Terwijl de trein wegreed van het perron leunde ik met mijn hoofd tegen de hoofdsteun. Ik was moe. Het was een lange dag geweest. Ik keek links van mij naar het raam waar een prachtige lucht voorbij raasde. Het werd ook al eerder donker, bedacht ik me. Voor me zat een jong stel. In eerste instantie leek er niets aan de hand. Ze zaten dicht bij elkaar. Ze waren in een gesprek verwikkeld. Ik kon het niet horen en hoefde het ook niet te horen. Ik sloot mijn ogen om even in die twintig minuten die ik had een powernap te houden. Maar ik hoorde een uithaal. Een uithaal van verdriet. Een hulpeloos wenen.

‘Maar ik vind niet dat het zo moet! Het is niet eerlijk.’

Gesnotter.

‘Ik begrijp wel dat jij het ook niet wilt, maar…’

Geween.

‘Ik vind het ook heel erg.’

‘We vinden allebei dat het over is, toch?’

Huilen.

Door het spiegelbeeld in mijn rechter raam zag ik schuin voor me twee mensen voorover gebogen. Ze huilden. Zij haalde een hand door haar lange haren die steeds voor haar gezicht lagen. Hij hield twee handen voor zijn gezicht. Ik bemerkte een soort verslagenheid. Het was voorbij.

Plotseling was de trein een afscheid. Twee mensen die gingen splitsen. Je kon op het perron kiezen welke weg je wilde gaan en uitstappen. Ze gingen, als de trein gestopt was, ieder hun eigen weg.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten