Doe je spaarpot dicht!

Zo erg als in die documentaire Turn! was het niet maar ik zag meteen die wandelstok voor me. De juffrouw liep langs de meisjes in dezelfde zwarte balletpakjes die stokstijf langs de barre stonden om te kijken of je spaarpot dicht was. Als ze heel hard de zaal in spuugde: ‘Doe je spaarpot dicht!’ wist je dat jouw spaarpot blijkbaar niet dicht was, wat betekende dat je billen uitstonden en dus dicht moest knijpen, of dat je niet recht stond, of je bekken niet genoeg naar binnen gekanteld stonden. Dan pakte ze haar stok en sloeg tegen je billen. Dan ging je namelijk vanzelf wel zo recht mogelijk staan. Ik heb ook weleens een tik tegen mijn billen gehad. Vaker wel. Maar met mijn holle rug en uitstaande billen was ze snel vermoeid en liep dan zuchtend langs me heen.

Aan het eind van de les moest je in een rijtje gaan staan om de juf een hand te geven voordat je naar huis ging. Dan boog je een beetje (reverence) en terwijl je een beetje door je knieën zakte zag je door je oogwimpers je moeder in de deuropening staan bij de oude houten banken in de gang. Het is dat ik altijd graag wilde dansen en dat er verder niet veel keus was om eventueel uit te wijden naar een andere balletschool. Vele jaren later ging ik naar een balletschool waar ik opeens met mijn zwarte balletpakje, roze panty en balletschoenen uit de toon viel bij alle kleuren van de regenboog die de leerlingen droegen.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Tante Sjaan.

Denkend aan die bezoeken in Rotterdam bij die tantes in hoge flats denk ik opeens aan tante Sjaan. Tante Sjaan was de vrouw van een broer van mijn opa, als ik het me goed herinner. Ze woonde alleen, haar man was al enige tijd overleden. Ze kwam af en toe naar Brabant op visite en wij gingen dus ook weleens naar haar. Ik logeerde in een klein kamertje dat muf rook en ’s morgens vroeg bakte tante Sjaan een ei dat ik moest opeten want ik mocht van mijn opa en oma niet zeggen dat ik ’s morgens geen gebakken ei lustte. Ik vraag me met terugwerkende kracht ook af waarom mij niet werd gevraagd of ik een gebakken ei lustte.
Ik zat heel erg lang aan tafel met mijn vork het ei heen en weer te bewegen zonder het in mijn mond te stoppen. Ik vraag me af of ik het uiteindelijk wel opat, ik denk van wel, want mijn opa en oma en tante Sjaan hadden de oorlog meegemaakt en al het eten moest op. Er werd niets, maar dan ook niets weggegooid.
Ik weet wel dat ik na die ochtend het niet meer zo leuk vond bij tante Sjaan. Ik vroeg of ik op de galerij mocht spelen en rende heen en weer langs de voordeuren tot aan de gang waar de liften samenkwamen.
Als ik nu in een hotel bij een ontbijtbuffet sta en roerei zie of mensen die een eitje bakken op een hete plaat haal ik mijn neus op. Ik moet er niet aan denken!

Wil je mijn blog steunen met een bijdrage? Doneren mag hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Herinneringen maken.

Lieve Q,

Toen ik iets ouder was dan jij nu bent ging ik weleens naar de grote stad met mijn opa en oma. Naar familie van mijn opa en oma in Rotterdam meestal, ooit ben ik ook weleens naar een oudtante geweest die in Scheveningen woonde. In Rotterdam woonden deze oudere tantes vaak in hele hoge flats. Ik vond dat erg indrukwekkend want in Brabant hadden ze niet zulke hoge flats.
In Scheveningen gingen we ook naar het strand, weet ik nog, en kreeg ik een keer op de boulevard een cadeautje van opa en oma, of mijn oudtante, ik weet het niet meer. Het was een zwaar bolletje waar een kunstwerkje in was verwerkt en je kon er papier mee verzwaren zodat het niet zou wegwaaien. Presse papier heet het in het Frans. Dit bolletje staat nu nog op mijn bureau. Soms kijk ik ernaar en haal ik de herinneringen weer op ook al zijn ze ietwat vaag. Ik herken mijn tante niet meer echt, ze was best klein maar ik herken wel het gevoel wat ik toen had. Het was een heel prettig gevoel, iets waar je jaren later nog aan kunt denken met een glimlach.

Gisteren kwam jij met papa en mama naar ons omdat papa en mama gingen logeren in een hotel in Den Haag en jij kwam bij ons logeren. Wat was dat een feest. Eerst met de tram naar Scheveningen, de Pier op en naar het reuzenrad gekeken. Weer met de tram terug, weer een avontuur en ’s avonds naar een restaurantje geweest. Je was aan het eind van de dag best moe, wilde slapen en dat ging ook de nacht door heel goed. De volgende ochtend hoorden we door de babyfoon dat je aan het praten was. Het was nog best wel vroeg dus we lieten je lekker even liggen. Later hebben we je toch uit bed gehaald en heb je bij ons gelegen. Je had veel binnenpretjes, vond het dekbed interessant en kreeg ook nog de slappe lach.
In de ochtend zijn we naar de speeltuin in het park gewandeld, heb je in de schommel gezeten, gingen we naar de paarden kijken in de stallen en zat je in een speeltuinboot. Weer thuis was je veel buiten in de achtertuin te vinden. Je vindt het fijn om de wind te voelen, de zon in je nek en de windmolen te zien draaien. ’s Middags hebben we alle drie even een dutje gedaan en toen stonden papa en mama ineens weer in de woonkamer.

Het is na jouw weggaan stil in huis. Ik vond het reuze gezellig om jou bij ons te hebben. Wat heb je het goed gedaan en wat heb je plezier gehad. Ik moet denken aan herinneringen maken en of je later, als je groter bent, zult herinneren dat je een tante en oom had in de grote stad met trams en het strand zoals ik herinneringen heb aan vroeger en de grote stad en al het gevoel wat daarbij hoort. En misschien denk je ooit eens terug aan toen, aan het huis, de tuin en de plekken waar je heen ging en hoe blij je was.

Wil je mijn blog steunen met een bijdrage? Doneren mag hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Sjonge, jonge, jonge.

Meneer, u heeft zeker niemand verloren aan corona? Ik zei het niet maar had het achteraf misschien wel kunnen vragen. De man stond buiten met zijn hete kop koffie tussen mij en een oudere man in en wilde naast ons gaan zitten.
‘Graag anderhalve meter afstand!’ riep de oudere man.
‘Dat geldt ook voor mij!’ riep ik.
De man keek eerst verongelijkt. Toen daalde het gewicht van de toegeroepen zinnen en keek hij verbolgen. Hij schudde zijn hoofd, ik hoorde een ‘sjonge, jonge, jonge’, hij droop af en ging pal naast een andere man zitten. Deze man hield zijn mond.

Wil je mijn blog steunen met een bijdrage? Doneren mag hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.