Tijdsproblemen.

Als je iets niet meer kan of mag en je bent gewend dit vaak te doen of mee te maken, is er gemis.

Ik bemerkte dat het geplande museumbezoek (Huis van het Boek) mij enorm deed verheugen. Als je dan weer mag, dan geniet je ook intensiever.

Tijdsproblemen kwam ik tegen op de zolder van het huis. Ik haalde het boek uit een stapeltje vergeelde boeken die ook zo oud, zo niet ouder waren.

MENNICKE, C.A 1939

We liepen vrijwel alleen daar in het oude huis dat ooit bewoond werd door de familie van Westreenen van Tiellandt. Met mondkapje op. En helaas geen kopje koffie en een bijkletspraatje aan het eind want het museumcafé was gesloten. Tijdsproblemen …

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Filterkoffie.

‘Mag ik een filterkoffie?’

De man van de Kiosk draaide zich langzaam om en keek me zwijgend aan. Zijn dikke wenkbrauwen schoten net zo langzaam omhoog.

‘Beste mevrouw, hoe lang is het geleden dat u hier koffie bestelde?’

‘Eh..’ Ik dacht na. ‘Geen idee. Een tijdje geleden?’

‘Een tijdje geleden.’ Hij knikte even.

Wij verkopen al, denk ik, twee jaar geen filterkoffie meer.’

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Voor u en uw medemens.

In de binnenruimte, het winkelcentrum, liepen veelal oudere mensen winkels in en uit. Ze sjokten langs andere mensen, leunden voorover om iets beter te bekijken en deinsden weer terug. Ze praatten met elkaar zonder een mondkapje te dragen waardoor ze met hun hand af en toe hun mond bedekten om een klein, droog kuchje tevoorschijn te toveren. En toen liep een ouder stel naar de Albert Heijn.

‘Hallo! Zouden jullie een mondkapje willen opdoen? Dit voor u en uw medemens?’ Een jongedame in lichtblauwe jas stond met zwart mondkapje bij de ingang met zwarte handschoenen aan. Ze lachte vriendelijk.

Het stel keek elkaar niet begrijpend aan. Hoezo voor hen zelf? Ze vonden een mondkapje onzin! En hoezo voor de medemens? De medemens moest maar zelf iets verzinnen! Thuisblijven bijvoorbeeld! Ze pakten een karretje en liepen mopperend door, een onthutste medewerker van de Albert Heijn achterlatend.

In de drogisterij stond een stagiaire naar een schap te staren. Ze zette shampoos recht en vulde een lege rij aan. Ze zuchtte een paar keer. Niet omdat ze een mondkapje droeg. Nee, een mondkapje droeg ze niet, veel te benauwend! En daar werd ik toch een beetje zwaar geïrriteerd.

Benauwend? Benauwend? Ik werkte afgelopen zomer met @!#&%$@ 33 graden de hele dag met een mondkapje op! Ze moest niet zo zeuren!

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

De waarheid.

In het holst van de nacht, het kan ook vroeg in de ochtend geweest zijn maar het was nog donker, confronteerde zij hem. ‘Vertel nou eens de waarheid!’ Er werd niet op gereageerd, althans, ik kon het niet horen. ‘Waar ben je nou geweest?’ Oei, een echtelijke ruzie. ‘Vertel het mij nou maar. Wat is de waarheid?’ Ik kon me zo voorstellen dat zij hem had opgewacht en hij zijn fiets net in de schuur wilde zetten en zij het opeens vroeg in de doodse stilte. Hij zou best geschrokken kunnen zijn, je verwacht niemand in je achtertuin zo laat, of zo vroeg. Normaal gesproken zou iedereen slapen, ook zijn vriendin. Dat was tevens een voordeel natuurlijk, als je sluipend de trap op zou gaan, zachtjes de deur zou openen en jezelf neer kon leggen zonder dat zij er iets van merkte.

‘Nou? Vertel! Waar ben jij geweest? Vertel mij nou gewóón de waarheid!’

Er werd gemompeld. Het werd gênant, vond ik. Misschien moest ik het raam maar sluiten, dan kon ik verder slapen en konden zij verder bakkeleien over de waarheid en alles wat er tussenin lag.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Da’s pech.

Ik zag het voor me gebeuren. De ambulance reed niet eens zo snel op de weg naar de kruising en zette zijn licht alvast aan om af te slaan. Op het fietspad voor mij op een aantal meters afstand fietste een dame. Het was de hele week al slecht weer dus ik nam telkens het zekere voor het onzekere en droeg mijn regenpak. Overal lagen plassen water, er fietsten veel fietsers zonder spatborden achterop. Daar werd ik ook nat van. De dame voor me was een waaghals en reed in rap tempo op een e-bike voor me uit in een spijkerjack zonder verder enige regenbescherming.

De ambulance was denk ik op weg naar het ziekenhuis om de hoek. Hij leek een beetje af te remmen en reed bijna naast haar gescheiden door een stoeprand. En terwijl de wielen verder naar de stoeprand kwamen zag ik als in slow motion dat er zich een enorme plas water over de stoeprand vormde. De golf leek steeds hoger te worden, krulde langzaam om als een achtbaan op zijn top en kletste toen neer. De ambulance reed de bocht om, door het groene licht en verder. De dame was inmiddels afgestapt en stond naast haar fiets wezenloos voor zich uit te staren. Ze hield haar armen wijd langs haar lichaam, keek naar haar schoenen en bleef zo staan. Ik passeerde haar en wist niet wat te zeggen.
Langzaam keek ze op. Haar haren plakten tegen haar wangen en nek. Afstappen en een doekje aanreiken zou niets uithalen. ‘Da’s echt pech hè?’ murmelde ik en fietste door. Ik realiseerde me opeens hoe stom dat klonk.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.