JE KRIJGT WAT JE GEEFT,

want gisteren, in de vroege avond, liep ik de deur uit van m’n werkplek,
de babietjes tevreden achterlatend. Wachtend op de trein naar huis stond er een mevrouw naar me te kijken. Ze schudde met haar hoofd en het leek of ze aarzelde.

Mijn iPod bracht Sam Cooke ten gehore, een liedje dat ik gekregen had, A Change Is Gonna Come, maar de mevrouw wist van geen ophouden. Ze gebaarde naar, wat leek, m’n achterwerk. Ik fronste m’n wenkbrauwen. Zette toch mijn iPod af.

“Je broek.” wees ze.
Ik droeg een zwarte broek die dag. Ik keek een beetje schuin naar m’n billen. Ik zag niets.
“Er zit wit op.”
“Wit?”
“Ja, wit.”

Die middag gaf ik een baby de fles. Om drie uur zat ik met een net opgewarmde fles op de donkerblauwe bank en liet baby drinken. Het arme kind kon de hoeveelheid melk niet aan, spuugde steeds wat terug. Dus voedde ik hem in ├ętappes. Dat ging goed.
Hij had langs de zijkant van zijn slabber en nekje geknoeid. Ik had het netjes schoongeveegd; ook m’n arm en zijkant van m’n vestje, maar blijkbaar was het langs mijn linkerbil gegaan. Hoe dat kon gebeuren moet je mij niet vragen.

Ik ging gisteren in een zwarte broek en een witte vlek op m’n arse naar huis.
Fijn.
Heel fijn.

‘s Avonds die broek meteen in de wasmachine gestopt. Maar goed ook, want vanochtend droeg ik ‘m weer en was ik samen met din/collega de 1000e bezoeker bij het kindvak en moesten mochten we op de foto, om erna snel telefoonnummers af te geven om op later tijdstip een cadeautje uit te zoeken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten