Pas geleden zat ik op een terrasje met een frisje een regenbui af te wachten. Het was niet zomaar een regenbuitje op een zomerse dag. Het plensde met bakken uit de hemel alsof iemand daarboven helemaal leegliep.
Er zaten mensen in de hoek, een paar tafels verderop ook te schuilen met een frisje in hun hand. Ze besloten na enige tijd toch maar de ober te wenken. De regenbui had nog geen aanstalten gemaakt te vertrekken en zij hadden trek. Na een tijdje kwam de ober terug met een pan vol mosselen. ‘Oh, nee hè.’ begon ik en schudde mijn hoofd. En jawel hoor, ik werd misselijk van de geur. Mijn gezelschap vroeg zich af of we toch maar door die regenbui moesten. Ik zocht in mijn rugzak en vond nog een regencape van een trouwerij die ik eerder bezocht had. Kwam altijd goed van pas, zo’n regencape, zouden ze daar toen vast gedacht hebben. Ik trok de regencape over me heen. ‘Je ziet eruit als een paarse Teletubbie.’ zei het gezelschap.

Later zat ik in de bus naast een mevrouw. Ze nam nogal veel plek in. Haar bovenbenen botsten bij elke bocht tegen de mijne aan. Dat was allemaal niet heel erg, ik trok mijn benen opzij, maar ze rook naar zweet. Eerst viel het nog wel mee maar er was nu eenmaal weinig plek en alle ramen die open konden stonden ook open. Het mocht niet baten, ze bleef maar stinken. Het was dan ook best warm in de bus. Ik legde uit wanhoop maar een hand over mijn neus en mond en keek naar buiten.

Het deed me denken aan een stagiaire die ik heel lang geleden moest begeleiden. Het arme kind was door haar moeder naar de opleiding gestuurd en zelf wist ze niet eens of ze dit wel wilde gaan doen. Het was een hele uitdaging haar te begeleiden. Bovendien kreeg ik na een paar weken van collega’s te horen dat ze erg zweette. ‘Ze stinkt.’ zeiden ze. ‘Niet te harden gewoon!’ ‘Ik ga ervan over mijn nek als ik naast haar sta.’ Ik moest er wat aan doen. Ik zat elke week tegenover haar om de week te bespreken. En nu zat ik daar zelf met zweethanden.

Ik bedacht me alle slecht nieuws gesprekken en de trainingen die ik gevolgd had. Ik moest met de deur in huis vallen, iemand rustig laten nadenken en dan samen naar eventuele oplossingen zoeken. Dus ik keek haar recht aan, zei dat ze overmatig transpireerde en men er last van had en of ik haar kon helpen hier wat aan te doen.

Ze begon te huilen. Dikke tranen drupten op de tafel. Wat een ellende, dacht ik, toen ik haar een doosje tissues toeschoof. Maar toen keek ze op, haalde een hand over haar natte wangen en zei dat ze blij was dat iemand haar erop aansprak want nu vielen alle kwartjes. ‘Welke kwartjes?’ vroeg ik nog. Ze had het gevoel dat mensen haar uit de weg gingen en ze begreep niet waarom. Ik voelde een plotselinge plaatsvervangende eenzaamheid.

Moest ik nou zeggen tegen die mevrouw in de bus die naast me zat te transpireren en met haar dikke bovenbenen tegen de mijne stootte bij elke bocht die er gemaakt werd dat ze stonk naar zweet? ‘Weet u dat u een nare geur bij u draagt?’ Ik kende haar niet. Misschien was ze beledigd. Het zou in ieder geval gênant zijn. Misschien zou ze uitvallen: ‘Waar bemoei jij je mee?!’ Voordat ik eruit was drukte ze op de knop en liep met haar zware tassen richting de uitgang. Soms losten problemen zich vanzelf op.

2 thoughts on “Weet u dat u een nare geur bij u draagt?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten