Jonathan zeemeeuw.

De schrijver Richard Bach, waarvan ik ook The Bridge Across Forever heb gelezen en One, schreef ooit in 1972 Jonathan Livingston Zeemeeuw. Toen ik het boek leende in de bibliotheek wilde ik het eigenlijk niet terugbrengen. Ik vond dat ik dit verhaal in mijn boekenkast moest bewaren. Jaren later vroeg ik voor mijn verjaardag een eigen boek en die kreeg ik van mijn broer en schoonzus. Vandaag besloot ik het opnieuw te gaan lezen. Voor de zoveelste keer, omdat het zo’n prachtig universeel verhaal is.

Jonathan is niet zoals alle andere zeemeeuwen. Zij krijsen, vechten om voedsel en vliegen rechte stukken boven zee en land. Jonathan voelt zich beperkt en wil meer. Hij wil leren, hoger vliegen, ontdekken en verkennen. Hij wil verrast worden en uitdagingen aangaan, ook al raadt iedereen het af. Zijn vader zegt ook: ‘Je moet eerst denken aan voedsel zoeken en hoe je voedsel zoekt. Dat is belangrijk.’ Met andere woorden, doe nou maar waar je voor geboren bent, doe nou maar wat er van je verwacht wordt dan hoef je niet meer te proberen, laat alles maar zoals het is. Streef niet naar beter of anders. Waarom zou je? Je maakt het jezelf alleen maar moeilijk.

Jonathan wil eerst meedoen met De Vlucht, zijn meeuwengroep, maar al gauw merkt hij dat hij het gewoon niet kan. Hij wijkt af, gaat zijn eigen weg en vliegt hoger en hoger maar stort in zee. Eerst heeft hij spijt. Had hij maar geluisterd naar zijn ouders en meeuwen om hem heen. Maar dan weet hij dat hij moet oefenen. Hij probeert allerlei vliegkunsten en verbreekt zijn eigen record. Vol trots en weer gesterkt wil hij dit aan zijn groep meedelen maar ze vinden hem onverantwoordelijk en stoten hem uit de groep. Hij is gekrenkt, alleen en vliegt op eenzame hoogte en verlaat de Aarde.

In de Hemel vliegt hij steeds sneller, hoger en er zijn geen grenzen. Hij is vrij van zijn gedachten en onbeperkt. Hij vliegt boven zeeën, rotswanden en wolkendekens. Als hij neerstrijkt op het strand zijn er meeuwen, gelijkgestemden, bij hem. Ze denken hetzelfde, vliegen even hoog en snel. Jonathan begint te beseffen dat hij helemaal niet in de Hemel is. Tsjang, een wijze meeuw, glimlacht als hij ernaar vraagt. ‘Jij vliegt heel snel hè?’ Jonathan knikt. Hij houdt wel van snelheid. ‘De volmaakte snelheid,-‘ zegt hij ‘- is er zijn. Om zo snel te kunnen vliegen als een gedachte moet je beginnen met te denken dat je er al bent. En denk niet aan geloof. Je had geen geloof nodig om te kunnen vliegen, je hoefde alleen maar te begrijpen wat vliegen was. Blijf het proberen…de liefde.’ Dat waren de laatste woorden van Tsjang. Zijn vleugels worden witter en witter voordat hij verdwijnt.

Eenmaal terug op Aarde bij de Vlucht waar Jonathan ooit verbannen was, wil hij de meeuwen meegeven wat hij heeft gezien en gevoeld. Hij hoopt dat ze zullen luisteren maar twijfelt wel. Zijn vriend Simon weet het ook niet. Hoe kunnen deze meeuwen, die net boven de grond vliegen, krijsen en vechten om voedsel zien wat Jonathan ziet? Hij kan hen onmogelijk de Hemel laten zien vanaf de grond! En toch probeert hij het. Hij probeert net zo lang totdat de meeuwen het zien.

Want de meeuw die het hoogst vliegt, kijkt het verst.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Sorry zeggen.

‘Nee, ik zeg geen sorry.’

‘Omdat je het niet vindt of omdat je het niet wilt zeggen?’

Hij haalde zijn schouders op.

‘Ik zeg gewoon nooit sorry.’

‘Ook niet als je per ongeluk iets hebt gedaan of hebt gezegd wat niet de bedoeling was?’

Hij schudde zijn hoofd.

‘Soms is het wel fijn om sorry te zeggen. Als je iemand pijn hebt gedaan en je ziet dat degene verdrietig is.’

‘Ik zeg geen sorry als iemand verdrietig is omdat ik hem pijn heb gedaan.’

‘Wat gebeurt er als je sorry zegt?’

Hij moest lang nadenken.

‘Da’s niet echt leuk.’

‘Nee, dat klopt. Omdat je eigenlijk tegen iemand zegt, ik heb het niet goed gedaan en dat voelt een beetje vervelend.’

‘Ja, dus ik zeg geen sorry.’

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Daarna werd het alleen maar erger.

Ze werd aan het eind van het onderzoek door een verpleegkundige in een rolstoel naar de uitgang gereden want dat was sneller. Haar trui was bebloed, ze had het koud. Het was de bedoeling dat het een gewone CT-scan zou zijn van het bovenlichaam waarbij ze via een infuus een contrastvloeistof toegediend zou krijgen. Ze hadden tijdens haar verblijf in het ziekenhuis in juni allebei haar armen bont en blauw geprikt, laat staan haar handen. Aderen waren moeilijk te prikken. Herkenbaar. De twee operaties die ik nodig had een hele poos terug en bij het vele bloedprikken van de afgelopen jaren wilde het bij mij ook vaak niet lukken. Teveel littekenweefsel. Aderen lagen te diep. Rood en paarse plekken waaierden zich als meren op haar armen en handen uit. Ik wilde het destijds aaien, maar dan kwam ik te dichtbij en dat mocht weer niet in verband met het corona besmettingsgevaar.

Deze keer zou de CT-scan routine zijn. Hoe vaak deze afgelopen tijd had ze niet een MRI of een CT-scan gehad? Ze lag op een bed met ontbloot bovenlijf en de eerste prik lukte niet. Daarna werd het alleen maar erger, zei ze. Uiteindelijk moest iemand van de OK komen om te prikken. Dat lukte ook niet. ‘Ik weet niet of het de bedoeling was om in mijn slagader te prikken maar toen lukte het wel.’ Maar er lekte bloed uit het gaas en verband op haar trui. Ook de vloer kreeg rode stippen. Ze lag te bibberen tijdens het prikken op dat bed. Ze had het zo koud. Het duurde zo lang. Het lukte maar niet. Weinig vel op de botten hielp ook al niet tegen de kou. De verpleegkundige probeerde zo goed en zo kwaad als het ging de vlekken eruit te wassen. De natte trui ging in een plastic zakje mee.

De taxi had op haar gewacht, gelukkig. Kon ze toch naar huis.

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Een nieuw bed. Deel 2.

Bij de ingang viel het reuze mee. Via een lang pad dat met hekken afgeschermd was kon je naar binnen. We hadden veel drukte verwacht, of er rekening mee gehouden, maar dat viel mee. We konden rustig rondlopen en bedden kijken. Bij de boxsprings lag een jongen op een matras. Zijn zwarte tasje lag ernaast. Hij had zijn ogen niet dicht maar lag compleet te relaxen terwijl zijn vader driftig in het Nederlands met zwaar accent de verkoopster wilde vertellen wat hij wilde. Hij liep heen en weer, gebaarde naar het bed waar zijn zoon op lag. De verkoopster verstond hem niet. Niet omdat hij met een zwaar accent sprak maar omdat hij steeds achter het glas vandaan liep.

We probeerden een matras uit. Er lag er eentje zalig lekker. Het liefst bleef ik erop liggen maar we gingen nog naar vrienden toe die avond. We zouden in de tuin gaan eten, op gepaste afstand, en als het kouder zou worden de warmtelamp gebruiken die pas was aangeschaft. We keken nog rond in de Ikea, besloten om even iets te gaan drinken. Van bedden kijken kreeg de een dorst en de ander honger.

Weer moesten we via een lijn en pijlen achter elkaar gaan staan. Er was een heus corona loket gemaakt met een scherm ervoor. Normaliter verwachtte je dit bij een sjiek restaurant maar ook bij de Ikea moest je je melden. We moesten onze gegevens noteren, er werd een lijst afgewerkt met vragen. De klok werd erbij gehaald want je mocht maar een half uur zitten. Er was geen koffie, geen thee en geen ontbijt. In de grote keuken, waar je normaal gesproken allerlei soepen, salades, broodjes en dergelijke kon meenemen kon je nu maar uit een paar gerechten kiezen. Er zat één persoon bij de kassa. Eén persoon mocht de spullen meenemen en afrekenen. De ander kon met het nummer wat je gekregen had een tafeltje zoeken. Het was een doolhof, alle nummers stonden door elkaar. Gelukkig hielp iemand. Eigenlijk was het bevreemdend om in de Ikea zo weinig mensen te zien. Er zaten maar een paar mensen aan kleine tafels te eten. Er werd overal driftig schoongemaakt. Natuurlijk was het ook heel goed, maar het zag er surrealistisch uit.

We hoefden niets mee te nemen en hebben niets besteld. We waren er wel uit. Dat ene bed, met die matrassen, in die ene winkel, dat leek de beste optie. ’s Avonds met de tuinlampen aan en een rosé, allerlei tapas hapjes en goede gesprekken, vlogen er heel laag vliegtuigen over. Telkens als dit gebeurde moest je stoppen met praten. Het was ooit, maanden geleden, zo stil in de lucht…

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Wie droeg ooit dit tasje?

Het is een oud leren schoudertasje, donkerrood met twee bandjes met gesp en een drukknop in het midden die het nog prima doet, ook al heeft de vorige eigenaresse deze al heel vaak geopend en dichtgedaan, kan niet anders. We liepen in de Molenstraat voorbij een aantal antiekwinkeltjes toen we een vintagewinkel zagen. ‘Even naar binnen.’ Ik was niet van plan iets te kopen, ik had al genoeg. Het tasje trok ik uit een wirwar van andere leren tasjes maar ze waren allemaal zwart en tinten bruin.

Deze was donkerrood. En mooi. En sprak (me) aan. Niet alleen de buitenkant was mooi, ik was ook getriggerd door de binnenvoering. Onaangetast en toch vaak gebruikt, het was niet voor niets tweedehands. De stof was nog steeds goed, de merkletters erin gedrukt. Papillon Paris. Wie droeg ooit dit vintage tasje? Waar? In welke periode? Waarom deed zij er afstand van? Onder welke omstandigheden? Hoe belandde het hier in dit kleine winkeltje in Den Haag?

Papillon Paris was in

de jaren zeventig een cultmerk…

Wil je mijn blog steunen met een kop koffie donatie? Ik doneer een kop koffie.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.