Ik zat met vier mannen in Café de Pakschuit. Een donkere kroeg met een bar, drinkende muzikanten en hoge tafels met krukken. Gelukkig wel met een leuning want ik zit nooit zo prettig op een hoge kruk. Zeker niet als ik er uren op moet zitten.

En waar je normaliter zou denken, na een bepaalde tijd wordt er alleen maar geouwehoerd, neen, er ontstonden zeer diepe gesprekken. Over vriendschappen. (Je leert je vrienden pas kennen in tijden van nood) Over onze jeugd. Over religie. Over verschillen en overeenkomsten. Eigenlijk was het een perfecte nacht om in een café van gedachten te wisselen over de zin van het leven. En over een schilderij van Rembrandt en een christelijk boek met een interessante vertelling.

Ik staarde naar een donker bier van mijn buurman. Een behoorlijk groot gevuld glas. Vol. Er was nauwelijks uit gedronken, misschien omdat de beste man het te druk had met verhalen vertellen. Het leven is te gieten in een glas gevuld met donker vocht, dacht ik. Ontkiemende korrels, de kiemkracht, de oogst, het brouwen, het gisten, het proeven.

Gerst betekent in het Engels barley. Het komt van het Hebreeuwse bar dat gerst betekent. Ik vroeg me af of de bar die wij kennen komt van gerst, barley, de bar. Bar betekent ook zoon, erfgenaam. Gerst staat in de Bijbel bekent als overwinnaars. Nu voel ik me allesbehalve christelijk maar mag ik de symboliek van verhalen met parallellen wel waarderen.

Die nacht droomde ik dat ik aan een bar stond. Die bar was veel te hoog. Ik moest op mijn tenen staan om over de rand een glas water te pakken. Het was een longdrink glas, doorzichtig, vol met water. Toen ik het glas vastgreep ging hij als doorzichtige folie in elkaar. Toen ik mijn hand, verschrikt, van het glas wegnam bolde hij weer uit. Ik probeerde het nog een keer. En nog een keer. Het was een meebewegend glas met helder en zuiver water.

We zaten tot ver na sluitingstijd. Sluitingstijd in Den Haag is twee uur ongeveer. Iedereen was al naar huis, het donker in. De barvrouw was aan de schoonmaak begonnen. Het voelde als de nacht die steeds meer nacht werd. Ik blijf me verbazen als Brabander over de vroege sluitingstijden in het Haagse. Zo’n grote stad en dan zo vroeg sluiten. Maar goed. Ik zat dus met vier mannen in Café de Pakschuit tot ver na sluitingstijd. Het was goed.

(De volgende keer schrijf ik over een avondje borrelen en haar dat in de fik vloog. …)

Wil je mijn blogstukjes in je mail ontvangen? Abonneer je dan hier.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Door de site te te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten