Zwart.

Het is officieel geen kleur. Toch stelt Ingeborg van Meggelen a.k.a @ColourCoachIng dat zwart juist gedragen wordt door creatieve mensen. Ook vertelt ze dat zwart hoort bij mysterieuze mensen. Nu ben ik volgens mij helemaal niet mysterieus, hoewel men vroeger weleens van me zei dat ik gereserveerd kon zijn en dat zou kunnen passen bij mysterieus; je laat dan gewoon niet teveel van jezelf meteen zien.

Tijdens mijn pubertijd kende ik een recalcitrante periode waarin ik naast teruggetrokken juist opviel door mijn kledingkeuze. Zwart. Ik liep op hoge, soort van, kistjes met ultrafluoriserende groene en rose veters, droeg wijde truien, had veiligheidsspelden vastgespeld op mijn broek en ik had een opvallende bril waar ik stickers op plakte. Aan de zijkant. Achteraf was dat allemaal erg kunstzinnig en creatief maar tegelijkertijd ook een trap tegen de klasgenoten die me te pas en te onpas uitscholden.

Vind je m’n bril idioot? Maak ik ‘m toch nog extra idioot. Heb je wat meer te lullen!

Je kunt vechten of vluchten. Je kunt duiken of springen. Je kunt ook alles over je heen laten gaan en op een zeker moment jezelf zien ontploffen in een overvolle aula als iemand je voor de zoveelste keer voor iets uitmaakt wat je niet bent. Zwart is donker en duister maar het is ook sjieke kracht en laat warmte binnen, hoe bizar dat ook klinkt.

Heden ten dagen is paars een favoriete kleur. Ik heb een lange periode alle kleuren groen gedragen maar ik ben voornamelijk weer terug bij zwart. Nee, ik voel me allesbehalve depressief, het is juist het sjieke zwart wat me zwart laten aantrekken.

Nu over?

Er viel een bak op mijn hand. Bij het kinderdagverblijf hebben alle kinderen een eigen ‘bakje’. Daarin leggen ‘s morgens de ouders een pyjama in en het allerbelangrijkste: een knuffel en/of speen.

De bakjes zijn zwaar. Sommige ouders proppen er hele rugzakjes in. Ik wilde een bakje uit de muur halen, zoals bij Kees Kroket, maar de bak viel scheef waardoor ik niet op tijd de bak pakken kon, met nog een kind op mijn schoot.

‘Hola!” riep ik, terwijl ik vliegensvlug S (2 jr) vastpakte en op hetzelfde moment de bak wilde grijpen. De bak viel bovenop mijn hand.

Er waren nu beroepenweken. Leidsters deden ‘groot werk’ vertelde T (3,5 jr) ooit, maar nu moest ik echt naar de dokter. Dokter W (3 jr) nam een verband en begon het om mijn hand te wikkelen. Maar ik ben links en ik kon met links niets meer doen, ook niet met kinderen spelen, knuffelen, eten, drinken.

‘Ik doe het verband maar even af, oke?’ vroeg ik aan S. (2 jr) Hij bekeek mijn hand. Het was dik en een beetje paarsblauw. ‘Tusje optoen.’ vertelde hij. Hij leunde voorover en zette twee besmeurde yoghurtlippen op mijn blauwe-plek-hand. ‘Nou oveh?’ vroeg ie toen.

2007.