EN IK HAD NOG ZO GEDACHT,

om op deze fijne avond met een dekentje op de bank, met m’n ugg(ly)sloffen te genieten van een fijn tv avondje, met een kaarsje, wijntje en een blokje jonge Goudse.

Maar ik moest een flesje openen. Normaal kocht ik flessen met dop. Deze keer betrof het een kurk. Waar ik geen Goudse van gegeten had (nog). Ik friemelde met de kurkentrekker en begon eraan te trekken.

Het was net als een telefoonmoment, waarin ik een man ooit vroeg om alsjeblieft die spin op de muur weg te halen. Waarop de man in kwestie droogjes reageerde door te zeggen
dat ik dat beest maar moest opzuigen, en ik in lichte paniek opperde dat het spinnenlijf gewoon niet door de slang heen kon.

Hij vond dat ik overdreef.

Maar de kurk kwam niet uit de fles. Gewoon helemaal niet. Ik had dan wel kippenkracht, maar ik kon toch zekers wel een fles ontkurken? zo stelde broerlief door de telefoon. Alsof ik dacht dat hij even naar mij toe zou karren om een flesje wijn te openen.

“Dit is mannenwerk. Hoor!” riep ik geirriteerd door de telefoon.

Ik probeerde het nog eenmaal. Dat was tevens de ‘maal’ dat de kurk met een *plop* omhoog kwam en mij als in een waterval aan rode wijn besprong.

Ja, zelfs mijn Sweet Bastard was geheel gedoopt in rode wijn.

*Telt nu drie keer tot tien en puft een haarlok uit haar gezicht.*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *