aaah nee!’ als er een poging werd gedaan en het niet lukte.

Ik liet ze, voordat de wedstrijd begon, een radiofragment horen van Jack van Gelder bij de eerste wedstrijd Nederland tegen Spanje. Hoe je zonder beeld de spanning opbouwt, emotie legt in je gesproken tekst en de kern weet te raken op het moment dat je iets moet overbrengen wat belangrijk is. De twee oppaskinderen zaten muisstil te luisteren, snapten niet alles wat er verteld werd maar dat deed er niet toe. Het ging om de emotie. En ze snapten het.

Liedje op zondag. Deel 44.

‘Music is so much more than a list. It’s a mood, it’s nostalgia, it’s being transported to somewhere other than where you are.’ — scott*eric.

Don’t you think I know you’re only trying to save yourself
Don’t you think I know you’re only trying to save yourself

hier. (Dit is een onderdeel van het boek Opkrabbelen.)