Een CD van André.

Op de toonbank legde ik mijn spullen neer. Ze mochten worden afgerekend.
‘Bij deze kun je er voor de halve prijs nog eentje bijhalen.’ Wees de kassamedewerker naar de shampoo terwijl ze ging scannen. Ik liep terug naar de schap. Even later stond ik weer bij de kassa met een extra shampoo. De kassamedewerker rommelde in een la bij de toonbank. Ze legde een CD naast mijn spullen.
‘Je krijgt ook een gratis CD van André Hazes.’
Ik schoot in de lach. Hahaha, ja, die houden we erin!
De kassamedewerker lachte niet.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

De clou van dit stukje is aan jou.

Hij zat bovenop een berg en keek uit over het uitgebreide landschap. Op eigen kracht was hij daar gekomen. Hij had flink doorgestapt en al klauterend was hij aangekomen aan de top van de berg met enorm uitzicht. In plaats van blij te zijn dat hij het gehaald had op eigen kracht om vervolgens te kunnen genieten van een prachtig uitzicht vloekte hij over zijn slechte lichamelijke staat en dat zijn bergschoenen niet goed waren. Hij vergat zijn beklimming, zijn beproeving en zelfs het mooie uitzicht. Hij zuchtte, ging zitten en pufte uit.

Terwijl hij daar zo een tijdje zat trokken de wolken weg en kwam de zon door. Het felle licht scheen op zijn gelaat en hij hield een hand boven zijn ogen. In plaats van blij te zijn met het licht en de warmte mopperde hij dat hij geen hand voor ogen zag. Hij draaide zijn lijf een kwartslag om en leunde op zijn benen in een kleermakerszit.
Maar de zon draaide met hem mee en was niet van plan te stoppen met schitteren. De man kreeg het langzaamaan warm en deed zijn jas open. Weer draaide hij een kwartslag en leunde met zijn armen op zijn benen. In de verte zag hij een andere klimmer die een andere berg beklom.

Toen de zon uiteindelijk ervoor koos achter de bergen te zakken werd het kouder en langzaam donkerder. De man was opgelucht dat hij zijn jas weer kon sluiten en stond weer op. Maar toen hij aanstalten maakte om de daling in te zetten ontdekte hij dat het zicht een stuk minder was. Hij schuifelde over de rand en durfde eigenlijk niet meer naar beneden. Ook de klimmer aan de overkant was verdwenen. Hij kon dus geen hulp inroepen. Vertwijfeld keek hij om zich heen. Hoe ging hij dit oplossen?

De clou van dit stukje is aan jou.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Wattenhoofd.

Blijkbaar heerst het. De mensen in de trams en treinen snotteren en hoesten de hele tijd. In mouwen en zakdoeken maar vaak ook gewoon zonder. Een tijdje terug zat ik in de tram achter een meneer die hard moest niezen en even hoopte ik dat hij zijn zakdoek paraat had of de binnenkant van een mouw maar hij proestte het zo naar voren in het kort geknipte kapsel van een mevrouw.

Het heerst blijkbaar. Er waren een paar kinderen die met rode hoofden uit school kwamen en als kleine robots mee sjokten naar huis. Ze waren stil en dat was vreemd want normaal gesproken kletsten ze de oren van je kop. Het was zelfs zo rustig dat ik er een raar gevoel bij kreeg. Er waren watten in hun hoofden gekropen. En dan werd er opeens heftig gehoest. ‘Hand voor de mond!’ riep ik dan. Ik hoorde mijn ouders.

Ik werd zondag wakker met de stem van iemand anders. Het leek alsof er een man in mij gekropen was. Eentje die ook nog eens zware shag rookte. Mijn keel was erg pijnlijk bij elke vraag die ik stelde. Het meest vreemde aan een snotterhoofd is het gevoel dat de wereld een beetje trager gaat. De mensen in die zelfde trams en treinen die tegen elkaar geplakt staan en voor zich uit staren in tunnels en stopmomenten verroeren zich niet en het beeld gaat als een langzame film aan me voorbij.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.