Zo licht als een veertje.

Mijn opa bakte altijd bijna zwarte oliebollen. Met krenten. Die waren ook bijna zwart. Er zat ook een beetje bier in het beslag verwerkt. Hij zat in het kleine keukentje met pannen en olie op het vuur. Soms wilde het beslag niet goed rijzen. Met natte theedoeken was hij dan in de weer. Mopperend. Wij riepen altijd dat de oliebollen zo lekker waren maar ik weet dat we hem niet wilden teleurstellen. Ze waren taai. Toen opa doodging is mijn moeder oliebollen gaan bakken. En sinds een aantal jaren bak ik ook elke oudjaarsdag oliebollen. Het leukste aan het bakken van oliebollen vind ik het keren van de oliebol in het vet. Ze maken namelijk zelf uit wanneer ze willen draaien. Als de onderkant goed is draaien ze om. Ik kan daarvan genieten. Vraag me niet wat daar nou het absoluut genot van is maar het is zo.

|||

De winterjas en ik zijn geen goede vrienden. Elke keer als ik er eentje moet aanschaffen raap ik mezelf op en sjok naar de winkels en word met het uur chagrijniger. Te groot. Afvallende schouders. Te groot. Veel te groot. Te zwaar. Te … lelijk. Laat maar, ik draag die zware, lompe jas van vorige jaren wel. Ik zeulde die jas mee op mijn rug. Een moetje. Goed tegen de kou en regen, dat wel, maar verder genoot ik er niet echt van. Totdat ik, tijdens het struinen op een kerstmarkt, bij een vintage winkeltje aan een rek de mooiste jas zag die ik ooit had gewild. Lichtblauwe met groene ruiten. Een jaren negentig model. Maar hij was veel te groot. Maar ik was verliefd geworden. Op een jas.
Een week later ging ik terug naar het winkeltje. Ik paste de jas. Hoewel nog steeds erg mooi en warm was hij niet voor mij gemaakt. Maat 46 ging ‘m niet worden. Ik verzoop erin. Ik nam afscheid van de mooie maar veel te zware, grote jas. Als ik een nieuwe winterjas wilde moest hij licht zijn. Vooral licht. Alsof de jas als een satijnen sjaal gedrapeerd lag op mijn schouders. Mijn ene schouder was al pijnlijk en ik moest binnenkort naar het ziekenhuis voor die schouder. Zo’n jas, zoals alles, moest licht veren en meedraaien met elke beweging die ik maakte. Ik ben niet iemand die van winkelen houd en dus was het volkomen onverwacht dat ik afgelopen weekend met een enorme tas een winkel uit wandelde. Een donkerblauwe winterjas. Zo licht als een veertje. Weg ballast. Weg zwaarte.

|||

Ik fietste jaren geleden naar huis toen Dickie, een erg naar en vervelend mannetje uit de buurt, een rotje mijn kant op gooide. Hij lachte erbij. Zijn gemene ogen werden spleetjes als hij lachte. Dat rotje belandde in mijn capuchon. Het ging niet af. Maar ik was zo woest dat ik op hem af liep en hem van zijn fiets duwde. Hij lag op de grond te vloeken. Zijn fiets tegen hem aan. Zijn ogen waren groot van woede. Ik reageerde zo heftig omdat ik geschrokken was. Dickie veroorzaakte wel vaker trammelant in de wijk. Ik vraag me vandaag ineens af hoe het hem vergaan is.

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier. Ik wens iedereen een goed nieuwjaar toe!

Gepubliceerd door

karin

Linkshandig en zelfstandig. Ik ben 3x auteur bij Scriptum. 1x eigen beheer. Ik hoef niet in een hokje. Schrijf mee: met-k.com/life-review

Een gedachte over “Zo licht als een veertje.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *