Onmacht.

1) onmogelijkheid om iets te doen wat je wel graag wilt; machteloosheid
2) flauw vallen

‘Alsof mijn lijf hele andere dingen doet dan ik wil. Ik wil helemaal niet dat het doet wat het doet en al helemáál niet dat het iets niet doet. Waarom kan ik niet sturen?’ …

‘Alsof mijn lichaam goochelt. Trucjes uitvoert waar ik zogenaamd om zou moeten lachen. Ik lach er niet om. Het doet zeer. Het is een onvermogen, een last. Het is uit mijn handen. Uit mijn hoofd. Uit mijn wil.’ …

‘Ik heb geen litteken dat ik kan dragen en kan laten zien op het moment dat het even minder met me gaat. Het zit tussen mijn oren, in mijn bloed en waar dan ook waar ik niet wil dat het er zit. Het mag eruit, stoppen, verschrompelen. Het mag dood.’ …

‘Alsof het leeft, groeit en groter wordt zonder mijn uitdrukkelijke toestemming. Dat het een eigen leven leidt en een eigen wil heeft. Ik ben het er niet mee eens!’ …

‘Ik ben het er verdomme niet mee eens!’

‘Mijn lijf zeult met me. Plaagt me. Duwt en trekt. Schopt en grijpt me en laat dan weer los. Ik heb geen houvast meer. Ik kan niets vertrouwen. Ik zou het liefst willen verstoppen in mijn lijf, maar mijn lijf verstopt zich niet.’ …

‘Ik zou moeten loslaten. Het beste dat mijn hart en mijn verstand kan dragen. Het duwen en trekken en vechten kost mij energie. Het maakt me moe en radeloos’. …

(Onderdeel van de WOW.)

Euforie.

1) gevoel van bijzondere vrolijkheid
3) Jubelstemming 
4) Plezierige roes

Het had zo mooi geweest kunnen zijn. Het was minder mooi. Volgens de kranten smerig en hard. Ik las de kritieken maar vroeg me af hoe dat nu zo kwam. Jaren geleden voetbalden ‘we’ als watjes. Dat was niet goed. ‘Wat een stelletje losers!’ werd er geschreeuwd. Sommigen gooiden hun afstandbediening weg. Uit boosheid. We waren te braaf. Durfden er niet vol voor te gaan.

Het Nederlands Elftal op dit WK zorgde er voor het eerst in lange tijd voor om dat gevoel mentaal om te zetten. Daardoor werd het harder. Daardoor spannender. Bovendien waren de andere partijen ook geen lieverdjes. Wil je winnen, ga je vol uit. Speel anders het spelletje maar niet.

Gisteren zag ik in eerste instantie beduusde gezichten bij het Catshuis. Later, in Amsterdam, mochten ze toch van zichzelf een beetje lachen en plezier beleven.

Wat waren we nationalistisch met z’n allen. ‘Dat daar zoveel geld aan verspild wordt.’ werd er door sommige geroepen. ‘Die lui verdienen al bakken met geld.’ Dat is ook zo. Dat geldt voor meer mensen in deze samenleving. Het weegt zeker niet op tegen alle toiletjuffrouwen, meesters en verplegers die elke dag hun benen onder hun lijf uit rennen. Zonder voetbal.

Waarom wil iedereen toch een tweede plaats vieren? Waarom was gisteren Oranje zo Oranje zoals je nog nooit Oranje gezien had? Het lijkt me een stukje psychologie waard. We zijn meestal erg op ons eilandje, individuen, en voetbal en verbroedering brengt weer samen.

(Onderdeel van de wow.)