Eigenlijk begon de #PHOT bij Michael Minneboo.

Die link had ik niet gelegd, maar eigenlijk is een idee niets meer dan iets wat je ooit al eens hebt gezien, hebt gehoord of meegemaakt wat je soms in een ander jasje steekt, verandert of vervormt tot iets wat lijkt op iets nieuws. What’s an idea?

Vandaag riep Marco: ‘Het is ergens raar dat jij een woord verzint en de andere bloggers dan wel via dat woord gaan bloggen terwijl zij ook een woord kunnen opzoeken in een woordenboek.’ ‘Maar, ik ben degene die het woord uitkiest. Blijkbaar werkt het zo dat iemand het voortouw moet nemen.’ En ook Michael Minneboo fotografeert elke dag bij Daily Webhead wat hij ziet en wat hem opvalt. Hij zet ze elke dag online. Een #PHOT dus.

Het kwartje viel pas toen ik een tweet voorbij zag komen en ik net klaar was met mijn #PHOT blogpost. Foto’s maken doen heel veel mensen. Ik besloot hem wat vragen te stellen:

1. Was er een bepaald moment, of aanleiding, toen je bedacht: ik wil
elke dag een foto maken?

Ik ben ermee begonnen op 30 juni 2010. Ik maak al heel lang foto’s met mijn mobiel van dingen die me opvallen, die ik interessant vind of gebeurtenissen die ik voor mezelf wil bewaren. Het is soms erg leuk om door je map met foto’s te bladeren, dan schieten we weer allemaal dingen van vroeger te binnen. Zo’n mapje is voor mij echt een visueel geheugen.
Op een gegeven moment dacht ik: waarom zou ik die foto’s niet online zetten en met een groter publiek delen? Dat is geen nieuw idee, er zijn veel mensen die een fotoblog bijhouden, maar toen ik begon had ik net Toby Morris geinterviewd voor het Parool. Deze Nieuw-Zeelandse illustrator hield een jaar lang een prentenboek bij over wat hij meemaakte in Amsterdam. Die bundelde hij in het boek alledaags. Een tekenaar ben ik niet, maar foto’s en video’s maken doe ik wel, dus het was mede door het gesprek met Morris dat ik met Daily Webhead ben begonnen.

2. Kost het je moeite om daar elke dag aan te denken en mee bezig te zijn?

In het begin was ik heel braaf iedere dag een foto aan het maken om deze online te zetten. Soms was het best lastig om iets leuks te vinden en daar een grappige tekst bij te verzinnen. Soms ben je immers zo druk in je hoofd dat mooie, of aparte dingen je gewoon niet opvallen. Maar op een gegeven moment ben ik wat relaxter om gegaan met de uitgangspunten van het blog. Iedere dag een foto plaatsen, prima, maar hij hoeft niet perse vandaag geschoten te zijn. Ik publiceer nu al ruim een week beeldmateriaal dat ik geschoten heb tijdens een recent verblijf in Edinburgh. Zolang als dat boeiend blijft, zit mijn blog in Edinburgh terwijl ik gewoon weer dagelijks achter mijn toestsenbord zit te werken en te bloggen. Ook plaats ik soms een stripplaatje of een ander beeld dat weergeeft waar ik op dat moment mee bezig ben. Het zijn dus niet altijd foto’s die ik publiceer. Al moet ik zeggen dat het nog steeds wel erg tof is om iets dat je meemaakt meteen online te publiceren. Het moet wel in grote lijnen wel een visueel dagboek blijven.

3. Wat brengt het jou?

Op de eerste plaats geeft Daily Webhead me veel plezier. Het werkt voor mij als een visueel dagboek, dus ik vind het leuk om zelf ook terug te bladeren. Daarnaast vind ik de interactie met mensen die op het blog komen, ook erg leuk. Sommige foto’s prikkelen mensen om zelf iets te vertellen over een soortgelijk beeld of iets dat ze hebben meegemaakt. Dat vind ik echt een verrijking van dat blog.
Daarnaast ben ik speciaal voor Daily Webhead ook video’s gaan maken en anders gaan nadenken over video’s. Veel mensen maken voor het webreportages die veel weghebben van televisiereportages. Daar is niets mis mee, maar een webvideo kan veel meer zijn. Soms plaats ik wat ik een ‘bewegende foto’ noem, wat eigenlijk niet meer is dan een video-opname van een shot of vanuit een standpunt. Soms plaats ik een reeks sfeerbeelden, gecombineerd met muziek van Marco Raaphorst. Daily Webhead heeft me dus gestimuleerd om wat meer te experimenteren en dingen te maken die ik niet een, twee, drie op michaelminneboo.nl zou plaatsen.

De 5 prangende vragen. Deel 56.

1. Wie ben je?

Steven Marien Gort. Steven van mijn opa. Marie(n) van mijn oma. Moeders kant. Vind ik mooi. Heel mooi. Bouwjaar 1968. Inmiddels groot gegroeid. Fysiek. Voor het overige nog in ontwikkeling.
Zoon. Moeder. De vrouw die mij begreep leeft niet meer. Gestorven in ‘94. Dat verlies is pijnlijk. Ik kan daar moeilijk mee in het reine komen. Mijn vader leeft nog.
Broer. Ik heb een oudere broer. Twee jongere zussen.
Man. Getrouwd met de liefde van mijn leven. Dat wist ik nog niet toen ik trouwde. Inmiddels weet ik beter. In mei 2012 zijn we 18 jaar samen. Ik kan niet meer zonder haar.
Vader. Mét vrouw vruchtbaar gebleken. Vier kinderen. Drie jongens (12, 14, 16) en een meisje (5).
Kind. Het geloof is het kind mij. Daarom. Ik blog met @jjvoerman over dit aspect van mijn zijn.
Collega. Ik werk. Dus heb ik collega’s. Ik ben collega.

2. Wat zoek je?

Ik zoek mijzelf, mijn vrouw, mijn kinderen en mijn omgeving. In die volgorde.
Ik zoek rust in de dagelijkse beleving. De onrust niet ontkennen. De onrust ervaren. Als die er is. Ontvangen waar nodig. Twijfelen als het niet anders kan. De essentie begrijpen. Vaak met vertraging (zie de liefde van mijn leven hiervoor!).
Ik zoek hen die mij lief zijn. Door mijzelf te laten zien. Te zijn. Met gebreken. Onvolkomenheden. Acceptatie daaarvan. Bereidheid tot leren. Werken. Verbeteren waar nodig. Waar het kan. Loslaten waar het niet wil. Nu nog niet.
Ik zoek jou. Omdat ik iedereen wel tegenkom. Maar niet iedereen zie staan. Of durf te zien staan. Nu veilig online. Straks wellicht ook veilig offline. Voor mij dan. En dus voor jou. Voor ons.

3. Wat heb je gevonden?

Die liefde. Maar dat heb ik al twee keer genoemd. Ik beperk mij tot deze herhaling.
Begin van begrip hoe thema’s in mijn leven (familie, eenzaamheid, profileren, emotie/gevoel) bepalend zijn voor wie ik ben. Wat ik doe. Laat zien. Niet laat zien. Die ontwikkeling in de eerste alinea van het antwoord bij vraag 1. Dat is wat ik bedoel.
Het gewenste resultaat dat ik GRAAG wil bereiken. Leraar Scheikunde voor een VMBO klas.

4. Waar blijf je?

Bij die man vooral. Dat is de lastigste plek om te zijn. Maar wel de mooiste. De rest (zoon, broer, vader, kind, collega) is dan kinderspel. Daarbij vergeleken.
En in Putten. Op de Veluwe. Daar wil mijn vrouw niet weg. En kinderen ook niet. Dus…

5. Waar ga je heen?

Nergens.

Steven Gort vind je hier en hier.