Allegoeds.

De oudere vrouw zat met haar broze armen gestoken in een grote beige regenjas met haar trillende, kromme vingers om een bekertje koffie in een stoel aan het voetpad toen een deur openging. Ze schrok ervan en deinsde terug. ‘Sorry!’ riep de jongeman terwijl zijn echo achter hem wegwaaide. Ze ging weer op haar beide billen zitten en keek gelaten naar buiten waar de mensen gehaast naar platforms renden of slurpend van een bekertje koffie wachtten op hun trein en hun bestemming.

De jongeman kwam terug want er was geen plek en hij vroeg met een Limburgs accent of hij dan bij mevrouw mocht plaatsnemen. Dat was toch niet erg? De oudere vrouw schudde haar hoofd en hij daalde neer. Zijn grote reistas plofte op de grond. ‘U heeft veel bij u.’ constateerde de oudere vrouw gefascineerd. De jongeman beaamde het. Het was weer tijd om naar zijn kamer te gaan waar hij doordeweeks sliep. De oudere vrouw knikte alsof ze het begreep. ‘En in het weekend?’ vroeg ze toen maar voor de zekerheid. ‘Dan ben ik bij mijn ouders.’

De reistas zat vol schone was. In zijn kamer was geen ruimte en geld voor een wasmachine. De oudere vrouw luisterde naar zijn verhaal. Ze reikte met haar trillende hand naar het tafeltje waar ze haar lege bekertje op wilde zetten. ‘Zal ik uw beker weggooien?’ wilde de jongeman weten. Ze murmelde, ze hmmm-de. Hij nam haar bekertje over en propte het in een overvolle prullenbak onder het tafeltje. ‘Opgelost!’ zei hij triomfantelijk. Ze glimlachte. Hij ook.

Gedurende de reis keken ze zwijgend naar buiten voorbij weilanden en groen. Ieder een verhaal. En ik glimlachte bij het horen en zien van het tafereel. Ik had net het International Literature Festival in Utrecht bezocht. Marente de Moor zei dat je kan kiezen welk verhaal je zou willen horen. Dat er verschillende versies van verhalen zijn en dat sommige mensen hun eigen verhaal kiezen. Joke van Leeuwen vond het niet per sé bekrompen maar getuigen van één perspectief dat sommige mensen zich niet kunnen verplaatsen in het verhaal van de ander. Ik zat rechtop bij het optreden van Ingmar Heytze en zijn Asfaltfeeën die mooie liedjes ten gehore brachten. Ik had nog een boek van hem in de boekenkast staan. Allegoeds.

Ze zijn echt wel behulpzaam hoor.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Of dacht ik dat maar?

Onderweg liep ik voorbij een bloemenperkje waar een paraplu uitstak. Het leek bijna een schutkleur. Eigenlijk zou je kunnen denken dat je die paraplu niet zo mooi zou kunnen vinden. Een uur later was ik onderweg met twee jonge kinderen in de bus. Ze zaten beiden naast elkaar op een stoel en ik zat tegenover. Het werd gaandeweg steeds drukker. Vorige week moesten we heel even staan en vlogen de kinderen en oudere mensen bijna door de bus. Ik wilde dat ze zaten voor hun eigen veiligheid. Toen stapte een oudere vrouw de bus in en plofte naast me neer.

‘Zeg, zet jij dat kind even op schoot.’
‘Pardon?’
‘Dat kind. Zet dat kind gewoon even bij je op schoot! Dan kunnen andere mensen zitten!’
‘Ik neem aan dat mensen het kunnen vragen?’
‘Dat doen ze niet zo snel.’
‘Nou, ik wel hoor. Ik vraag het gewoon.’

Ik keek op. Er stond een vrouw dichtbij de stoel met haar hand in een hengsel boven haar.

‘Mevrouw, wilt u zitten?’
‘Nee, hoor. Laat maar lekker zitten.’ zei ze goedgemutst.
De oudere vrouw naast me snoof.
‘Ze is gewoon te bescheiden.’
Ik fronste mijn wenkbrauwen bij deze uitspraak. Even wilde ik vragen of ze helderziendwetend was. Het zei volgens mij meer over haar dan over de vrouw die toch echt zojuist had geweigerd te zitten.
‘Ik kan dat niet weten, mevrouw. Vorige keer werd een oudere dame zelfs boos toen ik vroeg of ze wilde zitten. Ze was beledigd.’
Ik hief mijn handen op en keek de vrouwen die stonden vragend aan. Een vrouw knipoogde sussend.

De oudere vrouw hield haar mond stijf dicht en zat demonstratief met haar armen over elkaar en sprak de hele rit niet meer. ‘Dat kind’ tegenover haar bekeek haar eens heel serieus. Toen zei hij:
‘Mijn tas!’ En wees ernaar. Dat ze eraf moest blijven. Of dacht ik dat maar?

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Een gaatje in je buik.

De laatste week voel ik me onrustig. Het is een gevoel dat ik probeer van me af te schudden. Dat lukt alleen als ik jouw filmpjes of foto’s even bekijk. Dan word ik weer rustig omdat ik je hoor lachen of je probeert nieuwe woorden uit. Het leven gaat gewoon door, altijd, en dus zijn er voor jou op de dagen voordat je geopereerd wordt gewoon normale dingen.

Het is simpel, als ik mijn eigen realisme inzet weet ik verstandelijk dat het maar een kleine ingreep is die niet lang duurt en waarbij je hoogstwaarschijnlijk niet lang in het ziekenhuis moet blijven. Maar er spreekt een vervelend gevoel dat ik een nare herinnering noem want twee jaar geleden was er ook een operatie. Een hele zware. Hoewel de operatie goed verliep, zullen we het maar niet meer hebben over wat erna gebeurde. Ik schud die gedachte snel van me af. Ik heb er niks aan. Dit is anders.

Ik probeer me voor te houden dat de kleine ingreep aanstaande dinsdag jou gaat helpen. De vervelende neussonde gaat uit je keel (je hebt er zoveel last van – moet elke ochtend kokhalzen als je wakker wordt) en er komt een gaatje in je buik. Dat gaatje zorgt ervoor dat je eten direct in je maag gaat. En wij; papa, mama, opa en oma en ik zullen weer moeten leren hoe we jou eten gaan geven. Ik hoop door deze ingreep dat je lekkerder in je vel gaat zitten.

En ik heb al een idee welk cadeautje ik voor je ga kopen. Maar dat vertel ik nog niet!

Alle brieven aan Q lees je hier.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.