'zo moet het niehiet!'

1978.

Was ik al klaar? Nee, hè!  Zitten dan!

Ik wilde nog even kwijt hoe ontzettend kwaad ik wel niet ben. Dat ik nog een hele poos ‘het ermee moet doen’.  Dat ik dolgraag zou willen dat het anders was maar dat het niet anders is. Ik walg van je ‘lelijkheid’. Ik zit tegenover je aan tafel en bedenk dat als ik je zou vastbinden op die stoel, ik je helemaal zou intapen tot de kruin van je hoofd aan toe.

Dat ik nog ‘normaal’ tegen je doe is een Godswonder. Ik zal wel moeten, dat heet beleefd zijn. Vriendelijk doen, netjes zijn. Ja knikken. Glimlachen. Faken. Pijn in mijn maag. Kotsen.

Ik zou je willen uitzwaaien. Ik zou spierpijn krijgen van het zwaaien. Daahaag! En dan neem ik er een wijntje op toe. Misschien wel twee of drie. Kan mij het schelen.

En dan nog een ding. Jij! Ja, jij! De onoplettende. De asociaal. De ik-heb-het-niet-door. Wat ben jij een ongelofelijke lul! …

Wat men soms vergeet is dat woorden heel veel kracht hebben. Zo is een email, geschreven door een politieke activist, enorm gevaarlijk. Woorden zitten in ons hoofd en bewegen zich een weg naar buiten. We zijn geïrriteerd op de snelweg en vloeken naar elkaar. We zijn licht ontvlambaar en schelden.

We menen dat we onze vooroordelen moeten bevechten in discussies en debatten of demonstraties. We roepen angst, woede of overbezorgdheid. We verwennen en vertroetelen met woorden. We sussen. We snoeren soms zelfs monden. En we slaan ook met woorden. Soms kun je niet eens meer woorden uiten. …