Een rekenwonder ben ik niet en ben ik nooit geweest. De grootste moeite had ik met rekensommen die voor mij té abstract waren. Het waren toch gewoon cijfers op een bord? Later, toen ik (o.a) remedial teacher werd van groep 1 tot en met 4 in het basisonderwijs, kwamen er niet alleen taalachterstandkinderen maar dus ook de rekenachterstandkinderen. Wat zo abstract was voor mij altijd, was blijkbaar voor hen ook! Ik zorgde ervoor dat het visueel werd, dat gereken, waardoor het begrijpelijker werd voor die kids (en hun gemiddelde per kwartaal omhoog schoot.)
Als ik veertien donuts op een rij leg en ik eet er tien op, dan kan iedereen zien, cognitief verwerken en weten wat het antwoord is. Als ik een weblog start met een groepje niet-zulke-taal-wondertjes, en ik maak taal visueel (en ja dat kan) zullen zij zien, cognitief verwerken en daardoor weten en opslaan. Het is een totaal andere manier van werken, maar niet ieder kind is zo handig met leren uit een boek.
Als ik een stuk tekst met een groep kinderen visueel kan maken, zullen zij niet alleen snappen en opslaan wat zij leren maar ook plezier (terug) krijgen in het leren. Let wel, als je moeite hebt met leren en je moet mee met de klas; je voelt je dom, je moet óók nog naar een remedial teacher omdat je achterstand oploopt, dan werkt dat negatief. Leren moet leuk zijn en blijven!
