Write On Thursday. #WOT Deel 16.

De Write On Thursday. #WOT. Iedereen kan meedoen, het is een creatieve schrijfopdracht, vrij om te bepalen hoe je dat wilt doen, zoals het bij bloggen hoort en mag kort, lang, in blog, flog- of vlogvorm. Het gaat erom dat je het woord wat elke donderdag gebruikt gaat worden in z’n meest vrije vorm kan uitleggen. Wat vind je ervan, hoe denk je erover, heeft het een metaforische werking, zijn er vergelijkingen, kun je een anekdote terughalen, laat het je dromen of is het vlak en abstract? Wil je andere #WOT woorden en blogposts lezen, check hier!

Troost * steun bij verdriet of pijn. Bemoediging, opbeuring, verlichting, zalving koffie, leut, pleur, slemp, slobber

Het zegt waarschijnlijk meer over mij dan over de ander. Het meevoelen, aanvoelen of denken dat ik het aanvoel dat iemand alleen op een bankje zit voor zich uit te staren. Alleen betekent niet persé zielig. De ander behoeft niet per definitie medelijden te verkrijgen. En sommige mensen zitten ergens alleen en zien er totaal gelukkig en gemoedelijk uit. Daar hoeft geen onzichtbare arm omheen. En soms voel ik muren, daar komt een arm niet doorheen. Zelfs niet overheen.
Er zijn situaties geweest waarin ik in gedachten woorden vormde voor een ander. ‘Ik hoop dat het beter met je zal gaan. Ik hoop dat je weer gelukkig wordt. Ik wil je troost bieden maar ik weet niet hoe. Ik heb je troost geboden maar het is niet genoeg. Ik bied je troost op afstand, ik hoop dat je ermee geholpen bent.’

“There are two types of people in the world: those who prefer to be sad among others, and those who prefer to be sad alone.” -― Nicole Krauss, The History of Love.

Je laten troosten. Ik laat het moeilijk toe. Ik ben altijd de sterkste geweest. Maar sterk zijn zegt niet persé dat ik niet kwetsbaar ben. Zo nu en dan stap ik over de drempel, die enorm hoog lijkt te zijn, en laat het toe. Dat een ander mij troost. Het voelt onwennig. Telkens weer.

Alles online.

Er prijkt een foto van een jongen op een blog, netjes in een soort van rechthoek gezet. Hij is boos. Dat zie je. Ik denk meteen aan stemmen van kinderen.

‘Poelewoepsie is vandaag bij een vriendinnetje gaan spelen en kan ik eens ongestoord op het internet verhalen schrijven over het $#@leven van een gescheiden moeder met een #@! ex die de boel telkens zit te verzieken. Voor mij, voor hem en voor zijn kinderen. Soms zou ik wensen dat hij er niet meer was, zodat alles weer gewoon normaal kon functioneren. Zouden de omgangsregelingen en alle afspraken die tussendoor gemaakt moeten worden niet meer hoeven. Komt de ene opvoeding het andere huis niet meer binnen. Gewoon. Normaal.’

Er prijken foto’s van kinderen in zwembaden, tijdens vakanties, met mini bikini’s op een Hyvespagina. Kinderen van elf die hun achterwerk fotograferen. “Nee, dat mogen ze inderdaad niet zomaar online zetten en dat zeggen we ook hoor.” Maar op de Hyvespagina van vader prijken dezelfde foto’s, netjes op een rij openbaar omdat papa zo übertrots is dat zijn kinderen zo groot worden.

privé

Hebben we het erover met kinderen? Dat een foto van een spijkerbroekkont en een glimlach op een gezicht twee verschillende dingen kunnen betekenen? Dat wat jij je kind verbiedt online te zetten jij ook niet online moet zetten? Dat je best eens mag vragen aan je kind of ze het wel oké vinden wat je schrijft en fotografeert? Dat een kind een stem heeft en recht heeft om ‘nee’ te zeggen? Dat wat jij niet zo belangrijk of ongevaarlijk vindt, een kind wel belangrijk of gevaarlijk kan vinden? Dat het voorkomt dat ouders panisch reageren op wat hun kinderen online uitspoken maar zelf alles online zetten? Dat er kinderen zijn die gekke foto’s gebruiken om een kind te pesten? Dat wat jij een grappige foto vindt misschien voor het kind helemaal niet als grappig ervaren wordt?

Het restje privé-terrein van een kind. Dat mag een kind zelf bepalen.